secretie duodenumsap 2 Flashcards
maaginhoud in duodenum
als maaginhoud in duodenum komt, worden cellen geactiveerd.
I-cel wordt gestimuleerd door vetzuren; aminozuren; peptiden en CCK-RF
CCK-RF
altijd aanwezig. Cel kan zelf CCK afgeven via bloed aan acinaire pancreas.
Als voedselafbraak is voltooid, heeft enzym trypsine geen substraat meer. Het gaat CCK-RF afbreken met gevolg dat er minder CCK worden afgegeven
stimuli voor afgifte CCK hormoon
essentiële aminozuren, maagzuur, langketen vetzuren
secretie bevordering
releasing factor RF uit duodenale lumen
S-cel
in villusepitheel geeft het secretine af bij pH <4,5 in duodenum. Via bloedbaan komt het in pancreas
enterokinase
activeert trypsinogeen. Trypsine zorgt vervolgens voor activatie van alle overige enzymen
secretie maagsap
2L secreet per dag.
HCL
denatureert eiwitten en maakt virussen en bacteria kapot. Het verbreekt atoomverbindingen wat de hydrolyse door proteases bevordert
HCL wordt gevormd door pariëtale cellen en activeert pepsinogeen tot pepsine en maag lipase
Bijfactor IF
intrinsic factor is nodig als bijfactor nodig voor vitamine B12 absorptie
entero-chromaffine cellen
maken hormonen, o.a. histamine
mest cellen
maken onderdeel uit van afweer en muceuze cellen produceren slijm
hoofdcellen
maken pepsinogeen en maaglipase
D-cellen
maken somatostatine
G-cellen
maken gastrine
histamine
centrale fysiologische stimulator. Afgifte wordt gestimuleerd door gastrine en ACh via n. vagus.
gastrine
verzorgt de communicatie tussen antrum en fundus/corpus
somatostatine
remt EC en pariëtale cellen
H+ en vetzuur
in duodenum zorgt ervoor dat secretine en gastric inhibotry peptuide (GIP) wordt afgegeven welke pariëtale cellen remmen
in duodenum wordt CCK gemaakt en komt via bloed in D-cellen terecht PGE2 remt direct zuursecretie
vagotomie
geen n. vagus innervatie en minder zuurproductie. Dit leidt tot vertraagde passage van vaste bestanddelen van voeding.
G-cellen gestimuleerd door
mechanische rek van maagwand samen met aanwezigheid peptides en aminozuren
remmende factoren G-cellen
zoutzuur en H+, terwijl deze stoffen de D-cellen weer stimuleren
neuro-humorale stimulatie
via pariëtale cellen zorgt ervoor dat er veel mitochondria
second messenger van histamine
cAMP
cAMP functie
zorgt voor vesicle fusie.
ACh en gastrine potentieren dit effect via IP2 en verhoging Ca2+. Tubulo-vesicles hebben PP met twee ionkanalen en K+ kanaal. Het H+ wordt gevormd van CO2 en H2O. Dit wordt door het enzym CA omgevormd
HCO3-
wordt basolateraal uitgewisseld tegen Cl- en H+ tegen K+
Via K+-kanaal kan K+ weer cel verlaten. Ook is er een negatief ion nodig voor elektroneutraliteit, dit is Cl-
mucines
zorgen voor neutralisatie. Daarnaast geven deze cellen HCO3- af tegenover Cl-. Dit wordt gereguleerd door PGE2. Bij schade via PGE2 celproliferatie plaats en verhoogde lokale bloedflow