HC 10 Flashcards

1
Q

Hoe noemen we de huisconstructie waarbij het dak rust op de binnenstijlen die bij elkaar gehouden worden door een dwarsligger?

A

Een gebintconstructie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Hoe noemen we de huisconstructie waarbij het dak rust op de binnenstijlen en de wandstijlen?

A

Een halfportaal constructie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is een ritueel?

A

Een geheel van symbolen en bijhorende handelingen bij speciale gelegenheden
Een manier van handelen, anders dan gewoonten en alledaags gedrag, doordat ze krachtiger is en meer betekenis heeft voor de samenleving
Uiting van een ideeënwereld van een samenleving over het “zijn” (waarom zijn we op aard?) en het “zijn” van anderen (godenwereld, dodenwereld)
Ritueel gedrag: houding, mimiek, gebaar, dans, zang, woord, klanken, schreeuwen (joelen, jodelen), fluisteren, eten, vasten, drinken, slachten of zich verwonden (zelfkastijding), tatoeages, verbranding, besnijdingen, besnijdenis en piercings).
Het uiterlijk en het dragen (of de aanwezigheid) van bepaalde voorwerpen (in de vorm van vermomming, beschildering, het dragen van een masker, staf, wapen, hoofdtooi, kroon, mantel en andere attributen.
Een herkenbaar en formeel patroon voor de mensen van een gemeenschap.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is een ritueel voor archeologen?

A

Archeologen zoeken naar diezelfde patronen. Bij overeenkomsten in materiële neerslag van menselijk gedrag in het verleden, krijgen deze patronen extra aandacht. Als het herkenbare en formele patroon niet kan worden verklaard door alledaagse en culturele gewoonten en tradities, dan wordt vaak de term “ritueel” gebruikt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Ritueel: aards en goddelijk

A

Vaak verwijzing naar iets dat niet van deze aarde is.
Godenwereld, mythologie en dromen, sterrenhemel, verklaringen voor seizoenen, rampen, veranderingen.
Legatimatie: ogd is aan onze zijde.
Bij de dood: overganing naar de goddelijke wereld.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Apotheose

A

Vergoddelijking

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Rites de Passage

A

Franse term voor overgangsritueel.
Gebeurtenissen tijdens het leven.
Geestelijke gebeurtenissen.
Leven na de dood.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Fases van Gennep

A

Fase 1: ultieme afscheiding ven de oude rol (bij leven). Individu hoort niet meer (fysiek) tot de samenleving.
Fase 2: Individu wordt gereeg gemaakt voor de overgang naar de nieuwe rol (bijv. opbaring, mummificatie).
Fase 3. Dode krijgt symbolisch en ritueel een nieuwe rol ( begraving, crematie, ect.).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Zichtbaat voor archeologen

A

Formeel. bijv. een graf

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Niet zichtbaar voor archeologen

A

Formeel:
Verstrooien crematieresten
Rivier
In de lucht
Geoffert aan dieren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Informeel gebeurtenis

A

Vermoord en achtergelaten
Natuurbegravingen
Losse botten in nederzettingsafval

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Grafritueel Vroeg Paleolithicum

A

Boxgrove - England
Sierra de Atapuerca - Spanje
In Nederland zijn er geen graven gevonden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Grafritueel Midden Paleolithicum

A

Grote variatie in grafritueel
Skeletten nog in verband
Slaaphouding
In Nederland geen graven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Grafritueel Laat Paleolithicum

A

Eerste indicaties voor een geformaliseerde begravingsritueel.
Sungir - Oost-Rusland
In Nederland geen graven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Grafritueel Vroeg Mesolithicum H. Sapiens-moderne mens

A

Nederland-Laarakker (Haps)
In Nederland het oudste graf.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Grafritueel Mesolithicum

A

Oker
Los menselijk materiaal komt ook voor in nederzettingsafval

17
Q

Graven Mesolithicum

A

Trijntje
Michelle

18
Q

Grafritueel Vroeg Neolithicum

A

Nederland Formele begravingen LBK

19
Q

Vroeg Neolithicum LBK man

A

Veeteelt, houthakken, jacht (o.a. pijlpunten), verwerving van grondstoffen (vuursteen, natuursteen, hout)

20
Q

Vroeg Neolithicum LBK vrouw

A

Akkerbouw, mogelijke ceremoniele rol (vondsten van rode oker vooral in vrouwengraven).

21
Q

Vroeg Neolithicum buitenland, conflicten en massagraven

A

Jungfernhohle - Duidsland
Herxheim - Duidsland

22
Q

Laat Neolithicum Nederland formele begravingen, Enkelgrafcultuur

A

Grafheuvels

23
Q

Laat Neolithicum verhoudingen inhumatie en crematie.

A

Overwegend inhumaties.
4x zoveel crematies als in Enkelgerafperiode en vaker meervoudige begravingen

24
Q

Laat Neolithicum graven

A

Vlakgraven kunnen ook

25
Q

Laat Neolithicum Ontstaan van funeraire (grafheuvellandschappen) vaak in lijnen en clusters

A

Tot in de Bronstijd

26
Q

Grafheuvel met ringsloot

A

ca. 1800 v. Chr.

27
Q

Heuvel ‘periode’ op elkaar

A

Ca. 1500 v. Chr.

28
Q

Toenamen aantal bijzettingen

A

vanaf 1500 v. Chr.

29
Q

Heuvels met palenkransen

A

Zuiden: 1800 v. Chr.
In het Noorden iets later

30
Q

Oosterhout - Noord-Brabant

31
Q

Vroege en Midden Bronstijd Nederland

A

Dodenhuisjes in grafheuvels

32
Q

Vroege en Midden Bronstijd Conflict

A

Massagraf van Wassenaar

33
Q

Midden en Late Bronstijd Nederland

A

Urnevelden
Vooral in Oost Nederland
bijna geen grafgiften op de urn na
N NL sleutelgat
Oudste: type vledder rechthoekige greppen met interne paalstelling.

34
Q

Midden Bronstijd Buitenland

A

Tollensetal-Duitsland
Achtergelaten in rivier na veldslag
Conflict en massa graf