Hoofdstuk 6 Flashcards

1
Q

Wat is perceptie?

A

Het proces waarbij de waarnemer prikkels vanuit de omgeving selecteert, organiseert en interpreteert zodat er een zinvol en betekenisvol beeld van de werkelijkheid ontstaat

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is subliminale perceptie?

A

Dat de prikkels zo snel worden aangeboden dat je er niks van merkt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Aan de hand van welke kenmerken selecteert de waarnemer binnenkomende prikkels?

A
  1. kenmerken van prikkels (grootte, intensiteit, contrast, herhaling)
  2. waarnemer (persoonlijkheid, leerprocessen, motivatie, referentiekader, verwachtingen)
  3. sociaal-culturele omgeving (groep, sociale klasse, cultuur, positie op werk)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is habituatie?

A

Verzadiging van prikkels. Te vaak herhaling waardoor de prikkel went

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Noem de 4 gestaltwetten

A
  1. de wet van gelijkheid (gelijke prikkels worden samen gegroepeerd)
  2. nabijheid ( twee prikkels kunnen dichtbij elkaar geplaatst zijn)
  3. goede voortgang ( de neiging om te kiezen voor de meest eenvoudige en overzichtelijke voortgang van een prikkelpatroon)
  4. geslotenheid (prikkels worden als een eenheid gezien)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is het interpretatie van prikkels?

A

het invullen van betekenis zonder enige feitelijke kennis.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Beschrijf het halo effect

A

Als iemand een positieve indruk maakt of als je positieve verhalen over die persoon hebt gehoord, dan ben je geneigd om die persoon positieve eigenschappen toe te schrijven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is het horn effect?

A

De negatieve versie van het halo effect.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly