Week 9 Flashcards
bestanddelen sigaretten
- nicotine: verslavend
- > 40carcinogene stoffen
- irriterende bestanddelen (inflammatie)
- CO (koolstofmonoxide)
pack-years
aantal pakjes sigaretten per dag x aantal jaar
*duur is belangrijker dan aantal sigaretten per dag
cijfers over roken ter kennisgeving
Roker rookt gemiddeld 14/dag
25 miljard sigaretten gekocht per jaar
28 procent van mensen >15 rookt
lager opgeleiden > 30%
hoger opgeleiden ≈ 20%
27% stoppoging
relatieve risico longkanker bij rokers
- voor actief roker: RR >20 (= 2000%)
- Voor passief roker: RR 1,2 (= 120%)
slagingskans stoppen met roken
- cold turkey: 7,3% (10mnd)
- advies dokter: 10,2% (12mnd)
- nicotine middelen: 7-14% (12mnd)
- medicatie: 33% (12mnd)
waterpijp vs roken
waterpijp:
- meer CO
- vergelijkbare hoeveelheid nicotine
- dramatisch grotere hoeveelheid rook
risicofactoren longkanker voor niet-rokers
- meeroken
- radon en thoron in huis
- koolgestookt vuur
- genetische aanleg
epidemiologie longkanker
- 5-jaars overleving ongeveer 15%
- > 80% heeft locaal of op afstand uitgezaaide
ziekte - Grote veranderingen in de behandelmogelijkheden in
de laatste 10 jaar
(Van chemo naar personalised medicine en immune-oncologie)
vrouwen vs mannen longkanker
- vrouwen vaker adenocarcinoom ipv plaveiselcarcinoom
- vrouwen vaker diagnose op jongere leeftijd
- hebben hogere kans ook al roken ze minder
lokale symptomen van tumorgroei long
- luchtweg
hoest, sputum, infectie, hemoptoe, dyspneu - pleuravocht
dyspneu, hoest, pijn - pleura/thaoraxwandingroei
pijn - ingroei nervus recurrens
heesheid - oesophaguscompressie
passagestoornissen
vena cava superior syndroom
- compressie door tumor > geeft stuwing: gezwollen gelaat, halsvenen, hoofdpijn etc
- trombose
- invasie/infiltratie vaatwand
oorzaak: intrathroacale tumoren
- longcarcinomen
- lymfomen (NHL)
- mediastinale tumore
Horner syndroom
sulcus superior tumor
in longtop loopt de plexus brachialis, als deze verdrukt wordt ontstaat:
- schouderpijn, missies (vernauwde pupil), ptosis (afhangend ooglid), anhidrosis (niet zweten), en eioftalmie (terugzakken oogbol)
** klachten aan aangedane kant
pancoast syndroom
sulcus superior tumor in longtop tast zenuwen richting arm aan
- pijn in schouder uitstralend naar arm
- syndroom van Horner
- zwakte/atrofie van handmusculatuur
*alle 3
anamnese longcarcinoom
moeheid
klachten door tumor
vraag naar voorkomende metastasen
neuro klachten, botpijnen
longcarcinoom lichamelijk onderzoek
- gewichtsverlies: > 10% afgelopen 3 mnd
- lymfadenopathie (supraclaviculair, oksels)
- heesheid
- Vena Cava Superior Syndroom
- hepatomegalie
- weke delen zwelling
- kloppijn wervelkolom
labonderzoek longkanker
normale labwaardes sluiten longcarcinoom niet uit
radiologie longcarcinoom (ter kennisgeving)
nodules, massa, atalectase, pleuravocht, infiltraat, lymfeklieren
hoeveel procent longcarcinomen worden gemist op X-thoraxfoto?
30%
hoe gaat het onderzoek met longcarcinoom verder? (de stadiering)
na de CT wordt er een PET scan gemaakt
bronchoscopie
Vroeger flexibele glasvezel, nu videochip
op de tip (diameter ± 5 mm)
onder lokale verdoving
via neus of mond
nuchter zijn, behalve medicatie
in Nederland door longarts
EUS
endoscopic ultrasound system
- punctie in slokdarm
- linkszijdige deel bovenste mediastinum
- subcraniale klier
- onderste deel mediaotium beiderzijds
- linker en rechter bijnier
EBUS
endobronchial ultrasound
- punctie in trachea
- botste deel mediastinum beiderzijds
- subcraniale klier
- hilaire klieren
transthoracale punctie
(onder geleide van ct)
- perifere tumoren
- cytologie en histologie
- 7-35% kans op pneumothorax
Contra-indicaties:
*respiratoire insufficiëntie
*monolong
*pulmonale hypertensie
*stollingsstoornissen
stadium uitdrukking kanker
TNM
T = tumor grootte/locatie
N = lymfeklier uitzaaiingen
M = uitzaaiingen naar andere organen (bot, lever, hersenen etc)
stadium/ behandeling niet-kleincellig longcarcinoom
I (lokaal) - operatie
II (lokaal) - operatie evt met (neo)adjudant chemo-immunotherapie
III (lokaal gevorderd) - (operatie) evt met (neo)adjudant chemo-immunotherapie + chemo-radiotherapie + immunotherapie
IV (uitgezaaid) - chemotherapie en/of immunotherapie
3 soorten onderzoek die behandeling bepalen
is ziekte curabel? > stagnering
is patient operabel? > functieonderzoek
tumor respectabel? > beeldvorming/ok
Operabiliteit (functie onderzoek)
- Longfunctieonderzoek
spirometrie, diffusiecapacteit, Inspanningstest - Cardiologisch onderzoek
- Voedingstoestand
- Performance status
hoeveel % van de patiënten komt daadwerkelijk bij chirurg met longkanker?
25%
postoperatieve zorg na longkanker resectie
“chest physiotherapy”
- al preoperatief beginnen
- vermindert het aantal pulmonale complicaties significant, met
name bij hoog-risico-patienten
- opgeven van sputum
- mobiliseren 3-4 x daags
- redistributie met vermindering van de V/C mismatch
- “rehabilitation”
- thromboseprofylaxe
- voorkomen van aspiratie
chemoradiotherapie
beter is concurrent chemo RT
- beter dan sequentieel
- betekent tegelijk chemo en bestraling > hogere toxiciteit
- 1 jaar survival rate: 40%
oncogene drivers bij het adenocarcinoom
KRAS gen
EGFR sensitizing gen
ALK
(ongetekend of kleine deel overig)
eerste behandeling in adenocarcinoom long keuze
pembrolizumab
stadium/ behandeling kleincellig longcarcinoom
I (lokaal) - operatie
II (lokaal) - operatie evt met (neo)adjudant chemo-immunotherapie
III (lokaal gevorderd) - (operatie) evt met (neo)adjudant chemo + chemo-radiotherapie
IV (uitgezaaid) - chemotherapie
*immunotherapie werkt niet echt
verschillende soorten longkanker
- sowieso proliferatie van epitheliale cellen:
bronchus-, bronchiolar of alveolair epitheel
kleincellig vs niet-kleincellig longcarcinoom
niet-kleincellig: 85%
- adenocarcinoom
- plaveiselcel carcinoom
- grootcellig carcinoom
- adenosquamenteus carcinoom
* groeit langzamer en zaait minder snel uit
plaveiselcel carcinoom kenmerken
- 40-50% van niet-kleincellig
- centraal
- meestal groot >4cm
- centrale cavitatie >80%
- M>V
- zeer sterke relatie met roken
plaveiselcel carcinoom microscopisch
- Vaak necrotisch
- Verhoorning
- Desmosomen
*Geen
buisvorming
* Geen slijm
adenocarcinoom kenmerken
- 40% van niet-kleincellig
- perifeer
- V>M
- jongere leeftijd
- mutaties: EGFR of KRAS
adenocarcinoom microscopisch
klier differentiatie:
- buizen
- slijm
- geen desmosomen
- geen verhoorning
TTF-1 meestal +
AAH
atypische adenomateuze hyperplasie
precursor laesie:
- niet destructief
- non-invasief
- <5mm diameter
ontwikkelingsvolgorde adenocarcinoom
AAH = atypische adenomateuze hyperplasie
>
adenocarcinoma in situ (AIS)
>
(invasief) adenocarcinoom
grootcellig carcinoom kenmerken
- 10% van niet-kleincellig
- overal in long
- roken ++
- vaak enige plaveiselcellibge of adeno-differentiatie detecteerbaar
grootcellig carcinoom microscopisch
- middelgrote-/ grote cellen
- vergrofd chromatine
- nucleoli duidelijk zichtbaar
- scherpe celgrenzen
- geen buisvorming, slijmvorming
- geen verhoorning/desmosomen
kleincellig carcinoom kenmerken
- 10-15% van primaire bronchuscarcinomen
- centraal in long
- roken ++
- neuroendocrien carcinoom
- zeer agressief
- meestal uitgezaaid op moment diagnose
- frequent gepaard met paraneoplastisch syndroom
kleincellig carcinoom microscopisch
- kleine-middelgrote cellen
- hoge kern-cytoplasma ratio
- egaal vergroft chromatine
- geen of onopvallende nucleoli
- geen buisvorming/ slijm
- geen verhoorning/desmosomen
EGFR pathway verstoord door kras gen
zie plaatje slides
- kras mutatie
- EGFR mutatie
EGFR mutatie kenmerken
- 2e lijn chemotherapie matig effect
- start behandeling met EGFR-Tki (afatinib of gefitinib of erlotinib)
Do’s en don’s slechtnieuwsgesprek
1 contact maken
- vertrouwelijke maar zakelijke sfeer creëren
2 de klap uitdelen
- slecht nieuw kort, duidelijk en volledig brengen (niet stap voor stap)
3 reactie opvangen
- de ander de ruimte geven, begrip tonen, gevoelens herkennen en bespreekbaar maken, reflecteren op dat gevoel, samenvatten
4 toewerken naar een vervolg
- alleen deze stap zetten als de ander daar klaar voor is, informatie gedoseerd brengen, kort/ eenvoudig taalgebruik, ondersteuning en evt nazorg
schema pag 57 slim
check wel eerst of dit klopt
lees 63 slim
komt sws tentamenvraag over ‘botsende waarden’