Algemene narcose Flashcards

1
Q

Stadia van Guedel

A

Anesthesiediepte

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Stadium 1

A

= amnesie/analgesie

  • begin inductie van anesthesie tot bewustzijnsverlies
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Stadium 2

A

= excitatie/delier

  • na bewustzijnsverlies
  • op EEG toename hersenactiviteit bep regio’s
  • excitatorische fenomen (hoesten, bewegingen, spartelen)
  • onregelmatige ademhaling en apen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Stadium 3

A

= chirurgisch stadium

VLAK 1:
-> ontstaan van regelmatige ademhaling tot stoppen oogbolbewegingen
-> verlies ooglidreflex & slikreflex
-> verlies conjunctivae reflex op einde

VLAK 2:
-> stop oogbolbewegingen tot beginnende paralyse intercostaalspieren
-> verlies laryngale en cornea refflexen
-> toename traanproductie
-> regelmatige ademhaling

VLAK 3:
-> van beginnende tot volledige paralyse intercostaalspieren
-> diafragma-ademhaling blijft
-> pupildilatatie en afwezigheid lichtreflex

VLAK 4:
-> complete paralyse van IC ademhalingsspieren en uiteindelijke paralyse van diafragma

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Stadium 4

A

= toxisch stadium

  • vanaf stoppen ademhaling tot dood door respiratoir arrest & vasculaire collaps
  • gepaard met spierparalyse en extreme pupildilatatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Inhalatie anesthetica

A
  • seroflurane
  • isoflurane
  • lachgas
  • desflurane
  • xenon
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Intraveneuze hypnotica

A
  • propofol
  • etomidaat
  • ketamine
  • benzodiazepines
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Neuromusculaire blok: N. adductor pollicis

A
  • via elektrische stimulus activeren
  • duim gaat samentrekken
  • train of four
  • kunnen we pt al wakker maken (zelfstandig ademen)?
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Tachyfylaxie

A

= plotse vermindering van effect na herhaalde toediening

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Hypnotica inwerkend op GABAa-R

A
  • propofol
  • etomidaat
  • volatiele anesthetica
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Hypnotica inwerkend op NMDA-R

A
  • ketamine
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

MAC

A

= minimal alveolar concentration

relevant bij inhalatie anesthetica

-> zorgt dat 50% wel of niet beweegt als respons op chirurgische incisies

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

cerebrale effecten inhalatie anesthetica

A

contra-indicatie bij intracraniële overdruk WANT cerebrale vasodilatatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

volatiele anesthetica & maligne hyperthermie

A

allemaal trigger -> TE MIJDEN

anesthesie machine spoelen met zuurstof

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

klinisch gebruik LACHGAS

A
  • reukloos gas
  • MAC 104% -> altijd in combinatie met een ander gas
  • snelle in- & uitwerking
  • slecht voor milieu
  • postoperatieve misselijkheid en braken
  • vermijden bij:

=> zwangerschap (inhibitie vitB12 synthese)

=> luchthoudende holtes

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

klinisch gebruik SEVOFLURANE

A
  • organisch gas, gehalogeneerd met fluor
  • meest gebruikt in EU
  • lage oplosbaarheid, MAC 2%
  • geschikt voor inductie
  • minder hemodynamische effecten
  • potente bronchodilatator
  • excitatie fase eerder hevig
17
Q

klinisch gebruik DESFLURANE

A
  • gefluorideerd methyl, ethyl, ether
  • lage oplosbaarheid (snelle in- & uitwerking)
  • verboden in EU
  • hoge MAC, lage potentie
  • speciale verdamper nodig
  • zeer prikkelend, geen inductie mogelijk
  • uitgesproken hemodynamische effecten
18
Q

Analgetica: CV effecten

A
  • bradycardie
  • histaminevrijzetting: vasodilatatie
  • hypotensie in combinatie met benzodiazepines
19
Q

Analgetica: respiratoire effecten

A
  • dosis-dependente ademhalingsdepressie (uren)
  • verminderde CO2 respons
  • onderdrukking hoestreflex
20
Q

Analgetica: CZS effecten

A
  • normoventilatie: ↓ hersenperfusie & ICP
  • hypoventilatie: ↑ ICP
  • spierrigiditeit
  • miosis (vernauwen pupil)
21
Q

Analgetica: effect galwegen

A

spasme galwegen en sfincter van Oddi: galcrisis

22
Q

Analgetica: effecten maag-darmstelsel

A
  • ↓ peristaltiek
  • ↑ sfinctertonus (ileus & obstipatie)
23
Q

Analgetica: effecten genito-urinair stelsel

A
  • ↑ tonus & peristalsis ureter
  • ↑ tonus blaasspier
  • ↑ tonus blaassfincter
24
Q

Spierrelaxantia: werkingsmechanisme

A

Ach-R thv motorische eindplaat

competitieve antagonist met normale NT verantwoordelijk voor spiercontractie

25
Q

Succinylcholine

A
  • spontane afbraak
  • werkt snelst van alle NMB (neuromusculaire blokkers) -> crush inductie!
  • werkingsduur 3-5 min
26
Q

Spierrelaxantia: antagonisten

A
  • cholinesterase inhibitoren
  • suggamadex
  • GEEN antagonist voor succinylcholine