Hart & bloed T Flashcards
functie cardiovasculair stelsel
1) cellen = gebruiken van voedingsstoffen & produceren van (afval)producten
2) overgeven aan weefselvloeistof
3) wordt ververst door bloed door haarvaten (= capillairen)
-> liggen meestal tussen arterien & venen (soms samen met)
hart algemeen
hart = cor
- kenmerken
- holle spier = pomp
- in mediastinum samen met grote bloedvaten & oesophagus - septa = onderverdeling
- vorming van 4 ruimtes: 2 atria & 2 ventrikels
- septum interatriale = parallel met as v/h hart = 40° tov. sagittaal
- septum interventriculare = uitpuilen in rechter ventrikel
- septum atrioventriculare = onderbroken door ostia - ostia
- atrioventriculare links & rechts
- aortae rechts
- pulmonalis links
uitwendig hart: ligging & vorm
- iets groter dar gebalde vuist
- 250-350 g
- onregematige kegel
- basis cordis = tegen wervelzuil rond T4-6
- apex cordis = 5e tussenribruimte op mid claviculaire lijn
–> icutus cordis = puntstoot te voelen
–> apex = volledig linker ventrikel - rechterrand = net voorbij rechterrand sternum
- aortha boog achter manubrium sterni
sulci in hart
= tussen 4 holtes
- sulcus coronarius
- op atrioventriculaire grens
- ventraal < dorsaal door bedekking van aortha & truncus pulmonalis
- gevuld met bloedvaten & vetweefsel - sulcus interventricularis anterior & posterior
- komen bij elkaar op de incisura apicis cordis = 1cm recht van hartpunt - auricularia
- vergroting van atria
- gerimpeld
oppervlaktes van het hart
1) facies diafragmatica
- op centrum tendineum & linker koepel
- vooral linker ventrikel
2) facies sternocostalis = voorzijde
- 2/3 rechter ventrikel
- craniaal truncus pulmonalis
- linker atrium verstopt door pars ascendens aortae
- klein stuk linker auricula te zien
3) achterzijde
- basis cordis
- grote bloedvaten
– vena cava supeirior craniaal
– vena cava inferior net boven sulcus coronarius
– 4 vena pulmonales linker atrium
pericard
= hartzakje
- fibreus pericard
- stevig & vezelig BW
- caudaal verbonden met diafragma
- lateraal tegen pariëtale pleura van longen
- craniaal overlopen in BW voor grote bloedvaten - sereus pericard
- pariëtaal = tegen fibreus
- visceraal = tegen myocard
- omslaan aan grote bloedvaten
- pericardholte met pericard vocht
structuur hartwand
- epicard = tegen pericard
- myocard
- spiervezels, geleidend weefsel & coronaire circulatie
- atria = dun & gelijk
- ventrikels = dik & L = 2x R
- hartskelet = annuli fibrosi rond ostia - endocard
atrium dextrum
situering: rechts, voor & meer caudaal van linker atrium
openingen
1. VCS
- craniaal, rechts & dorsaal
- geen klep
2. VCI
- caudaal, rechts & dorsaal
- klep van eutachius = rudimentaire klep voor geleiding fossa ovalis
3. sinus coronarius
- veneus afvoervat van coronaire circulatie
- klep van thebesius
4. ostia atrioventricularis
oppervlaktes
1. sinus venrum cavarum
- glad opp
- tussen VCI & VCS
2. rest v/h hart = traviculair = gekruiste spierbalkjes
3. fossa ovalis
- formalen ovalis bij embryo
- meteen naar linker atrium want longen niet functioneel
4. pars atrioventricular septum
- deel dat aan linker atrium reaagd
- collageen weefsel = zichtbaar
ventriculus dexter
situering: pyramide met top naar boven & achter, voorzijde van hart
1) ostium atrioventricularis
–> klep = valva atrioventricularis dextra = valva tricuspidalis
- cuspis anterior, posterior & septalis
- hangen via chordae vast aan mm. papillaris
- mm. papillaris contraheren samen met het hart om deze klep te sluiten tijdens de systole
2) ostium trunci pulmonalis
–> klep = valva trunci pulmonalis
- valvulae semilunares anterior, dextra & sinistra = zwaluwnestjes
- sluiten tijdens diastole
atrium & ventriculus sinister
atrium
- 2 hoornen waar 4 vv. pulmonales uitmonden
- auricula = omgeven door traviculair weefsel, de rest glad
- onder = ostium atrioventriculare sinistrum
ventriculus
1) situering = kegelvormig, achterzijde van hart & bevat apex cordis
2) oppervlaktes: volledig traviculair behalve conus arteriosus = uitgang aortha
3) valva atrioventricularis sinistra = valva bicuspidalis = valva mitralis
- m. papillaris anterior & posterior naar cuspis anterior & posterior door chordae tendineae
4) valva aortae = valvulae semilunaris posterior, dextra & sinistra
aa. van de coronaire circulatie
= aa. coronariae cordis
a. coronaria sinistra
O. linker valvula semilunaris aortae
- tussen truncus pulmonalis & auricularia sinistra
- sulcus coronarius = aftakken
- ramus circumflexus
- sulcus coronarius = linker hartboord
- facies diafragmatica
- anastomose met a. coronaria dextra
F = linker atria & ventrikel - ramus interventricularis anterior
- sulcus interventricularis anterior
- incisura cordis
- anastomose met a. coronaria dextra
F = linker ventrikel & ventrale 2/3 interventriculaire septum
a. coronaria dextra
O. rechter valvula semilunaris aortae
- sulcus coronarius
- sulcus interventricularis posterior
- aftakken = ramus interventricularis posterior
F = rechter ventrikel, achterkant beide ventrikels, dorsale 1/3 septum
vv. van de coronaire circulatie
v. die uitmonden in sinus coronarius
1) v. cardiaca magna
o. hartpunt
- sulcus interventricularis anterior
- buigt naar links = sulcus coronarius
- achterzijde hart
–> SC
2) v. cardiaca media
o. suclus interventricularis posterior
–> SC @ hartbasis
3) v. cardiaca parva
o. sulcus coronarius
- tussen rechter atrium & ventrikel
- over rechter hartboord
–> SC
4) v. cordis
o. dorsaal sulcus coronarius
- tussen linker atrium & ventrikel
–> SC @ tussen rechter atrium & valva tricuspidalis
v. die direct in hart uitmonden = kleine v.
1) v. cordis anteriores = recht in rechter atrium
2) v. cardiacae minimae = recht in beide ventrikels
geleidingsweefsel in het hart
- nodus sinu-atrialis van keith-flack
- rechteratrium: voorwand rond VCS
- tussen epicard & myocard - nodus atrioventricularis van aschoff-tawaraknoop
- rechteratrium: in 3hoek tussen ostium atrioventricularis, fossa ovalis & pars atrioventriculair septum
- tussen myocard & endocard - bundels van his
- interventriculair septum
- plitsen in takken
- naar hartpunt
- oomhoog vertakken = netwerk van purkinje
belang anastomosen
= collaterale circulatie
–> alternatieve weg voor bloed in geval van blokkage
vb: beweegelijke gewrichten: elleboog, knie, schouder & heup + belangerijke organen
aders die niet meer vertakken = terminale arterien of eindarterie
verloop van aortha
1) pars ascendens aortae
2) arcus aorthae
3) pars descendens aortae
4) pars thoracica aortae
5) pars abdominalis aortae
pars ascendens & arcus aorthae
- pars ascendens
O. ostium aorta @ 3e ribkraakbeen
- sinus aorthae = net bovenklep = begin a. coronaria dextra & sinistra
- in fibreus pericard
- 5cm
- naar rechts & boven - arcus aortae
- naar links & dosraal
- manubrium sterni = hoogte punt
- T4 = pars descendens
aftakkingen: truncus brachiocephalica, a. subclavia sinistra, a. carotis communis sinistra
aa. carotides communes
O.
- dextra = truncus brachiocephalicus samen met a. subclavia
–> meer ventraal
- sinister = aortha tussen truncus brachiocephalicus & a. subclavius sinister
- parallel lopen
- samen met n. vagus & v. jugularis interna in gemeenschappelijk BWschede
- lateraal van schildkraakbeen
- craniaal schildkraakbeen = vertakken
- sinus caroticus met drukreceptoren & zuurstofreceptoren = glomus caroticum
–> manuele druk = verhoogde bloeddruk = bewusteloosheid of hartstilstand
1) carotis interna
2) carotis externa
aa. carotis interna
- geen extracraniale takken
- door canalis carotis
- top pars petrosa
- door foramen lacerum
- in sulcus caroticus @ os sphenoidale
- sinus cavernosus
- rons proc. clinoideus anterior = achterrand ala minor
- draaien naar achter & mediaal
- a. afgeven voor orbita & takken voor hersenen
aa. carotis externa
- zet verloop a. carotides communes verder
aftakkingen
1) a. fascialis
- onderrand mandibula
- ventrale grens m. masseter
- binnenste hoek orbita = anatosmose
f. schildklier, tong, pharnyxwand, aangezicht, verhemelte, submandibulaire speekselklieren
2) temporalis superficialis
- zet verloop a. carotis externa verder
- voor uitwendige gehoorgang
- vele takken
3) maxillaris
- diep van mandibula
- fossa pterygopalatina
- kin, tandaveolen, maningen = hersenvliezen, m. masseter, m. temproalis, tandvlees, orbita, verhemelte, neusholte & pharnyx
4) suboccipitale vertakkingen voor achterhoogd
pars thoracica aortae
1) arcus aortae
2) daalt links van de wervelzuil = pars thoracica aortae
3) geleidelijk naar middelijn
4) door hiatus aortae @ diafragma
5) pars abdominalis
viscerale takken
- rami bronchiales: F = longweefsel & bronchi
- rami oesophageales: F = oesophagus
pariëtale takken
= somatisch = tussen de ribben
- a. intercostalis suprema = 1 & 2
- aa. intercostales posteriores = 3 - 11
- a. subcostalis = 12
o. achterzijde aortha
- rechter moet over wervelkolom kruisen
- tussen mm. intercostales interni & intimi
- voorzijde = anastomoseren met aa. intercostales anteriores van a. thoracica interna
F. intercostales, serattus posterior & levatores costarum
–> dorsale tak: F = inhoud canalis vertebralis (foramen intervertebrale), rugspieren & huid
–> laterale tak = huid
pars abdominalis aortae + a iliaca
- pars abdominalis aortae
- voorzijde wervelzuil
- T4-5 = splitsen
- 2 aa. iliacae communes
- a. sacralis mediana = zet richting voort - aa. iliacae communes
- naar caudaal, ventraal & lateraal
- mediale rand m. psoas major
- 6cm
- art. sarco-iliaca = spliten in interna & externa
viscerale aftakkingen van pars abdominalis
- L & R a. phrenica inferior = diafragma
- truncus coeliacus
O. net na hiatus aorticus
- na 2 cm splitsen in 3 takken
- F = distaal slokdarm, maag, pancreas, lever & milt - a. mesenterica superior
O. net onder truncus coeliacus
- vele takken
- F = deel v/d pancreas, dunne darm & 1/2 dikke darm - L & R a. suprarenalis media = naar bijnier
- L & R a. renalis = takken voor nier, bijnier & ureter
- L & R testicularis of ovarica
- ovarica = vrouw = lange dunne draden binnen kleine bekken naar ovarium
- testicularis = uit kleine bekken door canalis inguinalis naar testis - a. mesenterica inferior
O. voorzijde aorta rond L3-4
- anastosmose met a. mesenterica superior
- F = distale 1/2 dikke darm
- tak = a. rectalis supeiror -> grootste deel rectum
pariëtale aftakkingen van pars abdominalis & a. sacralis mediana
- 4 paar aa. lumbalis
- ≈ intercostalis posterior
- zijkant aortha L1-4
- anastomose ventraal met a. epigastica superior van thoracica interna
- F = buikspieren - a. sacralis mediana = einde aortha
- over promontorium
- over os sacrum
- einde rond os coccygis
- 5e paar aa. lumbalis
- a. sacralis lateralis op voorzijde os sacrum
a. iliacae interna
= korte & veel variatie in vertakkingspatroon
1) a. glutea superior
- doo foramen suprapiriforme
- dorsaal os coxae = regio gluteae
- F = mm. gluteus
2) a. umbilicalis = vroeger verbinding met placenta -> nu fibreuze streng
3) a. obturatoria
- schuin naar voor & onder op de wand van kleine bekken in sulcus obturatorius
- F = diepe spieren dij & caput femoris + lig. capitis femoris
4) a. pudenda interna
- in bilstreek -> fossa ischiorectalis & perineum
+ takjes voor rectus & spieren rondom + uitwendige genitalia
5) a. glutea inferior
- door foramen infrapiriforme
6) parietale takken voor m. iliacus & quadratus lumborum = voor canalis vertebralis
7) takjes voor urineblaas, ureters, ductus deferens, prostaat & vesiculae seminales
8) takjes voor rectum & uterus
a. iliacae externa
- zet richting a. iliaca interna verder
- volgt linea arcuata van os coxae
- kruist pecten ossis pubis
- onder lig. inguinale samen met v
–> duidelijk te voelen
aftakkingen
1) a. circumflexa ilium profunda
2) a. epigastrica interior
- naar de navel
- anastosmose met a. epigastrica superior = spieren van buikwand
aa. pulmonales
= veneus bloed arterieel maken in longen
–> door compliantie weefsel: bloeddruk 6x lager
- truncus pulmonalis
o. rechter ventrikel achter ribkraakbeen 3
- voor pars ascendens aortae bij oorsprong
- wind rond aorta = links liggen
- geheel in pericard
- onder aortaboog = splitsen - a. pulmonalis dextra
- over middelijnkruisen = langer
- voor rechter hoofdbronchus
- achter pars ascendens & vcs
- 2 ongelijke takken: bovenste kwab > middenste & onderste kwab - a. pulmonalis sinistra
- korter
- voor linker hoofdbronchus
- voor pars descendes & onder aortha boog
- 2 gelijke takken: bovenste kwab = onderste kwab
eigenschappen cappilairen
- functies
- uitwisselingsstelsel
- verschillend van sinusoïden: wijder & onregelmatiger lumen
- anastomoserend netwerk tussen atriolen & venulen - precappilaire sfincter
- overgang arterieën -> cappilairen
- bepaalt doorstroming door capillairen
- zonder sfincter = voorkeurskanalen - atrioveneuze anastomosen
- directe verbinding
- lumen afsluiten = normale doorbloeding
- lumen open = minder doorbloeding doorlopend weefsel
eigenschappen venen
- lagen
- venulen = dunne tunica adventita
- grote venen = tunica media
- cappilairen enkel 1 laag endotheelcellen - kleppen
- komen voor per 2/3
- niet in venulen & grote (holle)vaten - volume > aterieën: 1/2 bloed
- compressie van venen
- omliggende spieren
- abdominale & thoracale druk
- dilatatie van arterien tijdens systole
systematiek venen
1) oppervlakkige net
- veel variatie in ligging
- subcutis
2) verbindende vv. perforantes
3) diepe net
- gelijklopend met arterieën
- distaal = ontdubbelen
–> venae comitantes
- meer kleppen dan oppervlakkige net
–> onderste lidmaat nog meer
4) systemen
- venen van het hart
- venen van VCI = onderste ledematen, abdomen & perineum
- venen van VCS = bovenste ledematen, hoofd, hals & thorax
- azygossysteem = rechter v. azygos & linker v. hemiazygos
oppervlakkig veneus onderste membrum
voornamelijkste terugsturing naar hart door kuitspieren
v. saphena magna = langste vene lichaam
O. mediale voetrand
- voor malleolus medialis
- mediaal & dorsaal van condylen tibia & femur
–> buigzijde gewricht (minder uitstrekking)
- mediaal op been
–> rami perforantes naar v. saphena parva & diepe venen
- door hiatus saphenus
I. v. femoralis @ lig inguinale
v. saphena parva
O. laterale voetrand
- achter malleolus lateralis
- lateraal van achillespees
- net onder oppervlakkige fascia & huid
- prox2/3 mediaal & dieper
- doorboring diepe fascia
- 10tal kleppen
I. v. poplitea @ art. genus
diep veneus onderste membrum
vv. tibiales posteriores
- bloed van triceps sureae
- ontvangen vv. fibulares
- vele verbindingen met oppervlakkige venen
I. samenvloeien vv. tibiales anteriores = vormen v. poplitea
vv tibiales anteriores
O. v die samenlopen met a. dorsalis pedis
- proximaal verlaten van ventrale loge = door membrana interossea
I. samenvloeien vv. tibiales posteriores = vormen v. poplitea
–> distale rand m. popliteus
v. poplitea
O. vv. tibiales posteriores & anteriores
- stijg in fossa poplitea tussen 2 koppen gastrocnemius
- samenvloeien saphena parva
- 4 kleppen
I. v. femoralis @ hiatus adductorius (naamverandering)
v. femoralis
- door canalis adductorius
- door trigonum femorale (lacuna vasorum)
- v. profunda femoris langs dorsaal & v. saphena magna langs ventraal
- 4/5 kleppen
I. v. iliaca externa @ lacuna vasorum
vv. iliacae
- v. iliaca externa
O v. femoralis @ lacuna vasorum - v. iliaca interna
O. boven foramen ischiadicum majus
–> samenkomen - v. iliaca communis
O. ventraal van art sacro-iliaca
- rechter = korter & verticaal
- linker = langer & schuin
- zijtakken ontvangen
- geen kleppen
- L&R samenkomen rond L5 = naamverandering
v. cava superior
- door centrum tendineum (foramen v. cavae)
- zwak ontwikkelde klep net voor atrium
I. rechter atrium
lumbale venen
1) vv. lumbales
- 4/5 elke kant
- vertakkingen van vci
- buik- en rugspieren + huid
- 3&4e = achterzijde van vci
- linker kant = achter aortha = langer
- onderling verbonden door v. lumbalis ascendes
2) v. lumbalis ascendens
- verbdingin van v. iliaca communis, v. iliolumbalis & vv. lumbales
- tussen m. psoas major & basis processus transversi L
- vervoegen met v. subcostalis
–> toekomen als v (hemi)azygos
3) plexus venosus vertebralis
- voorste & achterste uitwendige & inwendige plexus
- rug, wervels & canalis vertebralis
–> in verbinding met intracraniale veneuze sinussen, v. intercostales posteriores, v. lumbales, v. v/d pelvis & v. iliolumbales
- geen kleppen
v. jugularis interna
2 takken
- verlengde van sinus sigmoïdeus
- achterste helft foramen jugulare
- bloed van hersenen, hersenvliezen & orbita via sinussen - opp delen aagezicht & nek
- v. facialis & vv. opthalmicae
- naar sinus cavernosus = verspreiden infecties - v. jugularis interna
- rond larynx
- samen met a. carotis communis in vagina carotica
- art. sternoclavicularis = samen met v. sublavia/brachiochepalica
- geen kleppen
v. jugularis externa & andere hals
- v. jugularis externa
O. venen rond oor
- anastomosen met v. jugularis interna
- vertikaal over lateraal hals
I. oorsprong van v. brachiocephalica of meteen in v. subclavia - v. jugularis anterior
O. onder de kin & voorzijde hals
- naast middelijn
- anastomosen met v. jugularis externa
I. v. jugularis interna of externa - v. vertebralis
O. veneuze sinussen van dura mater
- samenvloeien met inwendige plexus venosus vertebralis
I. v. brachiocephalica
v. brachiochepalica
O. v. subclavia & v. jugularis interna
- dorsaal art. subclavia
- geen kleppen
- dextra = recht naar VCS
- sinistra = voor aorthaboog naar VCS
- samenkomen achter RKB 1
VCS
- voor rechter longhilus
- rechts van aortha ascendens
- links van rechterlongtop
- samenvloeien met v. azygos langs dorsaal
- samenvloeien met kleine venen van mediastinum
I. rechter atrium
azygos systeem & v. azygos
- belang
- collaterale circulatie van venea cavae
–> ook nog door oppervlakkige anastomoserende venen
- venauwing/afsltuiing vci herstellen
- drainaige bloed thorax & mogelijk ook ledematen
- verbdinding met v. iliaca communis door v. lumbalis ascendens - v. azygos
O. rechter v. lumbalis ascendens
- door diafragma
- ontvangen van alle intercostales
- rechts langs wervellichamen & pars thoracica aortae
- achter oesophagus & longhilus
- T4: naar voor
I. vena cava superior
vv. hemiazygos
- v. hemiazygos
O. linker v. lumbalis ascendens
- links van wervellichamen
- achter pars thoracica aortae
- vv. intercostales posteriores lager dan T8
- naar rechts kruisen over wervelkolom
I. v. azygos - v. hemiazygos accessoria
- links van wervelkolom
- vv. intercostales posteriores T4-7
- kruisen voor wervelkolom
I. v. (hemi)azygos
circulatie van de lever
= portale circulatie
O. bloed van spijsverteringsstelsel
- veel opgenoemen voedingsstoffen
- verzamelen tot grote vene = v. porta
- in lever: vertakken tot netwerk van leversinusoïden
- voedingsstoffen opnemen & verwerken
- sinusoïden verzamelen tot meerdere v. hepaticae
I. v. cava inferior
–> vele anastomosen met met v. cava superior & inferior
-> stuwing lever vb lever cirrhose = afvoering via anastomosen
kan leiden tot varices in slokdarm = bij bloeding dodelijk
v. pulmonales
O. bloed van 2 of meer nabijgelegen longsegmenten
- bevat zuurstofrijk bloed
- samenkomen tot lobulaire venen
- samenvloeien tot L&R v. pulmonalis
- L = voor pars descendens aortae
- R = achter VCS
- geen kleppen
I. linker atrium
a. subclavia
O.
- rechts = truncus brachiocephalicus achter art. sternoclavicularis
- links = aortaboog, 3cm in mediastinum -> door apertura thoracis superior
verloop
- over 1e rib = suclus a. subclaviae = achter tuberculum mm scaleni anterioris
- onder clavicula
–> takken afgeven
1) a. vertebralis
2) truncus thyrocervicalis
3) a. thoracica interna
5) truncus costocervicalis
–> achterste scalenus spleet samen plexus brachialis
- onderrand m. subclavius = naamverandering: a. axillaris
a. vertebralis
O. craniaal op a. subclavius
- naar craniaal & dorsaal
- ventraal van proc transversus C7
- door foramen transversarium C6 -> atlas
- door sulcus a. vertebralis naar craniaal
- door foramen occipitale magnum
- op clivus versmelten met andere kant = a. basilaris
–> circulus arteriosus van Willis opbouwen
truncus thyrocervicalis & costocervicalis
truncus thyrocervicalis
- O. ventraal a. subclavius
- onmiddelijk vertakken
1. enkel voor spieren
- a. subscapularis
- a. transversa cervisis
- a. cervicalis superfiscialis
2. ook voor andere
- a. cervicalis ascendens = ruggenmerg, wervellichamen, meningen & spiern
- a. thyroidea inferior = pharyx/larynx, oesofagus/trachea, (para)thyroiden & mm. scaleni
truncus costocervicalis
- O. dorsaal a. subclavia
- schuin naar caudaal
- onder collum costo prima = splitsen
1. a. intercostalis suprema = 1e tussenrib ruimte
2. a. cervicalis profunda = diepe nekspieren vb: mm. scaleni
a. thoracica interna
O. caudaal a. subclavius
- naar caudaal & mediaal
- achter v. subclavia
- 2cm lateraal van sternum
- tegen ribkraakbeen gedrukt door m. transversus thoracis = bevloeien
- m. pectoralis major bevloeien
- zijtakken tussen de ribben = intercostale aa.
–> anastomosen met dorsale takken
- door diafragma = naamverandering = a. epigastrica superior
- dorsaal van m. rectus abdominis in rectuschade
- anastosmose met a. epigastrica inferior rond navel (zijtak a. iliaca externa)
a. axillaris
O. subclavia @ onderrand m. subclavius
- proximaal = mediaal proc coracoideus & tegen bovenste oorsprong koppen m. serratus anterior, ventraal = pectoralis minor
- distaal = ussen m. coracobrachialis, subscapularis, teres major & latissimus dorsi
- onderrand m. pectoralis major = naamverandering = a. brachialis
vertakkingen
- a. thoracoacromialis: m. pectoralis major & minor, m. subclavius, m. deltoideus, huid
- a. thoracica lateralis: m. serratus anterior, m. subscapularis, borstklier & huid
- a. subscapularis: m. subscapularis
–> a. thoracodorsalis: m. latissimus dorsi
- a. circumflexa scapulae: m. teres major & minor, m. infraspinatus
- a. circumflexa humeri posterior: m. deltoideus, art. humeri & aa. nuctriciae voor humerus
a. brachialis
O. a. axillaris @ mediale onderrand pectoralis major
- proximaal arm = tussen m. biceps brachii, m. coracobrachialis & m. triceps brachii
- midden arm = tussen m. biceps brachii, m. brachialis & m. triceps brachii
- distaal arm = tussen m. biceps brachii & m. brachialis
- door fossa cubiti lateraal van bicepspees
- bedekt door fascia brachii & aponeurosis m. biceps brachii
- voor m. pronator teres = vertakken
-> a. radialis & a. ulnaris
4 aftakkingen
1) rami musculares: m. biceps brachii, m. coracobrachcialis & m brachialis
2) a. profunda brachii
3) a. collateralis ulnaris superior
4) a. collateralis ulnairs inferior
a. profunda brachii
O. a. brachialis
- door sulcus n. radialis samen met n. radialis
- aa. nutrientes voor humerus
- takken voor m. delotideus, m. triceps brachii & m. anconeus
- aftakking = a. collateralis media
–> naar rete art. cubiti
- eindtak = a. collateralis radialis
- laterale zijde bovenarm: tussen caput mediale & laterale m. triceps brachii
- anastomose met a. recurens radialis = zijtak a. radialis
a. collateralis ulnaris superior & inferior
O. a. brachialis
1) superior
- samen met n. ulnaris door septum intermusculare brachii mediale
- langs mediale zijde caput mediale m. triceps brachii
- naar olecranon
- rete art. cubiti
–> omliggende spieren & huid
2) inferior
- distaal door septum intermusculare brachii mediale
- rete art. cubiti
–> beide anastomose met a. recurrens ulnaris
a. radialis
O. a. brachialis voor m. pronator teres
- tussen m. brachioradialis & m. pronator teres
- later = tussen pees brachioradialis, fascia antebrachii & m. flexor carpi radialis
–> palperen voorvlakte lateraal pees flexor carpi radialis
- distaal proc styloideus radius = naar handrug
- door tabatiere anatomique diep van m. abductor pollicis longus & m. extensor pollicis brevis
- door 1e m. interosseus dorsalis = tussen basis ossa metacarpalia 1 & 2
- eindtak = vorming arcus palmaris profundus
- samen met a. ulnaris
- mm. interossei & mm. lumbricales bevloeien
- aa. metacarpales palmares
- uitmonden in aa. digitales palmares communes van arcus palmaris superfiscialis
–> kleine anastomosen naar dorsale venen
zijtakken
1) rami musculares
2) ramus carpalis palmaris
3) ramus palmaris superfiscialis
4) ramus carpalis dorsalis
zijtakken a. radialis
1) rami musculares
- a. recurrens radialis = rete art. cubiti & anastomosen met a. collateralis radialis
2) ramus carpalis palmaris
- anastomose met ramus carpalis palmaris a. ulnaris = rete carpale palmare
3) ramus palmaris superfiscialis
- anastomose met a. ulnaris = arcus palmaris superficialis
4) ramus carpalis dorsalis
- anastomose met ramus carpalis dorsalis a. ulnaris = rete carpale dorsale
–> aa. metacarpales dorsales 2-4
–> 2 aa. digitalis dorsales voor eerste vingerkootje
a. ulnaris
O. a. brachialis voor m. pronator teres
- onder pronator teres
- dikker & dieper dan a. radialis
- samen met ulnaris lateraal van m. flexor carpi ulnaris, onder epicondylus medialis spieren
- distaal = oppervlakkig
–> lateraal flexor carpi ulnaris
- lateraal os pisiforme & oppervlakkig retinaculum flexorum
- eindtak = arcus palmaris superficialis
- samen met a. radialis
- m. lumbricales & m. palmaris brevis
- a. digitalis palmaris = pink & aa. digitales palmares communes
–> aa. digitales palmares propriae
zijtakken
1) rami musculares
2) a. recurrens ulnaris
3) a. interossea communis
4) ramus carpalis dorsalis
5) ramus carpalis palmaris
6) ramus palmaris profundus
zijtakken a. ulnaris
1) rami musculares
- spieren mediale zijde arm & m. flexor digitorum superficialis
2) a. recurrens ulnaris
- rete art. cubiti
- anastomose met a. collateralis ulnaris superior & inferior
3) a. interossea communis
- voorzijde membrana interossea = spliten: anterior & posterior
- rete carpale dorsale
4) ramus carpalis dorsalis
- anastomose met ramus carpalis dorsalis a. radialis = rete carpale dorsale
5) ramus carpalis palmaris
- anastomose met ramus carpalis palmaris a. radialis = rete carpale palmare
6) ramus palmaris profundus
- anastomose met a. radialis = arcus palmaris profundus
a. femoralis
O. a. iliaca intera @ lig. inguinale
- lacuna vasorum, lateraal van v. femoralis
- midden in trigonum femorale = 3hoek
– basis = lig inguinale
– lateraal = sartorius
– mediaal = adductor longus
– bodem = m. pectineus & m. iliopsoas
- canalis adductorius
– dorsaal = prox adductor longus, distaal adductor magnus
– ventraal = membrana vasto-adductoria & mm. quadriceps
– lateraal = vastus medialis
- door hiatus adductorius = naam verandering = a. poplitea
zijtakken
1) a. epigastrica superficialis
2) a. circumflexa ilium superfiscialis
3) aa. pudendae externae
4) a. profunda femoris
zijtakken a. femoralis
1) a. epigastrica superficialis
2) a. circumflexa ilium superfiscialis
–> beide subcutaan
3) aa. pudendae externae
- huid, onderste deel abdomen, uitwenidge geslachtsorganen
4) a. profunda femoris
- a. circumflexa femoris medialis met ramus superficialis & profundus = spieren heupgewricht
- a. circumflexa femoris lateralis met ramus ascendens & descendens
–> 3 aa. perforantes door m. adductor magnus
- a. deschendens genus naar rete art. genus = onderste a. perforans
a. poplitea
O. a. femoralis @ hiatus saphenus
- op fascies poplitea
- over capsula art. genus
- over m. popliteus
- tussen oorsprongskoppen m. gastrocnemius
- onder arcus tendineus m. soleus = vertakken
–> a. tibialis anterior & posterior
vertakkingen
1) a. superior lateralis & medialis genus
O. condylen femur
- naar ventraal lopen & rete art. genus opbouwen
- diepe takken = spieren & periost, opp takken = huid
2) a. inferior lateralis & medialis genus
O. condylen tibia
- naar ventraal lopen & rete art. genus / patellare opbouwen
3) a. media genus
O. gewrichtsspleet
- door capsula art. -> lig. cruciata genus & membrana synovialis
4) aa. surales = naar m. gastrocnemius, soleus & plantaris
a. tibialis posterior
O. a. poplitea @ arcus tendineum m. soleus
- onder m. triceps surae
- na 4cm = zijtak = a. fibularis
- tussen m. tibialis posterior & flexor digitorum longus
- dis = mediaal achillespees
- onder retinaculum flexorum tussen m. flexor digitorum longus & flexor hallucis longus
- splitsen in eindtakken
1) a. plantaris medialis
- naar basis metatarsaal I
- splitsen in ramus profundus & superficialis
2) a. plantaris lateralis
- naar basis metatarsaal V
- naar mediaal: tussen basis metatarsaal I & II
- anastomose met a. dorsalis pedis = arcus plataris profundus
1) 4 aa. metatarsales plantares
- 8 aa. digitales plantares
- 4 ramus perforans naar voetrug = anastomose met a. metatarsalis dorsalis door lumbricales
2) a. metatarsalis plantaris voor hallux = a. digitalis plantaris voor mediala
3) a. digitalis plantaris voor digiti minimi = uit arcus: laterale zijde
a. tibialis anterior
O. a. poplitea @ arcus tendineum m. soleus
- proximaal door membrana interossea
- over membraan naar distaal
- richting: middenpunt tuberositas tibiae - caput fibulae
=> beide malleoli
- gekruist door m. extensor hallucis longus
- onder retinaculum extensorum = naamveranding = a. dorsalis pedis
- op voetrug te palperen lateraal van m. extensor hallucis longus
- zijtak tussen basis metatarsaal I & II naar voetzool = arcus plantaris
- zijtakken voor art, spieren & rete malleolare mediale
- a. arcuata = boog over basis metatarsalen
–> digitale takken & plantaire takken
zijtakken
1) a. recurrens tibialis posterior
- inconstant aanwezig
- art tibiofibularis
2) a. recurrens tibialis anterior = rete art. genus
3) a. malleolaris anterior medialis = rete malleolare mediale
4) a. malleolaris anterior lateralis = rete malleolare laterale
a. fibularis
O. a. tibialis posterior na 4cm
- tussen m. tibialis posterior & m. flexor hallucis longus
zijtakken
- a. nutriens fibularis
- rami musculares
- rami perforans
- rami communicantes
eindtakken
- rami malleolares laterales = rete malleolare laterale
- rami calcanei = rete calcaneum
- rami malleolares mediales = rete malleolare mediale
- a. nutriens tibiae
- rami musculares
- ramus ccommunicans
rete art. genus
= rond patelle & condylen van femur
1) oppervlakkig netwerk
- tussen fascia & huid
- rond patella, lig patellae & vetweefsel
2) diep netwerk
- op de femur & tibia dicht bij art. vlakken
- bloed voor bot, beenmerg & capsula art.
3) a. die rete vormen
- a. superior lateralis/medialis genus
- a. inferior lateralis/medialis genus
- a. media genus
- a. descendens genus
- a. circumflexa femoris lateralis
- ramus circumflexus fibularis (a. tibialis posterior)
- a. recurrens tibialis anterior/posterior.
anastomosen enkel
1) rete malleolare mediale
- a. malleolaris anterior medialis (a. tibialis anterior)
- aa. tarsales mediales (a. dorsalis pedis)
- rami malleolares mediales (a. tibialis posterior)
- rami calcanei (a. tibialis posterior)
- takken van de a. plantaris medialis
2) rete malleolare laterale
- a. malleolaris anterior lateralis (a. tibialis anterior)
- a. tarsalis lateralis (a. dorsalis pedis)
- ramus perforans (a. fibularis)
- rami malleolares laterales (a. fibularis)
- takken van de a. plantaris lateralis
oppervlakkige venen onderarm
1) v. basilica
O. mediaal voorarm
- ventraal rond elleboog
- doorboring fascia brachii
I. 1 v/d vv. brachiales
2) v. cephalica
O. tabatiere anatomique
- kruisen naar laterale zijde onderarm
- lateraal over bovenarm
- voorwand van axilla
- fascia clavipectoralis doorboren
I. v. axillaris
3) v. mediana cubiti
= anastomose tussen v. basilica & v. cephalica tussen ventraal over art. cubiti
4) v. mediana antebrachi
O. ventraal midden op voorarm
- anastomoserende takken met v. cephalica
I. v. basilica of v. mediana cubiti
diepe venen onderarm
1) vv. radiales & ulnares
- samen met a. radialis & ulnaris
- samenvloeien met venen die samen met a. interossea anterior & posterior lopen
- grote verbinding met v. mediana cubiti
2) vv. brachialis
- samen met & gelijke takken als a. brachialis
- anastomosen met oppervlakkige venen
3) v. axillaris
- geen ontdubbeling
- samenvloeien met v. cephalica rond 1e rib
- kleppen aan distaal uiteinde
–> v. cephalica & vv. subscapulares ook kleppen
4) v. subclavia
- voorste scalenus poort
- samenvloeien met v. juglaris interna = v. brachiocephalica