Verbs with Fixed Prepositions (II: add preposition) Flashcards
aandringen
op
aanmanen
tot
aanmoedigen
tot
zich aanpassen
aan
zich aansluiten
bij
aansturen
op
zich abonneren
op
afgaan
op
afgeven
op
afhangen
van
afleiden
van
afreageren
op
afstemmen
op
aftrekken
van
zich afwenden
van
afwijken
van
zich afzetten
tegen
anticiperen
op
bang zijn
voor
beloven
aan
beginnen
met
aan
benieuwd zijn
naar
bevestigen
aan
bezwaar hebben
tegen
deelnemen
aan
denken
aan
zich ergeren
aan
gehecht zijn
aan
gehoorzamen
aan
genieten
van
geven
aan
om
herinneren
aan
hopen
op
horen
bij
zich houden
aan
houden
van
ingaan
op
kijken
naar
lijden
aan
luisteren
naar
nadenken
over
opgaan
in
praten
over
tegen
met
reageren
op
rekenen
op
richten
zich
ruziën
over
schreeuwen
tegen
schrikken
van
smeken
om
stoppen
met
sturen
aan
naar
toekomen
aan
twijfelen
aan
over
uitkijken
voor
verantwoordelijk zijn
voor
vergelijken
met
verliezen
van
verslaafd zijn
aan
verwachter
van
zich verzetten
tegen
verzoeken
om
zich voegen
naar
vragen
aan
naar
om
vrezen
voor
wachten
op
zich wenden
tot
werken
aan
wijzen
op
zeggen
tegen
zoeken
naar
zorgen
voor