H14: Het lymfevaatstelsel Flashcards
Wat zijn de vier onderdelen van het lymfestelsel?
Vaten
Vloeistof
Lymfocyten
Lymfoïde weefsels en organen
Bespreek de lymfevaten
Netwerk begint in de perifere weefsels en eindigt bij verbindingen met de venen
Bespreek lymfe
Vloeistof die door lymfevaten stroomt. Het lijkt op bloedplasma maar bevat veel langere concentratie opgeloste eiwitten
Bespreek lymfocyten
B-lymfocyten: antistofgemedieerde immuniteit, specifiek
T-lymfocyten: celgemedieerde immuniteit, specifiek
NK-cellen: immunologische surveillance, aspecifiek
Wat zijn lymfoïde weefsels?
Verzamelingen van los bindweefsel en lymfocyten in structuren die LYMFEFOLLIKELS worden genoemd.
Vb amandelen
Wat zijn lymfoïde organen?
Complexere structuren die grote aantal lymfocyten bevatten en die met lymfevaten zijn verbonden
Vb lymfeknopen, milt en thymus
Wat zijn de algemene functies van het lymfestelsel?
- Productie, onderhoud en transport lymfocyten
- Terugkeer van vloeistoffen en opgeloste deeltjes vanuit perifere weefsels naar bloed
- Transport van hormonen, voedingsstoffen en afvalstoffen
Waar worden lymfocyten gevormd en opgeslagen?
In het rode beenberg en de thymus.
Opgeslagen in lymfoïde organen (milt)
Wat kan je vertellen over de terugkeer van vloeistoffen en opgeloste deeltjes vanuit perifere weefsels naar het bloed?
Doordat lymfestelsel het weefselvocht terugbrengt wordt de samenstelling van de interstitiële vloeistof overal in het lichaam constant gehouden.
Hoeveel stroomvolume heeft lymfe dagelijks? Waarom is dat belangrijk?
3,6l/dag
Beschadiging van een groot lymfevat kan een snelle en dodelijkse daling van het bloedvolume veroorzaken
Hoe verloopt het transport van hormonen, voedingsstoffen en afvalstoffen in lymfe?
Sommige stoffen kunnen de bloedsomloop niet rechtstreek binnen. Die worden via lymfevaten naar de venen vervoerd. Oa de meeste vetten
Welke twee grote lymfevaten voeren het lymfevocht af naar de bloedsomloop? Wat is hun gebied?
DUCTUS Thoracicus
Rechterkant lichaam boven diafragma
Mondt uit in linker v. subclavia
DUCTUS lymphaticus
Al de rest
Mondt uit in rechter v. subclavia
Wat is een lymfoedeem?
Als afvoer van lymfe vanuit een arm of been is geblokkeerd. De interstitiële vloeistof hoopt zich op in de ledematen waardoor deze gaan opzwellen.
Welke typen lymfocyten zijn er en waarvoor staan de afkortingen?
B-lymfocyten: uit beenmerg
T-lymfocyten: uit thymus
NK-cellen: natural killer
Bespreek B-lymfocyten
> Kunnen zich differentiëren tot plasmacellen die antistoffen (ook immunoglobinen) vormen.
Antistoffen binden zich aan antigenen (ziekteverwekkers, afwijkende cellen, lichaamsvreemde stoffen).
Het vormt een antigeen-antistofcomplex
Dat zet een keten van gebeurtenissen in gang die leidt tot vernietiging van het doelmolecuul/organisme
=> antistofgemedieerde immuniteit
10-15% van lymfocyten
Bespreek T-lymfocyten
Cytotoxische cellen die vreemde of geïnfecteerde cellen meteen aanvallen.
Celgemedieerde immuniteit.
80%
Bespreek NK-lymfocyten
Leveren aangeboren, niet-specifieke immuniteit.
Vallen aan: vreemde cellen, geïnfecteerde cellen en tumorcellen.
Bewaken perifere weefsels voortdurend
=> Immunoserveillance
5-10%
Geef twee voorbeelden van een lymfefollikel. Wat gebeurt er als binnendringers zich in een lymfefollikel vestigen?
Tonsillen (amandelen): bewaken toegang tot spijsverteringskanaal en luchtwegen
> Tonsillitis
Appendix: ophoping follikels aan de wand
> Appendicitis
Bespreek lymfeknopen
Werken als waterfilters: zuiveren lymfe voordat deze het veneuze systeem bereikt.
- Verwijdering van antigenen
- Stimuleren van T-cellen en B-cellen
Bespreek de thymus
Thymosine stimuleert delingen van lymfoïde stamcellen en rijping van T-cellen.
T-cellen migreren naar medulla en verlaten thymus via één van de bloedvaten.
Bespreek de milt
Bevat de grootste hoeveelheid lymfoïd weefsel in het lichaam.
Werkt als waterfilter zoals lymfeknopen maar voor bloed in plaats van lymfe.
Wat is het verschil tussen specifieke en niet-specifieke immuniteit?
Niet-specifiek
- Vanaf geboorte aanwezig
- Maakt geen onderscheid in bedreigingen
Specifiek
- Ontstaan als gevolg van blootstelling aan schadelijke stoffen of organismen
- Reageert op een infectie maar negeert andere bacteriën en virussen
Wat zijn een aantal kenmerkende zaken van niet-specifieke immuniteit?
FYSIEKE BARRIERE
> Houden gevaarlijke organismen en stoffen buiten het lichaam
FAGOCYTEN
> Eerste lijn van cellulaire verdidiging: vallen micro-organismen aan vaak nog voor ze worden opgemerkt door lymfocyten.
1. Microfagen: neutrofielen en eosinefielen in het bloed
2. Macrofagen: stammen af van monocyten in het bloed
IMMUNOLOGISCHE SURVEILLANCE
> Voortdurende bewaking van gezonde weefsels. Vernietiging abnormale cellen door NK-cellen in perifere weefsels.
ONTSTEKINGSREACTIE
Gelokaliseerde respons op weefselniveau die de verspreiding van een verwonding of infectie tegengaat
KOORTS
Verhoging van lichaamstemperatuur die weefselmetabolisme en afweeractiviteit versnelt
Welke soorten adaptieve immuniteit zijn er?
ACTIEVE IMMUNITEIT (blootstelling antigenen)
> Natuurlijke, verworven actieve immuniteit (blootstelling aan antigenen in omgeving)
> Geïnduceerde, verworven actieve immuniteit (na toediening van antigenen om ziekte te voorkomen)
PASSIEVE IMMUNITEIT (blootstelling antistoffen)
> Natuurlijke passieve immuniteit (overdracht antistoffen via placenta of moedermelk)
> Geïnduceerde passieve immuniteit (na toediening antistoffen om infectie te bestrijden)
Wat is immunoglobine B?
Een antistof dat wordt aangemaakt bij grotere hoeveelheden of herhaaldelijk contact met het antigeen.
Grootste groep is IgG: verantwoordelijk voor weerstand tegen veel virussen, bacteriën..
Kan placenta passeren en passieve immuniteit verlenen aan foetus
Wat zijn de verschillen tussen een primaire (eerste blootstelling) en een secundaire immuunreactie?
PRIMAIR
- Duurt even voordat antistoffen in bloedplasma verschijnen
- Trage toename antistoffen
- Beperkte hoeveelheid antistoffen
SECUNDAIR
- Zeer snel na besmetting antistoffen in bloed
- Snelle toename antistoffen
- Erg veel antistoffen