Plural forms Flashcards
het hoofd
de hoofden
de trui
de truien
de schoen
de schoenen
de tas
de tassen
de les
de lessen
de kus
de kussen
het raam
de ramen
heet been
de benen
het brood
de broden
de muur
de muren
de roos
de rozen
de knie
de knieën
het idee
de ideeën
de vakantie
de vakanties
de schoonheid
de schoonheden
het kopje
de kopjes
de tante
de tantes
de tafel
de tafels
de jongen
de jongens
de letter
de letters
de opa
de opa’s
de taxi
de taxi’s
de auto
de auto’s
de paraplu
de paraplu’s
de baby
de baby’s
de dag
de dagen
het glas
de glazen
het gat
de gaten
het spel
de spelen
het slot
de sloten
het kind
de kinderen
het ei
de eieren
het schip
de schepen
de stad
de steden
het lied
de liederen
het rund
de runderen
het volk
de volkeren
de oom
de ooms
de broer
de broers
de appel
de appelen/appels
de groente
de groenten
de groentes
de zoon
de zonen
de zoons