thema 5.2 Flashcards

hoofdstuk 12

1
Q

concreet-operationele stadium (piaget)

A

de periode van cognitieve ontwikkeling tussen het 7de en 12de levensjaar die wordt gekenmerkt door het actieve en juiste gebruik van logica

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

decentreren

A

het vermogen om rekening te houden met verschillende aspecten van een situatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

reversibaliteit

A

het vermogen een uitgevoerde handeling (in gedachten) weer terug te draaien

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

metalinguistisch taalgebruik

A

het begrijpen van het eigen taalgebruik

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

afasie

A

een taalstoornis waarbij je taalvermogens aangetast zijn of verdwenen als gevolg van hersenletsel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

triarchische theorie van intelligentie

A

De opvatting dat intelligentie bestaat uit 3 elementen van informatieverwerking: analytische element, creatieve element en praktische element

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly