H4. Het geheugen Flashcards
Waar verwijst de term geheugen naar?
het proces waardoor wij ervaringen vastleggen in onze hersenen en deze na verloop van tijd terug kunnen oproepen in het bewustzijn (intentioneel of spontaan)
Welke metafoor kunnen we gebruiken voor het geheugen?
de metafoor van de bibliotheek
=> je steekt er dingen in, haalt er dingen uit, geordend, …
Het geheugen is een cognitief systeem met nauwe banden met de … . En een … systeem dat info … en …?
waarneming - constructief - interpreteert - reorganiseert
Welke soorten geheugeninhouden kunnen we onderscheiden?
- expliciet / declaratief geheugen
- episodisch geheugen
- semantisch geheugen
- impliciet / procedureel geheugen
Wat is het expliciet / declaratief geheugen?
- knowing what
- studeren, vanbuiten leren, ervaringen opdoen, …
Wat is het impliciet / procedureel geheugen?
- knowing how
- fietsen, autorijden, lopen, spreken, zwemmen, …
Wat is het episodisch geheugen?
- ervaringen uit het verleden (autobiografisch geheugen en prospectieve geheugen)
Wat is het semantisch geheugen?
kennis, opgeslagen volgens themata, betekenis
Welke 3 geheugensystemen onderscheiden we?
- sensorisch / zintuiglijk geheugen
- kortetermijn / werkgeheugen
- langetermijn / permanent geheugen
Wat zijn de kenmerken van het zintuigelijk geheugen?
- visuele stimuli => iconisch geheugen
- auditieve signalen => echoïsche geheugen
- tast => tactiel geheugen
Wat is het functioneel spoor?
het gedurende een korte tijd heel even blijven functioneren van een specifiek neuronencircuit
(zintuiglijk en KTG)
Wat is chunking?
een aantal afzonderlijke elementen samen voegen tot grotere gehelen
= vormen van chunks, trossen of clusters
Welke fasen zijn er bij het opslaan van informatie?
- inprenting
- latentieperiode
- reproductie
Het … is eigenlijk een onderdeel van de waarneming.
zintuiglijk geheugen
In het zintuigelijk geheugen en het KTG wordt enkel een … spoor gevormd. In het LTG ook een … spoor.
functioneel - structureel
Het KTG is eigenlijk ons … .
nu-bewustzijn
= de denkbeeldige ruimte waar zich al onze momentane bewustzijnsinhouden bevinden
Uit welke onderdelen bestaat ons werkgeheugen volgens Baddley en Hitch?
- centrale bestuurder
- buffers
- fonologische lus
- visuospatiaal schetsblad
- episodische buffer
Wat beslist de centrale bestuurder?
naar welke informatie de aandacht op een bepaald moment zal gaan en wat ermee gedaan moet worden
Wat doen de buffers?
houden een bepaald soort informatie actief in gereedheid om ze desgewenst ter beschikking te stellen van de centrale bestuurder
Wat is de fonologische lus?
hier wordt auditieve informatie kortstondig bewaard door ze inwendig te herhalen
Wat is het visuospatiale werkblad?
houdt de visuele en ruimtelijke informatie gedurende een zekere tijd vast
Wat is een episodische buffer?
hier wordt verschillende informatie rond eenzelfde thema bij elkaar gevoegd om er ten behoeve van de centrale bestuurder een soort totaalbeeld van te maken
Wat is inprenting?
er wordt een structureel spoor gevormd in de hersenen vanaf het moment van een bewustzijnsinhoud
Van wat is inprenting voornamelijk afhankelijk?
- de mate waarin informatie een goed gestructureerd geheel vormt
- het aantal relevante cues die verbonden worden met de info
Welke andere zaken kunnen ook een invloed hebben op inprenting?
- aantal herhalingsbeurten
- voorkennis
- capaciteiten
- concentratie
- gemoedstoestand
Welke vormen van herhalen zijn er?
onderhoudend en bewerkend herhalen
Wat is maintenance rehearsal?
een waarneming constant herhalen om deze wat langer in het KTG vast te houden
Wat is elaborate rehearsal?
de input zodanig bewerken dat je deze beter kan vasthouden in het KTG
Wat was het experiment van Craik en Lockhart? Wat is de conclusie?
- 60 woorden
- visueel, fonetisch, betekenis
=> het is van belang om de te hanteren strategie aan te passen aan het soort materiaal dat ingeprent moet worden
Wat zijn cues of ophaalwijzen?
interne of externe omstandigheden die zowel aanwezig zijn bij de inprenting als op het moment van de reproductie, en die bij het ophalen van de ingeprente informatie als een soort index gebruikt kunnen worden om de ermee verbonden gegevens vlot naar boven te halen
KORT: omstandigheden tijdens inprenting en reproductie gelijkaardig maken om beter te kunnen ophalen
Wat is het principe van de codeerspecificiteit van Tulving?
naast de info zelf worden ook elementen van de interne of externe context mee opgeslagen
Wat is de functie van externe omstandigheden?
- geuren, beelden, smaken, … kunnen herinneringen oproepen
- experiment duikers (locatie inprenting - reproductie)
- examen afleggen in hetzelfde lokaal als dat waarin je de les hebt gekregen
- hoe meer herinneringscues, hoe beter je de info terug vindt
Wat is de functie van de innerlijke toestand?
- gemoedscongruentie-effect
- zeigarnik-effect
- open taakspanning
- liedje in hoofd
Wat is het gemoedscongruentie-effect?
dat herinneringen makkelijker en af en toe zelfs spontaan naar boven komen wanneer mensen opnieuw dezelfde gemoedstoestand beleven als ten tijde van de inprenting
Wat is het zeigarnik-effect?
bij het aanvatten van een taak ontstaat er een spanning die normaliter aanhoudt tot de opdracht voltooid is = taakspanning (bij onvoltooide taken)
Welke grafiek geeft weer hoe lang informatie bewaard blijft in het geheugen?
de vergeetcurve van Ebbinghaus
Wat is de besparingsmethode?
er wordt minder vergeten wanneer gespreide herhalingsbeurten toegevoegd worden
Wat is de latentieperiode?
de tijd dat de informatie opgeslagen is in het permanent geheugen, maar ook hieruit kan je informatie vergeten
Waarom vergeten wij?
- vervagen van geheugensporen
- interferentie
- een tekort aan ophaalwijzen
Wat is de spoorvervaltheorie?
door een gebrek aan oefening zouden de gevormde sporen geleidelijk in onbruik raken en wegslijten
(mogelijk door synapsen die minder ‘doorgankelijk’ worden wanneer ze minder gebruikt worden
(Ebbinghaus)
Wat is de interferentietheorie?
rivaliserende inprentingen die tijdens de latentiefase gebeuren zorgen ervoor dat we dingen vergeten
Welke fenomenen kan je ervaren wanneer er op een bepaald moment geen passende cues aanwezig zijn om een specifieke herinnering naar boven te halen?
- FOK-fenomeen
- TOT-fenomeen
Wat kan een oplossing zijn als er geen passende cues aanwezig zijn?
de ABC-methode
Wat is het FOK-fenomeen?
“feeling of knowing”: gevoel dat je het weet
Wat is het TOT-fenomeen?
“tip of the tongue”: je weet dat je het weet
Wat is amnesie en waar mag je het niet met vergelijken?
= geheugenverlies
≠ vergeetachtigheid
Welke soorten amnesie kunnen we onderscheiden?
retrograde en anterograde amnesie
Wat is retrograde amnesie? Geef enkele voorbeelden.
het onvermogen om vanaf een bepaald moment terug te gaan in de tijd en zich dingen te herinneren die voordien gebeurd zijn
vb. posttraumatische amnesie, ziekte van Alzheimer, (infantiele amnesie)
Wat is anterograde amnesie? Geef enkele voorbeelden.
het inprenten van nieuwe gegevens is vanaf een bepaald moment verstoord
vb. Syndroom van Korsakoff, patiënt H.M., ziekte van Alzheimer
Op welke manieren kan je herinneringen oproepen?
spontaan of door het gebruik van zoekstrategieën
Wat kunnen aanleidingen zijn van spontane herinneringen?
- een externe prikkel
- interne gemoedstoestand of ingesteldheid
- deelfragmenten van de herinnering zelf
- flashbulb-memories
Wat zijn flashbulb-memories en wat zijn hier redenen voor?
= lichtflitsherinneringen
= zeer emotionele gebeurtenissen waar we zowel de gebeurtenis als allerlei toevalligheden van dat moment inprenten
redenen: emoties, niet alledaags, herhaaldelijk opnieuw ophalen en opnieuw inprenten
vb. Moord op JFK, dood van prinses Diana, 9/11, je eerste kus, …
Tussen welk soort herinneringen maken we een onderscheid bij het gebruik van zoekstrategieën?
associatieve en strategische herinneringen
Door wat worden associatieve herinneringen opgeroepen?
de hippocampus
Hoe worden strategische herinneringen opgehaald?
frontale kwabben => hippocampus
Welke zoekstrategie kan je toepassen op moeilijk traceerbare informatie op te halen?
stap-voor-stap-benadering
Wat is stap-voor-stap-benadering?
op een ordelijke en systematische manier het individu helpen om op een betrouwbare manier zoveel mogelijk relevante informatie naar boven te halen
Welke soorten fouten kunnen er ontstaan in geheugenvorming/paramnesie?
- valse getuigenissen
- invloed van irrelevante geheugenfragmenten
- misleidende cues bij de reproductie
- hypnose
- gecreëerde herinneringen
Wat zijn oorzaken van vervorming bij valse getuigenissen?
lacune in herinnering –> wij hebben niet graag lacunes –> willen die lacune opvullen –> gebruiken hiervoor elk houvast dat we krijgen
Wat toonde Frederic Bartlett aan met zijn proefjes?
dat vervormingen dikwijls doordat mensen de neiging hebben om hun herinneringen n te passen in de kennis en de opvattingen waar ze al over beschikken (cognitieve schema’s)
=> experiment ‘zoet’
Welk soort vragen geven misleidende cues bij de reproductie?
leading questions of suggestieve vragen
Welke geheugenpsychologe heeft het effect van suggestieve vragen onderzocht? Welk experiment gebruikte ze hiervoor?
E. Loftus
experiment: verkeersongeval, ‘knallen’ of ‘botsen’
- knallen: 36% van personen herinnerde dat er gebroken glas te zien was
- botsen: 12% van personen herinnerde dat er gebroken glas te zien was
Waarom valt hypnose onder ‘misleidende cues bij de reproductie’?
- vals gevoel van zekerheid
- meer fantasie/valse herinneringen => gecreëerde herinneringen
Wanneer kunnen gecreëerde herinneringen onstaan?
- bij hypnose
- bij gewone ‘ingeplante’ herinnering
- bij visualisering
Wat zijn ingeplante herinneringen?
iemand plant valse herinneringen in bij iemand anders, de persoon waarbij deze ingeplant zijn ziet deze als waarheid
=> fantaseren over een waargebeurd verhaal dat je verteld is, is al genoeg om het als werkelijk gebeurd feit te ervaren
Wat is visualisering?
= je fantasie gebruiken om onbewust herinneringen op te roepen
Verklaar de Wet van Murphy: “wanneer er iets mis kan lopen, zal het mis lopen”
je let niet op de dingen die wél goed gaan, wat mis loopt, brengt negatieve emoties met zich mee en we onthouden beter dingen met emoties
vb. je komt te laat op school doordat je steeds voor een rood stoplicht hebt gestaan
=> je besteed meer aandacht op de rode stoplichten (negatief) en zal waarschijnlijk niet gemerkt hebben als het stoplicht wél groen was