Week 12 Flashcards

1
Q

Wat zijn de functies van de blaas?

A

Mictiecyclus:
- vulfase (opslagfase)
- ledigingsfase (mictiefase)
lage druk reservoir

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Welke spieren zijn betrokken bij de blaasfunctie?

A

Coordinatie tussen detrusor en sfincter:
- m. detrusor: parasymp.
- urethrale sfincter: somatisch

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Welke structuren zijn betrokken bij de blaas innervatie?

A
  • Cortex: timing
  • Pons: coordinatie blaas en sfincter
  • Sacraal mictie centrum: versterking en fijnafstelling
  • Plexus pelvicus
  • N. pudendus-> innerveert bekkenbodem en sfincter
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Beschrijf de mictie reflex

A

Stretchreceptoren blaas meten rekking→ opstijgende signalen→ pontiele mictie centrum→ cortex→ PMC→ SMC→ blaas langs plexus pelvicus gestimuleerd, sfincter langs n. pudendus geinhibeerd. Disynergie als coordinatie tussen blaas en sfincter niet goed verloopt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat zijn de gevolgen van uitval van innervatie van de blaas?

A
  • Cortex uitval→ spastische blaas. Geeft klachten zoals urge-forse incontinentie
  • Traumatische dwarslaesie→ cortex en pons uitgeschakeld. Spastische blaas en dyscoordinatie, vaak incomplete lediging
  • Alle centra uitgeschakeld (infranucleaire laesie, in of onder SMC)→ slappe, grote blaas. Alleen beetje lediging door buikdruk, incompleet
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat zijn de gevolgen van een infranucleaire laesie?

A

Slappe blaas-> urine retentie:
- Overloop incontinentie
- UWI’s
- Stuwing nier-> achteruitgang nierfunctie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat zijn de gevolgen van een supranucleaire laesie?

A

Stugge blaas-> druk in blaas-> minder nierfunctie
Overactieve blaas-> spier hypertrofie-> intramurale druk-> stuwing nieren-> minder nierfunctie
Overactieve sluitspier-> hogere druk in blaas + reflux-> minder nierfunctie
UWI’s-> reflux nefropathie-> minder nierfuncite

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn hoogrisico situaties bij een neurogene blaas?

A

Stugge blaas of slappe blaas met overactieve sfincter is hoogrisico situatie voor nierfunctie, met normale/ slappe sfincter niet

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat zijn oorzaken van een neurogene blaas bij kinderen?

A
  • sluitingsdefecten neurale buis (MMC)
  • anorectale malformaties (vaak gepaard met blokwervels)
  • tethered cord syndroom (TCS)
  • traumatische/ iatrogene dwarslaesie
  • myelitis transversa, MS
  • Cerebral Palsy
  • grote chirurgie in kleine bekken
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn de kenmerken van neurale buis sluitingsdefecten?

A
  • spina bifida, MMC
  • frequentie 3/1000
  • meestal lumbosacraal
  • multifactorieel
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Welke blaasdisfuncties komen voor bij MMC?

A

Blaas:
- overactief
- hypocontractiel
- stug, niet rekbaar
- reflux
Sluitspier:
- overactief, aangespannen
- slap, open
Mate van blaasdisfunctie moeilijk te voorspellen, afhankelijk van niveau en mate dwarslaesie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat doet de uroloog bij een neurogene blaas?

A

Gericht op het vinden van risicofactoren:
- anamnese, LO
- onderzoek urine
- echo nieren en blaas
- urodynamisch onderzoek
- nierfunctie
- mictiecysturethrogram (MCU)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat kan gemeten worden met video-urodynamisch onderzoek (VUDO)?

A
  • capaciteit blaas
  • instabiele blaas?
  • detrusor-sfincter-dyssynergie
  • residu na mictie
  • uroflow
  • lekdruk (LPP<40cmH2O)
  • vesico-ureterale reflux?
  • configuratie blaashals
  • morfologie blaaswand (hypertrofie?)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat zijn de doelen van behandeling van een neurogene blaas?

A
  1. Behoud nierfunctie: minder blaasdruk en UWI’s
  2. Continentie
  3. Behoud QoL
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Hoe wordt een neurogene blaas behandeld?

A

Gericht op problemen mictiefase:
- CIC: intermitterende catheterisatie
- A-blokker
- TUC/SIPC
- Neuromodulatie
Gericht op problemen opslagfase:
- Anticholinergica
- B-mimetica
- Botox
- TUC/SIPC, neuromodulatie, augmentatie, ileum conduit

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Hoe werken de verschillende medicijnen die gebruikt worden bij neurogene blaas?

A

Anticholinergica: remt M3 waardoor blaascontractie niet op gang komt (geen Ca influx)
B-mimeticum zorgt voor relaxatie detrusor
Botox zorgt ervoor dat acetylcholine niet vrijkomt in de spleet (dus M3 niet geactiveerd)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Wat zijn mogelijke bijwerkingen van anticholinergica?

A
  • Troebel zien
  • Droge mond
  • Obstipatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Wanneer is er sprake van puberteit bij jongens?

A

Puberteit bij jongens gestart als testikelvolume ≥4ml

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Hoe start de puberteit?

A
  • Start in je hersenen
  • Tijdstip familiair bepaald
  • Veel genen spelen een rol
  • Leidt uiteindelijk tot pulsatiele afgifte van GnRH
  • Leidt tot afgifte van LH en FSH
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Wat zijn de functies van LH en FSH bij jongens?

A

FSH zorgt voor groei testes (sertolicel), LH voor afgifte testosteron (leydigcel)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Beschrijf de tanner stadia bij jongens

A

Tanner stadia 1-5 stadium 0 bestaat niet, 1 is niks en 5 is volwassen.
- Genitaal (G): 1-5
- Pubisbeharing (P): 1-5
- Okselbeharing (A): 1-3

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Wanneer vindt normaal de puberteit bij jongens plaats?

A

Jongens gem op leeftijd 11,5 in puberteit, spreiding 9-14, als daarbuiten onderzoek doen (pubertas praecox of tarda)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Waardoor komt de grootte van testes in begin puberteit niet altijd overeen met de mate van beharing?

A

Wisselende:
- testosteron productie
- gevoeligheid van haarfollikels voor testosteron

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Is er sprake van centrale puberteit als er wel beharing is maar geen testesgroei?

A

Iha niet:
-> het testosteron/ androgenen komen dan of autonoom uit testes (tumor) of uit de bijnieren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Q

Hoe zie je dat de puberteit is gestart bij meisjes?

A

Tanner stadium M2 (niet de ovarium grootte)
- Grootte borsten komen niet per se overeen met tanner
- Palperen om te weten of het vet of gestimuleerd borstklierweefsel is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
26
Q

Door welk hormoon wordt borstgroei gestimuleerd?

A

Oestradiol geproduceerd door het ovarium

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
27
Q

Beschrijf de tanner stadia bij meisjes?

A

Borsten (M): 1-5
Pubes (P): 1-5
Okselhaar (A): 1-3

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
28
Q

Door welk hormoon wordt pubes groei gestimuleerd?

A

Androgenen uit de ovarium en bijnier

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
29
Q

Wanneer start de puberteit normaal bij meisjes?

A

Gem 10 jaar en 7 maanden, normale range >8 en <13

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
30
Q

Hoe kan onderscheid gemaakt worden tussen centraal of perifeer aangestuurd pubertas praecox?

A

LHRH (GnRH) test-> bij centrale puberteit leidt toediening tot hoge LH en FSH stijging, bij perifere niet

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
31
Q

Wat zijn oorzaken van centrale pubertas praecox?

A

Pathologie in cerebro:
- Congenitaal: hydrocephalus, arachnoidale cyste
- Verworven: tumoren, hydrocephalus, infectie (abces, meningitis), trauma, radiotherapie
- Syndromen: neurofibromatose
- Secundair aan blootstelling geslachtshormonen
Idiopathisch:
- Familiair
- Sporadisch

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
32
Q

Waarom wordt pubertas praecox behandeld?

A
  • Eindlengte preservatie (mn bij start <6j)
  • Emotioneel-sociaal
    Praktisch: IM/sc-injecties elke 4-12 wk (decapaptyl, lucrin, pamoreline enz)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
33
Q

Wanneer vindt de eerste menarche gemiddeld plaats?

A

Gem 13 jaar en 1 mnd. Gem 2,5 jaar tussen M2 en menstruatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
34
Q

Wat voor diagnostiek kan gedaan worden bij pubertas tarda?

A

Hersenen:
- LHRH deficientie: LH/ FSH/ E2
- LH/ FSH uitval ~ tumor, maar geen klachten: PM MRI
- Prolactinoom: prolactine
- Ondervoeding/ overinspanning (leptine nodig)
Ovarium:
- Ovarieel auto-immuun, FraX, Turner enz.: LH/ FSH/ E2/ AMH/ InhB
Uterus:
- Geen uterus: echo
- Hematocolpos

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
35
Q

Hoe wordt puberteitsinductie gedaan?

A

Puberteitsinductie bij oestrogeen pleister of tablet, 3-4 jaar om op te bouwen naar volwassen dosis, blijven gebruiken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
36
Q

Wat is de definitie van pubertas praecox?

A

M2 <8 jaar bij meisjes
Testis >=4 ml <9 jaar bij jongens
Bij centrale pubertas praecox LH en FSH verhoogd voor de leeftijd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
37
Q

Wat is de definitie van premature pubarche?

A

P2 <8 bij meisjes
P2 <9 bij jongens

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
38
Q

Wat zijn oorzaken van een premature pubarche?

A

(Laag LH en FSH)
- Premature adrenarche
- Verhoogde androgeenproductie bij jongens uit bijnier (late onset adrenogenitaal syndroom of tumor) of testis (tumor of andere autonome productie)
- Verhoogde androgeenproductie bij meisjes uit: bijnier (late onset..), ovarium (tumor)
- Testosterongel van familielid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
39
Q

Wat zijn de kenmerken van premature adrenarche?

A
  • Pubis/ okselbeharing, volwassen transpiratiegeur, soms acne
  • Androgeenproductie in zona reticularis
  • V:M: 10:1
  • Geen groeiversnelling, geen significant voorlopende botleeftijd
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
40
Q

Wat zijn oorzaken van te vroege borstontwikkeling?

A
  • Centrale pubertas precox: LH en FSH verhoog voor leeftijd
  • Premature thelarche: LH en FSH laag
  • Verhoogde oestrogeen productie: persisterende follikel, tumor ovarium, autonome productie bij mccune albright syndrome
  • Orale anticonceptie van familelid
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
41
Q

Wat is premature thelarche?

A
  • Geisoleerde borstontwikkeling
  • Normale groei, botuitrijping en eindlengte
  • Geen beharing
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
42
Q

Wat zijn oorzaken van premature thelarche?

A

Bij zuigeling/ peuter/ kleuter: nog aanwezige FSH activiteit: GnRH systeem nog niet volledig in rust, stimulatie van een ovarium follikel, meestal voorbijgaand
Bij leeftijd 5-8 jaar: vroege activatie gonadale as, zeer langzame progressie borstontwikkeling

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
43
Q

Wat is de definitie van pubertas tarda?

A

Jongens: testis <4ml 14+
Meisjes: M1 13+

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
44
Q

Wat zijn oorzaken van pubertas tarda?

A

Laag LH en FSH:
- Familiair laat
- Centrale uitval: congenitaal/ verworven
Veel te hoog LH en mn FSH:
- Gonadale insufficientie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
45
Q

Wat voor diagnostiek wordt gedaan bij afwijkende puberteitstart?

A
  1. handfoto (skeletleeftijd ligt achter bij late rijping, voor bij vroege puberteit)
  2. basaal/ random LH, FSH mn als verhoogd is
  3. oestradiol/ testosteron-> maar dat zie je eigenlijk al aan de buitenkant
  4. LHRH (GnRH) test om te zien of LH en FSH al centraal geactiveerd is (alleen zinvol bij vroege puberteit)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
46
Q

Hoe wordt pubertas precox/ tarda behandeld?

A
  1. Remmen van puberteit met GnRH agonist of antagonist tot gem pubertaire leeftijd
  2. Puberteit induceren met oestradiol bij m en testosteron bij j, bouw dosis op in 3 jaar
  3. Bij GnRH deficientie is het mogelijk om GnRH, LH en/of FSH te geven maar is een complexere behandeling
  4. Bij GnRH deficientie of gonadaal falen moet je volwassen dosis voortzetten
47
Q

Wat is genderdysforie?

A
  • Identiteit niet passend bij biologische sekse
  • Normal geslachtsontwikkeling
48
Q

Hoe wordt genderdysforie behandeld?

A
  • Pubertaire ontwikkeling remmen (GnRH-agonist)
  • Genderbevestigende behandeling (real-life test)
  • Psychologische begeleiding
49
Q

Wat is pseudodominantie?

A

Pseudodominantie is het fenomeen waarbij een recessief allel tot uiting komt in het fenotype, omdat het corresponderende dominante allel afwezig is. Dit gebeurt meestal door een deletie van het dominante allel op de andere chromosoomkopie.

50
Q

Wat is compound heterozygotie?

A

De situatie dat iemand op elk van beide allelen van een gen een verschillende mutatie heeft

51
Q

Wat is een Robertsiaanse translocatie?

A

Chromosomen hebben een lange (Q-) en een korte (P-) arm. Bij een Robertsoniaanse translocatie zitten de twee lange armen van twee verschillende chromosomen aan elkaar vast. De korte armen van die twee chromosomen zijn meestal weg

52
Q

Wat is hemizygoot?

A

Een organisme is hemizygoot voor een erfelijk kenmerk als er voor dat kenmerk maar één allel aanwezig is

53
Q

Wat is een reciproke translocatie?

A

Bij een reciproke translocatie zijn delen van twee verschillende chromosomen afgebroken. Het deel van het ene chromosoom is op het andere chromosoom terechtgekomen en omgekeerd

54
Q

Wat is dubbel heterozygoot?

A

De aanwezigheid van twee verschillende gemuteerde allelen op twee afzonderlijke genetische loci

55
Q

Wat is heteroplasmie?

A

Heteroplasmie beschrijft de situatie waarin twee of meer mtDNA-varianten in dezelfde cel bestaan

56
Q

Wat zijn constitutionele varianten?

A

Constitutioneel mozaiek: door hele lichaam. Mozaiek kan je niet erven: of helemaal wel of helemaal niet aangedaan afhankelijk van eicel/ zaadcel

57
Q

Wanneer komen mitochondriele ziekten tot uiting?

A

Mitochondriële ziekten kunnen op elke leeftijd optreden
* in het algemeen kan gezegd worden dat kerngecodeerde mitochondriële ziekten zich op de kinderleeftijd presenteren en mitochondrieel gecodeerde ziekten in de pubertijd of op volwassen leeftijd

58
Q

Hoe erft angelman syndroom over?

A

Angelman: omgekeerde imprinting (paternale allel standaard uit). Uniparentale disomie is een incident, geeft geen verhoogd risico aan broer/ zus aangedaan persoon. Prader-willi maternale imprinting in hetzelfde allel

59
Q

Wat is het verschil tussen een somatisch en kiemcel mozaiek?

A

Somatisch mozaiek: tumor, ontstaat later in het leven. Geen verhoogd risico voor kind. Als in gonaden: kiemcel mozaiek, embryonaal, wel verhoogd risico voor kinderen, laag maar wel aanwezige herhalingsrisico, niet in bloed vindbaar

60
Q

Hoe erft duchenne over?

A

X-gebonden recessief:
67% moeder draagster: dochters 50% draagsters zonen 50% aangedaan
33% nieuwe mutatie / de novo
14% kiemcelmozaïcisme (germline mosaicism)

61
Q

Wat is de chirurgische DD bij een pasgeborene met gallig braken?

A

 Duodenumatresie / web
 Malrotatie / Volvulus
 Jejunum / Ileumatresie
 Meconiumileus
 M. Hirschsprung
 Colonatresie
 Anorectale malformatie
Niet gallig braken Chirurgische DD
 Pylorushypertrofie (leeftijd van 2 wk - 3 maanden)

62
Q

Wat is de DD bij een double bubble?

A
  • Duodenumatresie/web/stenose
  • Pancreas annulare: als ventrale bud via ventraal fuseert met pancreas→ circulaire pancreas, geeft duodenum obstructie. Vaak icm duodenum atresie
63
Q

Hoe ontstaat een duodenumobstructie?

A

 1 : 10.000
 Stoornis rekanalisatie duodenum: vult zich op bij week 6 en wordt bij week 9 weer hol-> rekanalisatie. Als het niet goed gaat kan het leiden tot een duodenum atresie

64
Q

Hoe wordt een duodenumatresie behandeld?

A

Behandeling: dwarse bovenbuikslaporotomie. Tot wel 6 weken parenterale voeding

65
Q

Wat is op een XBOZ te zien bij jejunumatresie?

A

Bubbel in maag en uitgezette dunne darm lis

66
Q

Wat is het postoperatief beleid bij een jejunum/ ileum atresie?

A

 Voeding rustig ophogen i.v.m. kaliberverschil t.p.v. anastomose!!
Verdere diagnostiek t.a.v. uitsluiten CF inzetten: 6-13% heeft CF bij atresie, normaal 0,03% CF!
CF kan ook meconiumileus veroorzaken
 M.b.v. Xcolon meconium op gang krijgen
 Evt. tijdelijk stoma aanleggen

67
Q

Hoe wordt een anorectale malformatie behandeld?

A

Behandeling afhankelijk van het type afwijking
 Een fistel aanwezig dan een anusplastiek direct of later
 Geen fistel aanwezig dan aanleg tijdelijk colostoma

68
Q

Hoe wordt een volvulus behandeld?

A

Ladd’se procedure: dunne darm rechts, dikke darm links. Kans <10% op nieuwe draaiingen
 Derotatie van de volvulus (tegen de klok in!!)
 Zo nodig resectie necrotische darm (evt. 2nd look)
 Klieven Laddse banden, verbreding mesenterium, darmen in nonrotatie dunne darm rechts en colon en appendix links

69
Q

Wat is de ziekte van Hirchsprung?

A

Normaal dalen de ganglioncellen van proximaal naar distaal in het rectum, als dat niet goed verloopt heeft het distale deel van het plexus geen ganglioncellen waardoor het niet kan ontspannen-> functionele obstructie

70
Q

Hoe wordt Hirchsprung behandeld?

A

 Acute fase: rectaal spoelen, zn stoma als spoelen niet voldoende is!
 Diagnostische fase: bevestigen diagnose m.b.v. Xcolon en RZB
 Therapeutische fase: resectie aganglioniar deel, na 2-3 mnd laparoscopische pull-through

71
Q

Hoe wordt een hydrocele testis behandeld?

A

 Hydrocele communicans i.p. operatie-indicatie
 Hydrocele testis of funiculi expectatief beleid

72
Q

Wat zijn de oorzaken van een UPJ stenose?

A

Vernauwing in de wand (intrinsiek) of door crossing vessel (extrinsiek)

73
Q

Wat zijn de klachten/ gevolgen van een UPJ stenose?

A
  • Buikpijn/ flankpijn
  • Misselijkheid
  • Braken
  • Hematurie, nierstenen, febriele UWI, HT, nierfunctieverlies
74
Q

Hoe wordt een UPJ stenose gediagnosticeerd?

A

Regelmatig delay in diagnose. Met echo dilatatie pyelum te zien, diagnose kan bevestigen met nierscan

75
Q

Wat zijn indicaties voor behandeling van een UPJ-stenose?

A
  • Klachten: pijn, UWI
  • Hypertensie
  • Nierstenen
  • Echo: pyelumdiameter >40mm
  • Echo: toename pyelumdiameter
  • Nierscan: verminderde functie
76
Q

Hoe wordt een UPJ-stenose behandeld?

A

Pyelumplastiek. Nier tijdelijk draineren zodat anastamose zonder te veel druk kan genezen, nefrodrain of JJ catheter. 1 dag opgenomen, succes 98%

77
Q

Wat zijn oorzaken van ureterale reflux?

A
  • anatomie ureter – blaaswand (dwars)
  • erfelijk
  • hoge blaasdruk: stenose urethra, spanning sfincter
78
Q

Wat zijn de klachten/ gevolgen van reflux?

A
  • Pyelonefritis
  • Cystitis
  • Nierschade-> dialyse, niertransplantatie
79
Q

Hoe wordt reflux gediagnosticeerd?

A

Diagnose mbv cystogram (contrast), DMSA-scan om mate nierschade te meten

80
Q

Hoe wordt reflux behandeld?

A

Preventie UWI
* preventieve antibiotica
* optimalisatie: plas-patroon, ontlastings-patroon, ♂ phimosis/circumcisie, ♀ locale hygiëne (E. coli, e. faecalis)

81
Q

Wat zijn indicaties voor een operatie bij reflux?

A
  • “doorbraak” febriele UWI
  • toename nierschade (DMSA-scan)
    minimaal invasief (Deflux®): succes +/- 60-70%
    open operatie: ureter-reïmplantatie: succes +/- 95%
82
Q

Wat is de oorzaak van een primair obstructieve mega-ureter?

A

Stenose distale ureter - voor de blaas

83
Q

Wat zijn de klachten/ gevolgen van een primair obstructieve mega-ureter?

A
  • Pyelonefritis
  • Nierschade
84
Q

Hoe wordt een primair obstructieve mega-ureter gediagnosticeerd?

A

Echo en nierscan met vertraagde afvloed uit ureter

85
Q

Hoe wordt een primair obstructieve mega-ureter behandeld?

A

Preventie UWI
* preventieve antibiotica
* optimalisatie…
Operatief: ureter-reimplantatie +/- reven

86
Q

Wat zijn indicaties voor een operatie bij primair obstructieve mega-ureter?

A
  • “doorbraak” febriele UWI
  • toename echografische dilatatie
  • afname nierfunctie
87
Q

Wat is de oorzaak van een duplicatuur + ureterocele?

A

stenose distale ureter – in de blaas
-> ureter verwijding in de blaas

88
Q

Wat zijn de klachten/ gevolgen van een duplicatuur + ureterocele?

A
  • Pyelonefritis
  • Nierschade
89
Q

Hoe wordt een duplicatuur + ureterocele gediagnosticeerd?

A
  • Echo
  • Nier-scan
90
Q

Hoe wordt een duplicatuur + ureterocele behandeld?

A

Preventie UWI
Operatief: puncties ureterocele, excisie ureterocele + dubbele reimplantatie (op oudere leeftijd of als puncties niet meer goed werken)

91
Q

Wat is de oorzaak van een duplicatuur + ureter-ectopie?

A

Uitmonding bovenpoolsureter buiten de blaas. (bij jongens in de zaadblaasjes uit→ kan infecties geven, bij meisjes in de vagina→ druppelincontinentie)

92
Q

Hoe wordt een ureter-ectopie gediagnosticeerd?

A

Echografie
MRI
Nier-scan

93
Q

Hoe wordt een uretero-ectopie behandeld?

A

Operatie noodzakelijk: bovenpoolresectie

94
Q

Wat zijn urethrakleppen?

A

Stenose in proximale urethra
* Incidentie 1 : 5.000
* UWI, reflux, nierfalen, incontinentie
* +/- 35% dialyse / transplantatie
* Echo (antenatal), cystogram, cystoscopie
* Therapie: scopie-incisie (evt. urostoma blaas of ureter)

95
Q

Wat is hypospadie?

A
  • +/- 1:250 jongens
  • lage positie meatus
  • ventrale curvatuur
  • afwijkende voorhuid
96
Q

Wat zijn de oorzaken van een hypospadie?

A
  • > 95% onbekend
  • androgeen receptor defect
  • afwijking androgeen metabolisme
  • genetisch defect
97
Q

Hoe wordt hypospadie geclassificeerd?

A

Glandulair 25%
Distaal- en mid-schacht 67%
Proximaal 8%

98
Q

Wat zijn de doelen van een hypospadie correctie?

A
  • normale positie meatus
  • correctie curvatuur
  • “normaal” uiterlijk
  • geen complicaties
99
Q

Hoe vaak komen complicaties voor bij een hypospadie correctie?

A
  • Complicaties totaal 10-50%
  • Fistel 5-25%
  • Dehiscentie 5-15%
  • > 80% afwijkend uiterlijk = operatie indicatie
100
Q

Welke techniek wordt voor hypospadie correctie gebruikt?

A

Tubularized Incised Plate technique = TIP
* mid & distale hypospadie
* proximaal & milde curvatuur
* spleetvormige meatus
* laag compliactie-%
* goed uiterlijk

101
Q

Wat is DSD?

A

De ontwikkeling van de gonade (testes/ovarium), inwendige en/of uitwendige geslachtsorganen is bij deze personen anders verlopen dan zoals wij meestal zien.
En dat gepaard met een ander uiterlijk van het genitaal, functieverlies/ verandering , minder of meer hormonen, verminderde vruchtbaarheid en soms grotere kans op kanker van de gonade (testes / ovarium).

102
Q

Hoe presenteert DSD zich?

A

Antenataal
* Op de prenatale echo kan niet goed gezien worden of het een jongen of meisje is.
* Karyogram (uitslag chromosomen) bij
vruchtwaterpunctie komt niet overeen met uitwendig genitaal op de prenatale echo
Neonataal
* Atypisch genitaal
Op de kinderleeftijd
* B.v. Liesbreuk bij een meisje met testis erin
Op de puberteitsleeftijd
Op volwassen leeftijd
* Infertiliteit
* Kiemceltumor in de geslachtsklier(en)

103
Q

Hoe ontwikkelen de mannelijke gonaden zich?

A

Eerste 6 weken bipotentiele gonaden. Oiv Y chromosoom ontwikkeling naar testis in week 7 en 8-> AMH uit sertoli zorgt voor regressie Mullerse structuren, testosteron en DHT uit leydig zorgen voor mannelijke geslachtsdifferentiatie (externe genitalia week 9-14). De bipotentiele gonaden sluiten van dorsaal naar ventraal

104
Q

Welke soorten atypische genitalia zijn er?

A

Virilisatie/ vermannelijking van vrouwelijk genitaal:
- Fusie van labia, vanaf dorsaal
- Cliteromegalie
Ondervirilisatie van mannelijk genitaal:
- Hypospadie
- Micropenis
- Niet ingedaalde testes
Alle andere variaties zijn meestal fysiologisch en/of gaan meestal ook niet gepaard met verminderde functie van de gonaden

105
Q

Wanneer is AO nodig bij een atypisch genitaal?

A

ALTIJD bij een atypisch genitaal (behalve bij de milde (=coronair of distale) hypospadie zonder andere afwijkingen). Hieronder valt ook:
- Ernstige (proximale) hypospadie bij een jongen met beiderzijds ingedaalde testes
- Normaal mannelijk genitaal maar bdzs niet ingedaalde testes

106
Q

Welk diagnostiek wordt voor geslachtstoewijzing gedaan?

A
  • Echo: uterus, gonaden
  • Hormonen bepalen (dag 2 na geboorte): testosteron + bijnierhormonen, AMH, inhibine B (sertoli)
  • Chromosomen: karyogram, (DNA)
107
Q

Wat is het androgenitaal syndroom?

A

In bijnier wordt cholesterol omgezet in aldosteron en cortisol, mn richting puberteit ook androgenen. Congenitale bijnierhyperplasie: bij enzymdeficientie ophoping voorloperstoffen waardoor er meer testosteron wordt gemaakt→ overvirilisatie, voorbeeld 46XX DSD

108
Q

Hoe wordt DSD ingedeeld?

A

Na diagnostiek indelen in 46XY DSD, 46XX DSD en sex chromosomaal DSD (Turner, Klinefelter)

109
Q

Voor wanneer moet er geboorte aangifte gedaan worden?

A

Binnen 3 werkdagen, kan tot 3 maanden gewijzigd worden

110
Q

Wat is inwendige virilisatie?

A

AGS: gemeenschappelijk stuk urethra en vagina, kort of lang. Een hoge SUG (sinus urogenital) vergt een complexere operatie

111
Q

Wat voor operatie wordt gedaan bij meisjes met AGS?

A

o Sinus urogenitalis correctie
o Evt. clitoris reductie (behoud vascularisatie + innervatie)
o Evt. labia correctie
Operatie timing: meestal kan de ingreep worden uitgesteld tot het kind oud genoeg is om hierover te kunnen meebeslissen omdat i.h.a. de clitorishypertrofie afneemt binnen 3-6 mnd na starten met corticosteroïd medicatie

112
Q

Hoe wordt hypospadie ingedeeld?

A

Hypospadie indeling obv plaats splitsing van corpus spongiosum

113
Q

Wanneer kan een hypospadie operatie uitgevoerd worden?

A

Timings opties voor de operatie zijn: 6-14 maanden; vanaf 5 jaar of ouder, b.v. 12 jaar zodat kind hierover kan meebeslissen

114
Q

Wat is het beleid bij compleet androgeen ongevoeligheidssyndroom?

A

Behoud va de gonaden tot in/ na de puberteit