Chapter 3 & 4 (Principles and Practices / Classification, Assessment and Diagnosis, and Intervention) Flashcards
Stoornissen zijn endogenous, wat betekend dit?
ze komen van binnenuit, niet vanuit de omgang met de
omgeving.
Interrater reliability
De vraag of meerdere onderzoekers op dezelfde conclusie uitkomen.
Cross-time reliability
De vraag of een kind door dezelfde onderzoeker op 2 verschillende
momenten in dezelfde classificatiecategorie wordt ingedeeld.
Internal validity
De mate waarin kinderen met dezelfde stoornis een gelijkaardige
ontwikkelingsgeschiedenis en gelijkaardige symptomen laten zien.
External validity
De mate waarin een diagnose bruikbare informatie oplevert over de
gevolgen ervan (bv. Mogelijke uitkomsten, effectieve behandelingen).
Dimensional classification
Er bestaan verschillende dimensies van een stoornis, het is niet zwart-wit
of er een stoornis is en welke dan, hier zijn verschillende gradaties in mogelijk. Bottom-up werkwijze.
Vooral geschikt voor bv. ODD/CD, ADHD, depressie, waarbij er veel verschillende dimensies mogelijk
zijn.
Externalizing dimension
Ondergecontroleerd gedrag, richt zich naar buiten, bv. ODD/CD,
ADHD.
Internalizing dimension
Overgecontroleerd gedrag, richt zich naar binnen, bv. angsten,
depressie, sociale isolatie.
Standardized tests
Testen waarbij de resultaten van een kind worden vergeleken met data van
andere gelijkaardige kinderen (bv. op leeftijd en geslacht), zowel kinderen met een normale
ontwikkeling als kinderen met een stoornis.
Projective measures
Gaan uit van het idee dat wanneer je een kind een dubbelzinnige stimulus
aanbiedt, de reacties een reflectie zullen zijn van onbewuste motivaties, zorgen en conflicten. Bv.
Inkblot testen.
Outcome research
Onderzoek waarin wordt gekeken of kinderen aan het einde van een behandeling
verbetering laten zien ten opzichte van voor de behandeling, vergeleken met kinderen die geen
behandeling hebben gehad.
Process research
Onderzoek naar de specifieke mechanismen en factoren die therapeutische
verandering kunnen voortbrengen. Verschillend per kind.
Primary prevention
Het verminderen of elimineren van psychopathologie-gerelateerde risico’s,
waardoor stoornissen minder vaak voor zullen komen.
Universal preventive measures
Worden ingezet voor iedereen (bv. het vaccinatieprogramma
voor elk kind).
Selective preventive measures
Worden ingezet voor kinderen met een hoger risico (bv. extra
programma op school voor kinderen met een zwakke achtergrond).
Indicated preventive measures:
Worden ingezet voor groepen met specifieke risicofactoren,
zijn ook uitgebreidere interventies (bv. een pakket aan hulpverlening voor families met
premature baby’s)
Secondary prevention
Interventies die worden ingezet wanneer er vroege signalen van problemen
en abnormaal gedrag zich voordoen, maar voordat er een stoornis is vastgesteld.
Tertiary prevention
Interventies die worden ingezet wanneer er al een stoornis is vastgesteld. Het
doel is om gezond functioneren weer te herstellen en toekomstige verergeringen te voorkomen.
Een kind heeft een Fixation, leg uit…
Het kind gaat langer door met iets waar andere kinderen al eerder mee stoppen (bv
langer duimzuigen)
Deviance
Het kind gedraagt zich abnormaal, anders dan andere kinderen
Developmental pathways
Goede of slechte aanpassing zijn punten op een levenslange weg.
Ontwikkeling is een traject.
Broad pathways
Grotere gerichte patronen van gevoelens, gedachten en gedragingen over
meerdere domeinen (bv. Sociale competentie, academisch succes).
Narrow pathways
Meer specifieke doelen (bv. muziekinstrument leren spelen, nieuwe taal
leren, lange-afstandsvriendschap onderhouden).
Initiating trajectories
Ouders selecteren omgevingen en activiteiten voor het kind.
Supporting trajectories
Ouders geven aandacht en aansporing aan hun kind.
Mediating trajectories
Ouders helpen kinderen omgaan met tegenvallers, bereiden ze voor
en beschermen ze voor negatieve trajecten
Equifinality
Verschillende omstandigheden leiden tot dezelfde diagnose
Multifinality
Dezelfde startpunten leiden tot verschillende uitkomsten.
Coherence
De logische en betekenisvolle link tussen vroege ontwikkelingsvariabelen en latere
uitkomsten.
Noem de 5 markers van een gezonde ontwikkeling
- Een positief zelfbeeld
- Zelfcontrole
- Beslissingen kunnen maken
- Moreel geloofssysteem
- Sociale connecties
de Five C’s zijn:
Caring, Character, Competence, Confidence en Connections.
Cross-sectional research
Onderzoek waarbij op 1 moment data wordt verzameld. Resultaten van
verschillende groepen deelnemers worden vergeleken. Focust zich op leeftijdsgerelateerde
verschillen. Kan snel worden uitgevoerd.
Longitudinal research
Onderzoek waarbij dezelfde groep deelnemers voor een langere tijd gevolgd
wordt. Op meerdere momenten wordt data verzameld van dezelfde personen. Focust zich op het
ontwikkelingsproces van individuen.
Translational research
Heeft als doel om de toepassing van onderzoek op de klinische praktijk te
vergemakkelijken
Developmental cascades
Meerdere gevolgen die ontstaan door interacties en gebeurtenissen die
zich verspreiden over tijd en verschillende domeinen. Kan zowel positief als negatief zijn. Kan alleen
in beeld worden gebracht met longitudinaal onderzoek.
Homotypic prediction
Een stoornis in de volwassen leeftijd word voorspeld door dezelfde stoornis in
de kindertijd.
Heterotypic prediction
Een stoornis in de volwassen leeftijd is gelinkt aan verschillende stoornissen
in de kindertijd.