Vocabulaire extra Flashcards
goede bedoelingen hebben
avoir de bonnes intentions
ik ben bijna gevallen = [j’a… … t…]
j’ai failli tomber
afschaffen, onderdrukken
supprimer
een eigenaardigheid, bijzonderheid [u… s…]
une singularité
waarschijnlijk, zonder twijfel
sans doute
overeenkomstig, conform
conforme
kat en muis spelen
jouer au chat et à la souris
intrekken, terugtrekken, wegnemen (bv. een vergunning)
retirer (par exemple, une autorisation)
handelen, opkomen voor
agir (pour)
(gerechtelijk) vervolgen
poursuivre (en justice)
een gewoonte
une habitude
eerlijk, oprecht
franc, franche
de overbevolking
la surpopulation
een verbod
une interdiction
een grens
une frontière
de intentie, de bedoeling
une intention
een onrecht
une injustice
verbieden
interdire
Het is de moeite (niet) waard!
Ça (ne) vaut (pas) la peine !
een misdrijf, een vergrijp
un délit
eindigen met, uiteindelijk + werkwoord
finir par (+ verbe)
de grens oversteken
passer la frontière
oplossen
résoudre
het lot
le destin
(de wet) omzeilen
contourner (la loi)
veilig, in veiligheid zijn
être en sécurité
een bijzonder kenmerk, bijzonderheid [u… p…]
une particularité
een gebied
un territoire
versoepelen
assouplir
de grond
le sol, la terre
een raad aan iemand (mee)geven
adresser (un conseil) à quelqu’un
een raad, raadgeving
un conseil
steunen
soutenir
een stommiteit
une connerie (fam.)
(een wet) opleggen
imposer (une loi)
men zou beter, het is beter …
il vaut mieux
verplichten om
obliger à
Het kan me / ons niets schelen, wat maakt het uit!
On s’en fiche ! / On s’en fout ! (spreektaal)
de onderdrukking
l’oppression
de Tweede Wereldoorlog
la Seconde Guerre mondiale
zich aanpassen aan
s’adapter à
Het haalt niets uit.
Ça ne sert à rien.
iets aan iemand toekennen
attribuer quelque chose à quelqu’un
Het is voor je eigen bestwil.
C’est pour ton bien.
verkrijgen
obtenir
de persvrijheid
la liberté de la presse
minderwaardig
inférieur, inférieure (a)
de lafheid, zwakheid, gelatenheid
la lâcheté
onverdraagbaar
insupportable
[iemand] aanhouden
arrêter (quelqu’un)
ergens op terugkomen, in vraag stellen
remettre en cause quelque chose
uitputten
épuiser
leiden tot
mener à
Dat is niet het einde van de wereld!
Ce n’est pas la fin du monde !
de ogen afwenden
détourner les yeux
een staat [≈ un pays]
un État
gehoorzamen aan
obéir à
un partenaire = … [een gezel(lin)]
un compagnon, une compagne
Er is niets aan te doen!
Il n’y a rien à faire!
het verblijfsrecht
le droit de séjour
een manier [une manière = u… f…]
une façon
een (voorzorgs)maatregel
une mesure (de précaution)
gelijkaardig, dergelijk
pareil, pareille
de belangstelling
l’intérêt (m.)
laf
lâche
de toekenning
l’attribution (f.)
het probleem uitvergroten
en faire toute une histoire
een boek
un bouquin [spreektaal]
zwaar [in de zin van “moeilijk”]
dur, dure
het stadsauto
une voiture citadine
aannemen, opnemen [bv. zijn verantwoordelijkheden]
assumer (par exemple : ses responsabilités)
een moeilijkheid, een probleem [un souci = u… e…]
un ennui
de wijsheid
la sagesse
een middel
un moyen
uitgesloten worden
être exclu, exclue
iets bestrijden
s’attaquer à quelque chose
met vuur spelen
jouer avec le feu
de uitputting
l’épuisement (m.)