page 17 Flashcards
1
Q
slightly
A
een beetje
2
Q
terrible
A
verschrikkelijk
3
Q
to get rid of
A
kwijtraken
4
Q
to recover
A
herstellen
5
Q
recovery
A
herstel
6
Q
to discharge
A
ontslaan
7
Q
to bear/ to endure
A
verdragen; uithouden
8
Q
worn-out/ exhausted
A
uitgeput
9
Q
to tempt
A
in de verleiding brengen
10
Q
temptation
A
verleiding
11
Q
to resist
A
weerstaan
12
Q
resistance
A
weerstand
13
Q
irresistible
A
onweerstaanbaar
14
Q
in spite of/ despite
A
ondanks
15
Q
whether
A
of
16
Q
safeguard
A
bescherming; voorzorg
17
Q
to withstand
A
weerstaan
18
Q
delicate
A
zwak
19
Q
acute
A
scherp; hevig
20
Q
constitution
A
gestel
21
Q
sound
A
gezond
22
Q
to be bound to
A
wel moeten
23
Q
slight
A
licht