H14 Rechtsmiddelen Flashcards

1
Q

Rechtsmiddel

A

Het aanwenden van een rechtsmiddel betekent meestal dat een door een rechter genomen beslissing ter discussie wordt gesteld bij een andere (hogere) rechter.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Beslissing

A

Overkoepelend begrip van beschikkingen en uitspraken tezamen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Uitspraak

A

Wordt tijdens of na afloop van het onderzoek ter terechtzitting gegeven.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Beschikking

A

Voorafgaand aan het onderzoek ter terechtzitting, bijvoorbeeld de beslissing tot het bevelen van gevangenhouding.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

In kracht van gewijsde

A

Een uitspraak heeft kracht van gewijsde als daartegen geen beroep meer mogelijk is. De tenuitvoerlegging van een straf/maatregel kan alleen dan ingaan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Gewone rechtsmiddelen

A

Rechtsmiddelen die kunnen worden ingesteld tegen een vonnis dat nog niet in kracht van gewijsde is gegaan (hoger beroep, cassatieberoep).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Hoger beroep

A

In hoger beroep wordt gedagvaard door advocaat-generaal bij het hof.
Het hof beoordeelt of de uitspraak van de rechtbank in stand kan blijven;
* Vonnis wordt bevestigd (art. 423 Sv).
* Vonnis wordt vernietigd, het hof doet nieuwe uitspraak.
* Het hof stuurt de zaak terug naar de rechtbank (art. 423 lid 2 Sv), tegen het vonnis van de rechtbank kan opnieuw hoger beroep worden ingesteld.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Cassatieberoep

A

Tegen de uitspraak van het hof kan in cassatieberoep worden gegaan bij de Hoge Raad. In cassatie wordt slechts beoordeeld of de rechtsregels correct zijn toegepast, er wordt niet inhoudelijk op de zaak ingegaan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly