proza Flashcards

1
Q

Epos

A

heldendicht

lang, verhalend gedicht

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

mythe

A

ter ere van goden/ helden en behoort tot een bepaalde cultuur

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

sage

A

Gedicht met een historische kern en geeft precieze situering in tijd dat wil geloofd worden en heeft tragische afloop

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

stadssage

A

sage in deze tijd
speelt in op angsten
eindigt met een pointe

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

legende/ Marialegende/hagiografie

A

religieus onderwerp

Maria/ heilige als hoofdrol

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

sprookje

A

volkssprookje (anoniem)
cultuursprookje (auteur)
goede afloop
veel fantasie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Fabel

A

antropomorfisme (menselijke eigenschappen toekennen aan dieren/dingen)
vaak rijm
kortverhaal ->dierenpiek is iets langer

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

parabel

A

vergelijking waarin luisteraar zich moet herkennen
deel van een groter verhaal
verborgen zedenles

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Aforisme

A

citaat (filosofisch, dubbele bodem)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

anekdote

A

kort verhaal over opmerkelijk iets uit dagelijks leven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

cursiefje

A

wil humoristisch zijn
eindigt vaak op een pointe of verassende wending
onderwerp uit dagelijks leven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

column

A

geeft opinie over actueel onderwerp

vaste plaats in krant

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

essay

A

op actueel/ menselijk probleem

overtuigen naar visie van auteur

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

kortverhaal

A

langer dan anekdote korter dan novel
open einde
verhaal begint in het midden/ einde (=medias res)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

novelle

A

korter dan roman (minder dan 60 p)

slechts 1 gebeurtenis/ 1 personage uitgediept

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

roman

A

langer verzonnen verhaal over mensen

17
Q

autobiografische roman

A

levensloop van schrijver

18
Q

historische roman

A

verhaalstof is gebaseerd op waargebeurde, historische gebeurtenissen

19
Q

ridderroman

A

lange gedichten op rijm in de volkstaal over ridderavonturen

20
Q

adolescentenroman

A

geschreven voor jongeren van 15-20

21
Q

Bildungsroman

A

gaat over volwassenwording van een personage

22
Q

gothic novel

A

romantische griezelroman waarin mysterie, romantiek en horror worden vermengd

23
Q

heimatliteratuur

A

beschrijft een landelijke streek

24
Q

psychologische roman

A

gaat dieper in op waarom van zaken. meer nadruk op psychologie

25
Q

chicklit

ladlit

A

chipklit : literatuur voor jonge vrouwen

ladlit: literatuur voor jonge mannen

26
Q

strip

A

beeldverhaal

27
Q

sleutelroman

A

gaat over echt bestaande mensen met fake namen. als je de sleutel hebt (=ziet met wie een echt iemand uit het boek overeenstemt) zal je het werk met andere ogen bekijken

28
Q

striproman

A

“graphic novel” uitgebreide en ingewikkelde verhaallijnen. Bedoeld voor volwassenen

29
Q

tendensroman

A

een roman met een sterke politieke of morele boodschap

30
Q

thriller

A

een spannend verhaal waarbij de nadruk ligt op actie en gevaar om de lezer in spanning te houden

31
Q

utopische roman

A

uiterst aangename maatschappij

32
Q

dystopische roman

A

uiterst onaangename maatschappij

33
Q

detective roman

A

detective lost een mysterie of misdaad op (whodunit=puzzelverhaal)

34
Q

zedenroman

A

leefgewoonten van een tijd of land

35
Q

raamvertelling

A

een verhaal in een verhaal