VO.2 - Gehoorstoornissen: van onderzoek tot diagnose Flashcards

(19 cards)

1
Q

welke twee schalen worden gebruikt bij gehoor?

A
  1. Toonhoogte uitdrukken in octaven
    - verhoging van 1 octaaf = verdubbeling in frequentie
    - grondgetal is 2
  2. geluidssterkte uitdrukken in dB
    - verhoging van 10 dB (= 1 Bel)
    - vertienvoudigde intensiteit
    - grondgetal 10

Gebruik van logaritmische schalen om beperken van enorme getalswaarden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Hoe werken logaritmen?

A

Log(X):
- X: logaritme genomen –> argument van de log functie
- Log(x) = 1 minder dan het aantal cijfers van het grondgetal -1 –> maar geldt ALLEEN als X > 1
Dus:
- Log(10) = 1
- Log(100) = 2
- Log(1000) = 3
Op die manier is het een schatting van het getal dus log(2653) ligt tussen de 3 en de 4 –> (is niet hetzelfde als bij dingen met 10 omdat het dus niet in de tot de macht van 10 valt)

10^log(x) = x
log (1) = 0
Log (y/x) = log(y) - Log(x)
Log(1/x) = - log(x)
Log(ab) = log(a) + log(b)

het getal X moet je dan bij 10^x doen om te weten wat er uit het logaritme komt

Als x < 1 –> hiervoor gebruiken dat het getal dat eruit komt dus bvb -1, -2, -3 –> zegt iets over het aantal cijfers achter de komma voor X
- Log(x) = -1 –> X = 0,1
- Log(X) = -2 –> X = 0,01

Tot welke macht moet ik 10 verheffen om X te krijgen
Log(2) = 10^x = 2 –> X = 0,3

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

welke maat gebruiken we voor intensiteit?

A

Intensiteit = I

Essentiele eigenschap is dat hij mag worden opgeteld in het geval van meerdere gelijktijdige geluiden –> I1 en I2 zijn tegelijk aanwezig = I totaal = I1 + I2

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

wat is de maat dB?

A

Relatieve geluidssterkte

Aantal dB correspondeert met een gegeven verhouding van geluidssterkten mbv:

Sterkteverschil in dB = 10 * Log(I1/I2) dB
–> omvormen van verhouding in een verschil –> intensiteitsverhouding van 1:10 –> sterkteverschil van 10 dB

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

geluid afspelen via een versterker. eerst verdubbelen intensiteit daarna met factor 10. in totaal dus met factor 20 verhoogt (want 2x10). hoe ziet dat eruit in dB?

A
  1. verhouding oud:nieuw = 1:2
    I1/I2 = 2 –> 10Log(2) = 100,3 = 3
  2. Verhouding is 1:10
    I1/I2 = 10 –> 10Log(10) = 101 = 10

Totaal is dus 10+3 = 13 dB –> optellen

kan ook in een keer:
10*Log(20) = 10 x 1,3 = 13 dB

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

wat zijn een aantal intensiteitsverhoudingen en de dB equivalenten?

A

I. dB
1. 0
2. 3
4. 6
10 10
100. 20
1000. 30

Hierdoor schatten:
200 = 2 x 100 = 3 + 20 = 23 dB

0,024 = 0,1/4 = 1/10 x 1/4 = (-110) + (-0,610) = -10 - 6 = -16 dB

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

hoe kan je dB gebruiken als absolute maat?

A

Nemen van een referentie intensiteit Iref

Drukt het dan uit in vergelijking met de referentie

Geluidssterkte = 10*Log(I/Iref) dB

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Welke referentie kan je gebruiken voor absolute dB?

A

Meestal 0 omdat gelijk is aan gehoordrempel voor de geluiden waar mensen het meest gevoelig voor zijn –> geluidsdruk variaties van 10 uPa

Als referentie gebruiken toevoegen van SPL = sound pressure level bvb 40 dB SPL –> geluid is 40 dB boven de intensiteit van de referentie

SPL is dus aan aanduiding voor de absolute fysische geluidssterkte

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

waarom is het gebruik van dB SPL niet altijd praktisch?

A

Niet voor audiometrie omdat het oor niet voor elke frequentie even gevoelig is

Een typische gehoordrempel in het gevoeligste frequentie gebied is 4 kHz is ongeveer 0 dB SPL terwijl de drempel bij bvb 100 Hz in de orde van 30 dB SPL is –> gehoor is veel gevoeliger voor 2 kHz dan 100 Hz

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

wat doen we bij een audiometrie?

A

Tonen van verschillende frequenties geven –> drempel bepalen –> vergelijken met normale gehoordrempel voor die frequentie

De afwijking dus tov normale drempels

Normale drempels = Hearing level (HL)
30 dB HL: Dus als iemand bijvoorbeeld een gehoordrempel van 30 dB HL heeft bij een bepaalde toonfrequentie, betekent dit dat hij of zij een geluid 30 decibel sterker dan normaal moet horen om het te kunnen waarnemen. Dat wijst op een milde gehoorverlies.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is kenmerkend voor de meeste “natuurlijke” geluiden?

A

Mengsel van verschillende zuivere tonnen

Ruis: verschillende tonen met verschillende pure frequenties

Witte ruis: de intensiteit van het geluid is verdeeld over de verschillende frequenties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

wat is het bereik van de frequenties?

A

Bandbreedte

bvb een ruis met een frequentie bereik van 500-1500 Hz heeft een bandbreedte van 1500 - 500 = 1000 Hz

Je kunt bepaalde frequenties wegfilteren en op die manier de bandbreedte verkleinen

Stel een filter die alleen maar frequenties < 1000 Hz doorlaat –> nieuwe bandbreedte is 500 Hz
Als de kruisband van 500 tot 1500 Hz een geluidssterkte van 70 dB SPL had dan is deze nu 67 dB (want de intensiteit is gehalveerd)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

wat gebeurt er met de intensiteit als je de geluidssterkte halveert?

A

neemt af met 3 dB

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Welke manier kan men testen hoe het gaat met het horen/oor?

A
  1. Proef van Rinne
    - toon hoorbaar via geleiding bot (bypassen buiten en middenoor)
    - Normaal: toon moet weer hoorbaar zijn als voor het oor houden –> POSITIEF (normaal) –> luchtgeleiding van geluid is beter dan de botgeleiding van geluid
    - Abnormaal: botgeleiding is beter dan lucht –> CONDUCTIEF gehoorverlies –> test is negatief
  2. Proef van Weber
    - zegt iets over symmetrie gehoor of asymmetrie gehoorverlies
    - kan zowel conductief als perpectief zijn
    - Als lateralisatie naar Li
    a) Conductief Li
    b) perceptief Re
    - als lateralisatie naar Re
    a) Conductief Re
    b) Perceptief Li
  3. Proef van Schwabach
    - vergelijken eigen gehoor met dat van de patient
    - vergelijken tijd die verstrijkt bij de proef van Rinne tussen onderzoeker en patient –> gehoor onderzoeker moet normaal zijn
    - Verkort als: patient geluid minder lang hoort dan onderzoeker
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Hoe zet je de drempelwaardes van horen uit?

A

Toondrempel audiogram –> grafische weergave van de drempelwaarden

Y-as: hoogte drempelwaarde intensiteit
X-as: frequentie

Onaangenaam: pijngrens

Gebied tussen hoorgrens en pijngrens = hoorspan of dynamisch bereik

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

wat zie je in een toondrempel audiogram bij een patient met puur conductief gehoorverlies?

A

stijging van de drempels ongeacht de frequentie

17
Q

wat gebeurt er met het gehoor als men ouder wordt?

A

Afnemend vermogen om hoge frequenties waar te nemen

Presbyacusis

nabootsen met een doorlaat filter
Hierbij series zinnetjes (spraak) gemengd met ruis –> hieruit blijkt dat frequenties > 1000 Hz belangrijk zijn voor het verstaan van spraak

18
Q

Wanneer kunnen we een toon onderscheiden van geruis?

A

Als het geruis zachter is dan de toon –> anders wordt de toon gemaskeerd door het geruis

19
Q

wat gebeurt er met de geluidssterkte als de ruisband breder wordt gemaakt?

A

Neemt toe –> komen meer frequenties bij

Dit zou betekenen dat bij een bredere ruisband de toon steeds harder moet zijn om deze hoorbaar te laten zijn

Aan de andere kant kan worden gezegd dat de drempelwaarde voor de toon steeds toeneemt

Bij een verdere verbreding van de ruisband zal de toename van de dremelwaarde echter stoppen –> doordat de frequenties van de kruisband zo ver van de toon af zitten dat ze de hoorbaarheid van de toon niet meer beïnvloeden –> de kritische band van de toon