filosofie Flashcards

1
Q

wat is discours

A

een samenhangende manier van denken die verankerd is in onze cultuur

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

wat zijn de inhoudelijke rollen van de sociaal werker

A

de gids, de vakman, de belangenbehartiger, de ondersteuner/ stimulator.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

wat doet de gids, rollen SW’‘er

A

wegwijzer, mensen aan hun recht laten komen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

wat doet de vakman, rollen sw’er

A

vaardigheden overdragen, competenties vergroten, concrete dienstverlening op maat.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

wat doet de belangenbehartiger, rollen sw’er

A

stem geven, bemiddelen, signaleren, handelingsmogelijkheden verruimen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

wat doet de ondersteuner, rollen sw’er

A

nieuwe perspectieven bieden, krachtgericht werken, mensen tot hun recht laten komen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

wat is autonomie

A

zelf in staat zijn om te kiezen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

wat is medische ethiek

A

de regels zijn vaak leidend, niet de situatie van een patient.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

wat is het participatieparadox

A

participatie voor alle mensen met een verstandelijke beperking kan participatie tegengaan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

met welke negatieve aspecten hebben mensen met een vb te maken

A
  • meer moeite om mee te doen in een complexe maatschappij.
  • minder hulpbronnen
  • hechten aan andere aspecten van kwaliteit van leven.
  • ervaren minder kwaliteit van leven.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

wat zegt het maatschappijkritisch perspectief

A
  • eigen regie moet worden verruimd.
  • grenzen moeten ter discussie kunnen staan.
  • welzijn voor mens, maatschappij en natuur.
  • niet alleen zelf bepalen wat er gedaan moet worden in de eigen ruimte.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

wat houdt de roddelhypothese van dunbar in

A

roddels hebben een goede functie, je deelt informatie en daardoor krijgen anderen het idee dat je iets voor hen doet en in ruil daarvoor krijg je iets terug.

informatie is cruciaal als het gaat om groepsbinding

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

juist of onjuist
mensenrechten kun je zien als het kader op basis waarvan ongelijkheid in al zijn vormen wordt bestreden

A

juist

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

waar tegen beschermen grondrechten burgers

A

tegen de macht van de overheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

wat is het beginsel van gelijkheid

A

het ene individu heeft niet meer rechten dan de ander. voor de wet is iedereen gelijk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

waaruit bestaat de trias politica

A

wetgevende macht, rechtssprekende macht, uitvoerende macht

17
Q

waar gaat de sociaal contract theorie vanuit

A

dat alle mensen vrij en gelijk zijn

18
Q

waar gaat de natuur staat vanuit

A

een denkbeeldige voorstelling van hoe de mens samenleeft als er geen regels, wetten, rechten en plichten zouden zijn.

we zijn van nature vrij en gelijk.

19
Q

wat legt het sociaal contract vast

A

hoe de verhouding tussen burgers onderling moet worden geregeld zodat het recht op vrijheid en gelijkheid wordt gegarandeerd.

geen ondertekening, maar stilzwijgende instemming.

20
Q

thomas hobbes theorie

A
  • het individu wordt gedreven door wantrouwen en streven naar zelfbehoud/eer.
  • macht: de ander een slag voor zijn.
  • we staan onze vrijheden af aan een soevereine macht die ons beschermt tegen anderen.
  • mensen zijn van nature slecht, bij schaarste worden we hebberig.
21
Q

hoe noemt hobbes de soevereine macht

A

leviathan.
deze staat boven de wet, staat boven alles

22
Q

wat betekent leviathan

A

iedereen levert een klein stukje van zichzelf in ten gunste van een overheerser die soeverein is

23
Q

wat is zelfbeschikking

A

vrijheid over onze eigendommen te beschikken wordt beperkt door gelijkheid

24
Q

john locke theorie

A
  • de zorg voor anderen vloeit voort uit ons mens zijn, als de ander gelukkig is ben ik dat ook.
  • door arbeid maak ik iets tot mijn eigendom.
  • zelfbeschikking om anderen niet te schaden
25
Q

rousseau theorie

A
  • de natuurstaat is ideaal, de maatschappij die wij hebben gemaakt is het probleem.
  • de mens heeft genoeg aan zichzelf ( amour-de-soi).
  • medelijden met de ander zorgt voor natuurlijke grenzen.
26
Q

wat is amour propre

A

wanneer jaloezie en afgunst hun intrede doen, is het eigenbelang groter dan het belang van ons.

27
Q

john rawls theorie

A

alles laat zien dat er onrechtvaardigheid is als het gaat om verdeling van primaire goederen.

sluier van onwetendheid: stel je voor dat jij niet jij was, zorgt voor belangeloos rederneren!