Chapitre 3 Flashcards
Le bail
Het huurcontract
Le propriètaire
De eigenaar
Le locataire
De huurder
Le résidence principale
Het hoofdverblijf
Meublé
Gemeubileerd
La durée
De duur
Le préavis
De voorafgaande kennisgeving
Le résiliation
De beëindiging
L’indemnité
De vergoeding
Le loyer
De huurprijs
Les charges
De lasten
La consommation
Het verbruik
La provision
Het voorschot
La garantie locative
De huurwaarborg
L’état des lieux
De plaatsbeschrijving
L’entretien
Het onderhoud
Les réparations
De reparaties
L’usure normale
De normale slijtage
La vétusté
De ouderdom
Le vice caché
Het verborgen gebrek
La force majeure
De overmacht
Les transformations
De wijzigingen
L’assurance
De verzekering
La cession
De overdracht
La sous-location
De onderverhuring
L’enregistrement
De registratie
La déclaration
De verklaring
Les annexes
De bijlagen
Les règlements
De reglementen
La copropriété
Het mede-eigendom
L’habitation
De woning
La salubrité
De gezondheid
Habitable
Bewoonbaar
La sécurité
De veiligheid
La législation
De wetgeving
Les sanctions
De sancties
Les formalités
De formaliteiten
La reconstruction
De wederopbouw
Le transfert
De overdracht
Les collatéraux
De zijverwanten
L’expulsion
De uitzetting
Les droits et obligations
De rechten en plichten
Les contract écrit
Het schriftelijk contract
La prorogation
De verlenging
Le juge de paix
De vrederechter
Le bien immeuble
Het onroerend goed
Les contributions directes
De directe belastingen
La permanence
Het spreekuur
L’autorité publique
De openbare autoriteit
L’avenant
De aanvulling