T5 VOC Flashcards
de leeftijd
l’âge (m)
de kandidaat
le/ la candidat(e)
de fan
le/ la fan
de vrijetijdsbesteding
le loisir
de keuze
le choix
de wijk
le quartier
de droom
le rêve
de ervaring
l’expérience (f)
de fiche, het formulier
la fiche
het interview
l’interview (f)
het idool
la vedette/ la star
het leven
la vie
bekend/ beroemd
célèbre
heerlijk
délicieux, délicieuse
Franstalig
francophone
filmen/ opnemen
enregistrer
inspireren
inspirer
interviewen
interviewer
bedanken
Remercier
grote fan zijn van
être très fan de
lid zijn van
être membre deg
gepassioneerd zijn door
être passionné(e) par
(dol)blij zijn met
être ravi’e) de
realistisch blijven/ beide voeten op de grond houden
garder les pieds sur terre
dankzij
grâce à
te midden van/ onder
parmi
eerder/ liever
plutôt
Hallo!
Bonjour./ Salut!
Hoe gaat het?
Comment ça va?
Alles O.K.?
ça va?
Goed, bedankt./ Niet zo goed. En met jou?
Bien, merci./ Pas très bien. Et toi?
Ja, bedankt./ Niet echt. en jij?
ça va, merci./ Pas vraiment. Et toi?
Ik heet X. En jij?
Je m’appelle X. Et toi?
Wat is jouw voornaam?
C’est quoi, ton prénom?
Ik ben X. En jij?
Moi, C’est X. Et toi?
Mijn voornaam is X, maar noem me gerust X a.u.b.
En fait, c’est X, mais appelle-moi X, S.T.P.
Mijn naam is X.
Mon nom est X.
Wat is jouw familienaam?
Quel est ton nom de famille?
Dat is X.
C’est X.
Waar voor je?
Tu habites où?
Ah, ik woon in X.
Ah bon. Moi, j’habite X.
Ik woon hier vlakbij. naast X.
J’habite tout près d’ici/ à côté de X.
Ik woon in buurt X/ in straat X.
J’habite le quartier/ la rue X.
Hoe oud ben je?
Et tu as quel âge?
Ik ben X jaar.
J’ai X ans.
Ik ben X jaar.
Moi, j’ai X ans.
Heb je broers of zussen?
Tu as des frères ou des soeurs?
Nee, ik ben enig kind.
Non, je suis enfant unique.
Ja, ik heb X broer(s) en X zus(sen).
Oui, j’ai X faire(s) et X soeur(s).
Hou je van X?
Tu aimes X?
Ja, daar hou ik van/ dat is super/ zeker en vast.
Oui, j’adore/ c’est super/ bien sûr.
Wat doe je graag?
Qu’est-ce que tu aimes faire?
Ik hou van muziek maken.
J’adore faire de la musique.
Zit jij op Instagram/ TikTok/ Snapchat/…
Tu es sur Instagram/ TikTok/ Snapchat/…
Natuurlijk./ Nee.
Oui, bien sûr./ Non.
Leuk/ Cool, dan kunnen we elkaar volgen.
Chouette/ Cool, on peut se suivre alors.
Goed idee.
Bonne idée.
Zullen we gaan skaten/…?
Alors, on fait du skate/…?
Ja, cool!
Oui, cool!
Hier is X.
Le/ La voilà, X! / Voici X.
Hij/ zij volgt een opleiding bouw.
Il/ Elle suit une formation de construction.
heeft gevolgd.
a suivi
Ik stel u X voor.
Je vous présente X.
Hij/ Zij studeert voor kok(kin).
Il/ Elle fait des études de cuisinier/ cuisinière.
heeft gestudeerd
a fait
Hij/ Zij woont in de streek X.
Il/ Elle habite dans la région X.
is van Vietnamese afkomst.
est d’origine vietnamienne.
is Fransman/ Franse.
est Français(e)
Hij/ Zij is gepassioneerd door mode.
Il/ Elle est passionné(e) par la mode.
heeft een grote passie voor de natuur.
a une grande passion pour la nature.
Hij/ Zij komt van Frankrijk.
Il/ Elle vient de France.
van Vietnam.
du Vietnam.
Kunst passioneert hem/ haar.
L’art le/ la passionne.
Wetenschappen interesseren hem/ haar.
Les sciences l’intéressent.
Ze zijn met vier thuis.
Ils sont quatre à la maison.
Kom binnen, goeiedag.
Entrez, bonjour.
Aangenaam.
Enchanté(e).
Laten we plaatsnemen. / Neem plaats./ Gaat u zitten.
Prenons place./ Prenez place./ Asseyez-vous.
Sorry,
Excusez-moi,
dat ik te laat ben.
d’être en retard.
voor de vertraging.
Pour le retard.
voor het storen.
de vous déranger.
Hoe gaat het met u?
Vous allez bien?
Hebt u X makkelijk gevonden?
Vous avez facilement trouvé X?
Hebt u een plaats op de parking gevonden?
Vous avez trouvé une place au parking?
Wilt u iets drinken?
Vous voulez voir quelque chose?
Van welke streek komt u?
Vous venez de quelle région?
Kunt u herhalen a.u.b.?
Vous pouvez répéter, S.V.P.?
een beetje luider/ trager praten, a.u.b.?
parler un peu plus haut/ lentement, S.V.P.?
Ik zou naar het toilet willen gaan.
Je voudrais aller aux toilettes.
Gefeliciteerd met… .
Félicitations pour… .
Iets helemaal anders nu.
Maintenant, tout autre chose.
Een ogenblik.
Un instant.
Dank u wel om te komen.
Je vous remercie d’être venu(e).
Met plezier.
Avec plaisir.
Hartelijk bedankt en tot de volgende keer.
Merci beaucoup et à la prochaine.
Graag gedaan.
Je vous en prie.
Prettige dag verder.
Bonne fin de journée.
Voor u ook. Dat is vriendelijk.
à vous aussi. C’est gentil.