Hoofdstuk 11 Flashcards
confound check
nagaan in welke opzichten de omstandigheden van de 2 condities van elkaar verschillen
- substract it out
- take it out
- check it out
hoe kan je confounds uitsluiten
- substract it out/aftrekken = alles exact hetzelfde houden, behalve de levels van de IV -> koffie met/zonder caffeine
- take it out = alles eruit halen, en de levels van de IV in een pil/placebopil stoppen -> pil met alleen caffeine en suiker/zonder caffeine, alleen suiker
- check it out = experimentele conditie waarin levels van IV 0 zijn vergelijken met controleconditie waar IV niet is meegenomen, om te kijken of er confounds zijn -> koffie zonder caffeine / helemaal niks
design confounds
derde variabele beïnvloedt systematisch de IV
bedreiging voor interne validiteit
selectie-effecten
confounds doordat de groepen systematisch verschillende soorten deelnemers bevatten
bedreiging voor interne validiteit
orde-effecten
de eerdere condities beïnvloeden volgende condities door gewenning of fatigue
bedreiging voor interne validiteit, within-subject design
verbetering/maturation
effect verschilt door natuurlijke ontwikkeling ipv door IV
voorkomen door vergelijkingsgroep
bedreiging voor interne validiteit
wat is geschiedenis/history threat en hoe kan je het voorkomen
gebeurtenis/factor van buitenaf beïnvloedt alle proefpersonen
voorkomen door vergelijkingsgroep
bedreiging voor interne validiteit
selection-history threat
gebeurtenis/factor van buitenaf beïnvloedt alleen een bepaald niveau van de IV
voorkomen met vergelijkingsgroep
bedreiging voor interne validiteit
regressie naar gemiddelde/regression to mean
wanneer een proefpersoon in de pre-test een extreme score had, is dit bij de posttest waarschijnlijk minder extreem doordat stemming fluctueerd over tijd
voorkomen met vergelijkingsgroep
bedreiging voor interne validiteit
attrutie/attrition
specifieke uitval van proefpersonen met een bepaalde eigenschap
voorkomen door alle scores van proefpersoon (ook pre-test) uit dataset te verwijderen
bedreiging voor interne validiteit, selectiedreiging
selectiedreiging
wanneer slechts 1 van de experimentele groepen uitval ondervindt
testing
wanneer de bekendheid met de test de score verhoogt
voorkomen door vergelijkingsgroepen, geen pre-test, verschillende tests
bedreiging voor interne validiteit, practice effects
intrumentatie/instrumentation
meetinstrument veranderd waardoor scores verschillen
voorkomen door alleen posttest te doen en pre-test weg te laten
selection
structurele, niet toevallige verschillen tussen condities, die scores veranderen ipv door de manipulatie
hoe wordt de statistische significantie beoordeeld
- formuleer nulhypothese = aannemen dat er geen effect is in populatie
- bereken p-waarde = kans dat gegevens kloppen volgens nulhypothese -> kans dat effect er niet is
- wanneer p kleiner dan 0.05 is, kan de nulhypothese verworpen worden en is het effect statistisch significant
vertroebelende factoren/obscuring factors
wanneer het resultaat niet statistisch significant is, maar het effect wel bestaat
- maakt effect niet-significant
oorzaken van obscuring factors
- verschil tussen condities is te klein waardoor de scores heel dichtbij elkaar zitten, en er geen effect gevonden kan worden.
komt door te zwakke manipulatie, ongevoelig meetinstrument, plafondeffecten of vloereffecten of een omgekeerde confound - spreiding binnen condities is te groot, waardoor de scores van de groepen overlappen en er geen effect gevonden kan worden.
komt door grote individuele verschillen binnen groep, toevallige meetfouten of omgevingsinvloeden - nuleffect = geen verschil, dus IV heeft geen effect
plafondeffecten
wanneer iedereen hoog scoort omdat de test te makkelijk is
in alle condities -> obscuring factor, te weinig verschil
vloereffecten
wanneer iedereen te laag scoort omdat de test te moeilijk is
in alle condities -> obscuring factor, te weinig verschil
met welke factoren voorkom je obscuring factors -> krijg je significant resultaat wanneer effect er is
- veel proefpersonen
- min mogelijk individuele verschillen -> within-subject design
- betrouwbaar meetinstrument
- omgevingsinvloeden voorkomen -> kunstmatige omgeving
- sterke manipulatie
- plafond- en vloereffecen voorkomen -> gegevens verdelen in normaalverdeling
situation noise
ongerelateerde gebeurtenissen/afleidingen in externe omgeving zorgen voor verschillen binnen groepen
omgekeerde confound
design confound die het tegenovergestelde effect heeft dan de IV, waardoor het originele effect verdwijnt -> onaardige yogatrainer bij effect yoga
wat is het verschil tussen confounds en obscuring factors
confounds
- systematische verschillen tussen condities
- leiden tot effect, terwijl die er niet is
- maken effect oninterpreteerbaar
obscuring factors
- toevallige verschillen binnen condities
- leiden tot geen effect, terwijl die er wel is
- maken effect niet significant