hygiëne 1 Flashcards
wat is het doel van hospitalisatie
geen bijkomende hinder of schade ondervinden
wat zijn de 3 domeinen waarop iemand schade kan oplopen
Psychosociaal
Patiëntveiligheid
Ziekenhuishygiëne
wat kan er fout gaan op psychosociaal vlak
Verlies van:
contact met eigen omgeving
zelfstandigheid
toekomstperspectief
gevoelens bij schade psychosociaal vlak
Angst, hulpeloosheid, onwetendheid
wat is “hospitalisatiesyndroom”
mensen hun gedrag veranderd bij langdurige opname
wie vallen onder de risicogroepen voor hospitalisatiesyndroom
kinderen (rooming-in), chronisch zieken, psychiatrie, intensive care
welke schade kan een patiënt oplopen op vlak van patiëntveiligheid
fysieke schade (geen infecties)
Valincidenten
Decubituswonden
Medicatiefouten vb dosering, verkeerde pt
Nevenwerkingen van medicatie
wat noemt men een voorval als er schade aan de patient is
incident
wat noemt men een voorval als er geen schade aan de patiënt is
bijna-incident
hoe kunnen incidenten vermeden worden
kwaliteitscontrole
welke schade kan er ontstaan bij ziekenhuishygiëne
ziekenhuisinfecties
wat zijn ziekenhuisinfecties
infecties die:
niet aanwezig waren bij opname
verworven zijn tijdens ziekenhuisverblijf
wat wordt er gedaan ivb met ziekenhuisinfecties
Preventiemaatregelen
Registratie en publicatie
Kwaliteitscontrole!
wie zorgt voor de kwaliteitscontrole
zorginspectie
accreditatie
wat is de zorginspectie
Vlaamse overheid
verplicht
kijken naar:
patiëntveiligheid, handhygiëne, patiëntervaringen, …
wat is accreditatie
externe onafhankelijke organisatie
(JCI, NIAZ)
niet verplicht
kwaliteitslabel: algemeen/specifieke dienst/zorgprogramma
andere naam ziekenhuisinfecties
nosocomiale infecties
wat zijn nosocomiale infecties
infecties die ontstaan tijdens of in aansluiting van ziekenhuisverblijf
Meest voorkomende complicatie bij gehospitaliseerde patiënten
wanneer kunnen nosocomiale infecties ontstaan
48 na opname (bv infectie chirurgische wonde)
maanden na ontslag (geïnfecteerde knieprothese)
wat is dragerschap
micro-organisme is aanwezig op plaatsen waar het verwacht wordt
wat is kolonisatie
micro-organisme is aanwezig op plaats waar het niet hoort te zijn maar veroorzaakt geen symptomen/ziektetekens
wat is infectie
micro-organisme veroorzaakt symptomen
wat is virulentie en waardoor wordt het beïnvloed
aanvalskracht, hoeveelheid schade
beïnvloed door: vochtigheid, toxineproductie, groeisnelheid
wat is pathogeniciteit
ziekmakend vermogen (zwak, matig, sterk)
wat is de minimale infectieuze dosis
aantal kiemen nodig voor symptomen
wat is een reservoir
besmettingsbron: hier leven en groeien micro-organismen
wat zijn verschillende reservoiren
personen
voorwerpen (medisch materiaal, klink)
omgevingsfactoren (ventilatiesysteem)
voedsel
wat is transmissie en soorten
overdrachtsweg
- contactoverdracht
- druppeloverdracht
- luchtoverdracht (TBC)
- feco-orale overdracht (ingestie)
soorten contactoverdracht
direct: rechtstreeks (bloedtransfusie)
indirect: via persoon of voorwerp
wat zorgt voor en verminderde weerstand
fysieke factorern (vermagering)
psychische factoren (stress)
ziekte/behandeling: chemo, transplantatie
pediatrie, geriatrie
wat zijn andere manieren waarop iemand een ziekte kan oplopen/overdragen
via ingangspoort: niet intacte huid, katheder, ademhaling
via uitgangspoort: hoesten, niezen, braken
soorten ziekenhuisinfecties
postoperatieve wondinfecties
luchtweginfecties
urineweginfecties
bloedbaaninfecties
POWI
postoperatieve wondinfecties