Chapitre 4 Flashcards
Le procureur de Roi
De procureur des Konings
Le prévenu
De verdachte
Défaillant
Afwezig
L’auteur des faits
De dader
Le coauteur
De mededadar
Les coups volontaires
De opzettelijke slagen
Les blessures
De verwondingen
Le Code pénal
Het Strafwetboek
Le sexisme
Het seksisme
Le mépris
de minachting
L’atteinte
De schending
La dignité
De waardigheid
La récidive
De recidive
L’audition
Het verhoor
Immédiatement
Onmiddellijk
La déclaration
De verklaring
Insulter
Beledigen
Le certificat médical
Het medisch attest
L’incapacité de travail
De arbeidsongeschiktheid
Le témoin
De getuige
Le véhicule
Het voertuig
Le plaignant
De aanklager
La condamnation
De veroordeling
L’emprisonnement
De gevangenisstraf
Le sursis
De voorwaardelijke straf
La peine
De straf
Le décime additionnel
De toegevoegde opdecimes
Condamner
Veroordelen
Le juge
De rechter
Le tribunal
De rechtbank
La sanction
De sanctie
L’infraction
De overtreding
La prévantion
De preventie
Le comportement
Het gedrag
L’avocat
De advocaat
La victime
Het slachtoffer
Le témoignage
De getuigenis
L’arrestation
De arrestatie
L’enquête
Het onderzoek
Le verdict
Het vonnis
Les sévices corporels
Het lichamelijk misbruik
La jurisprudence
De rechtspraak
La législation
De wetgeving
Le code de procédure pénale
Het wetboek van strafvordering
L’accusé
De beschuldigde
La déclaration sous serment
De verklaring onder eed
La contumace
Bij verstek
Les dommages et intérêts
De schadevergoeding