Algemene leerdoelen Flashcards
Hoe verschillen kwantitatief onderzoek en kwalitatief onderzoek van elkaar en wat zijn de overeenkomsten?
Verschillen: Kwantitatief onderzoek richt zich op cijfers en statistieken; kwalitatief onderzoek op diepgaande inzichten en context.
Overeenkomsten: Beide methoden gebruiken systematische data verzameling en analyseren gegevens om onderzoeksvragen te beantwoorden.
Hoe bepaal je wanneer een onderzoeksvraag kwalitatief onderzoek vereist en wanneer kwantitatief onderzoek nodig is?
Kwalitatief onderzoek: Geschikt voor het begrijpen van percepties, ervaringen, en betekenis.
Kwantitatief onderzoek: Nodig voor het meten van omvang, frequentie, of trends.
Hoe neem je diepte-interviews af en transcribeer je deze?
Afname: Stel open vragen, luister actief, en creëer een vertrouwelijke sfeer.
Transcriptie: Noteer woordelijk de antwoorden en markeer non-verbale signalen waar relevant.
Hoe analyseer je kwalitatieve data met Atlas.ti en rapporteer je deze in een wetenschappelijk verslag?
Analyse: Codeer data door thema’s te identificeren en clusters te vormen.
Rapportage: Beschrijf methoden, thema’s, en ondersteun bevindingen met citaten uit de data
Hoe zet je een onderzoek met focusgroepen op en voer je dit uit?
Opzetten: Selecteer een diverse groep deelnemers en stel een gestructureerde maar flexibele gids op.
Uitvoering: Faciliteer de discussie, moedig participatie aan, en neem de sessie op voor analyse.
Hoe beschrijf je verschillende vormen van observeren en selecteer en pas je de best passende observatietechniek toe in een gegeven situatie?
Vormen: Participerende observatie, niet-participerende observatie, en gestructureerde observatie.
Selectie: Kies een techniek gebaseerd op het doel van het onderzoek, de setting, en de mate van betrokkenheid.