SC H4: Exploreren in het sc Flashcards
Definieer het begrip exploreren aan de hand van een voorbeeld.
het verkennen, het (zich laten) informeren, het bevragen en verzamelen van gegevens over de persoon, situatie, omgeving gedurende het gehele procesverloop (en niet beperkt tot de intakefase). Het doel is: weten, kennis opdoen, ordenen via kijken, luisteren, vragen, doorvragen en zorgvuldig in kaart brengen.
Horizontaal kijken en luisteren
Ook derden (omgeving en professionals) kunnen informatie verstrekken.
Bij sommige cliënten verloopt deze exploratiefase vlot: de cliënt vertelt bv open over zijn situatie, heeft een duidelijke of gemotiveerde hulpvraag, etc. Bij andere cliënten loopt dit moeizamer. Je kan op weerstand botsen: bv. de cliënt wordt gestuurd naar de hulpverlening, ziet zijn probleem niet in, voelt zich onzeker om zijn situatie ter sprake te brengen…
Verklaar het belang van de exploratiefase binnen een sociaal agogisch proces.
Het doel: weten, kennis opdoen, ordenen en samen leggen.
Horizontaal gaan exploreren vanuit een gelijkwaardigheid
Benoem de EDDA-actoren binnen het exploratieproces
- De sociale caseworker als explorerende actor
- De hulpverlenende organisatie als explorerende actor
- De potentiële hulpvrager en diens omgeving als explorerende actoren
- De verwijzer als explorerende actor
- De maatschappelijke context als explorerende actor
De sociale caseworker als explorerende actor
- Welke ruimte – letterlijk of mentaal- en tijd geeft de sociale caseworker zichzelf bij het exploreren?
- Op welke hulpvraag zal hij/zij wel of niet ingaan?
- Welke betekenis geeft de social caseworker aan exploreren? Als een essentiële basis tot de opstart van een hulpverleningsproces? Als een permanente opdracht gedurende het ganse proces?
De opgebouwde hulpverleningservaring zal het vertrouwen in eigen deskundigheid bij de sociale caseworker bepalen. Zijn er bepaalde problemen, doelgroepen of cliëntensystemen waarmee de sociale caseworker goed of minder goed overweg kon in het verleden? Welke problemen vreest hij/zij?
De hulpverlenende organisatie als explorerende actor
De hulpverleningsorganisatie maakt zich bekend aan de buitenwereld en zal aandacht schenken aan de taal in de brochure en websites in de hoop een correcte perceptie teweeg te brengen.
Deze informatie kleurt het verwachtingspatroon bij de potentiële hulpvragers.
Tot welke hulpvragers en welke soort hulpvragen richt de dienst zich?
Daarnaast verloopt veel communicatie aan de samenleving via (on)zichtbare tekens zoals: projecten, pers, inplanting in gemeente/stad, huisvesting, mondelinge taal, huisstijl, ontvangstruimte, wijze waarop het onthaal wordt verzorgd, kledij,…
Bv. OCMW Kortrijk voor project Miriam
De potentiële hulpvrager en diens omgeving als explorerende actoren
- Ervaringen hulpvrager, “rugzak”,…
- Individuele hulpvraag of vraag van het cliëntsysteem?
- Vrijwillig/onvrijwillig
- Vroegere hulpverleningservaringen: zorgmijders en zorgmissers…
- De hulpvrager als persoon: stil, teruggetrokken, chaotisch, spontaan,…?
- Relatie hulpvrager en omgeving: is omgeving op de hoogte van de begeleiding?
- Is de hulpverlener op de hoogte van het doel en de werking van de organisatie?
De verwijzer als explorerende actor
- Relatie tussen verwijzer en hulpverlener
- Goede samenwerking faciliteert de exploratie
- Beeld van de cliënt over de verwijzer
- Vrijheid van de cliënt om al dan niet in te gaan op dit aanbod?
- Verwachtingen van de verwijzer naar de social caseworker toe?
De maatschappelijke context als explorerende actor
Bv. het OCMW is gebonden aan wetgevende en regelgevende richtlijnen.: een medewerker vanuit het OCMW wordt geacht om eerst de formele, administratieve situatie te bevragen, formulieren in te vullen én deze gegevens eerst te checken, vooraleer het verdere exploratieproces zich effectief kan verder zetten.
- Aan welke problemen wordt er aandacht besteed?
- Welke doelgroepen krijgen hulpverleningsmiddelen toegekend?
- Wet- en regelgeving. Bv.: voor het exploreren start, dienen een aantal formulieren te worden ingevuld.
Duid de verschillende fasen in het exploratieproces aan op het schema p. 91.
- Onthaal
- Aanmelding
- Intake
- Kort afgerond hulpverleningscontract
- Verwijzing
- Crisisinterventie
- Kortdurende hulpverlening
- Verwijzing
- Wachtlijst -> opstart procesmatige hulp
- Procesmatige hulp
Fasen in het exploratieproces, verklaar aan de hand van een voorbeeld: Wat wordt bedoeld met onthaal?
= het contact dat plaatsvindt wanneer de hulpvrager zich voor het eerst aanbiedt bij een organisatie en waarbij er vooral (of uitsluitend) prakti-sche informatie wordt geboden.
Doel: de hulpvrager zo efficiënt mogelijk bij de juiste hulpverlener brengen → doorslaggevend!
Door wie? afhankelijk van de organisatie: professionelen, vrijwilligers, secretariaatsmedewerkers,….
Bv. Er komt een jongere binnen in de organisatie. Hij wordt ontvangen door een medewerker die luistert naar zijn hulpvraag en de eerste informatie verzamelt.
Fasen in het exploratieproces, verklaar aan de hand van een voorbeeld: Wat wordt er bedoeld met aanmelding?
Een aanmelding is een kort gesprek, een 10-tal minuten, om uit te maken of de persoon naar een intakegesprek verwezen wordt, of je de persoon meteen kan helpen (informatie geven), of je de persoon moet doorverwijzen naar een andere dienst, of het om een crisisinterventie gaat of niet (hoe dringend is de vraag).
Bv: Een jongere meldt zich bij een hulpverleningsinstantie omdat hij zich depressief voelt.
Fasen in het exploratieproces, verklaar aan de hand van een voorbeeld: Wat is intake?
Jij moet nagaan of wij de persoon vanuit de organisatie kunnen helpen én wil die persoon geholpen worden door die organisatie en op de manier die wij hen aanbieden. Geef ook informatie terug. Wat houd het in voor jou en wat verwacht je van mij. Zorg dat het wederzijds is en afgestemd is op de hulpvrager.
Intake: Een proces, van de aanmelding tot de start van de hulpverlening. én de organisatie.
Doel: optimaal afstemmen van hulpaanbod en hulpvraag. De problematiek van de hulpvrager in een context plaatsen zodat de helper constructief kan meedenken over de aangewezen hulp. Bepalen of de hulpvrager cliënt kan/mag/wil worden van de organisatie.
→ Wederkerig of interactief proces: zowel hulpvrager als social caseworker hebben een informatieve opdracht tijdens de intake.
Afstemming mondt uit in een contract (meestal mondeling, kan ook schriftelijk).
Bv.: Tijdens het intakegesprek bespreekt een hulpverlener met de jongere zijn situatie en hulpbehoefte. Dit gesprek kan leiden tot verschillende uitkomsten
Fasen in het exploratieproces, verklaar aan de hand van een voorbeeld: Kort afgerond hulpverleningscontract
Een moeder belt met een vraag over opvoeding. Na een kort gesprek met een hulpverlener krijgt ze concrete tips en verdere hulp is niet nodig.
Fasen in het exploratieproces, verklaar aan de hand van een voorbeeld: Verwijzing
Een man met verslavingsproblemen zoekt hulp, maar de instantie waar hij zich aanmeldt biedt die specifieke zorg niet. Hij wordt doorverwezen naar een gespecialiseerde verslavingskliniek.
Fasen in het exploratieproces, verklaar aan de hand van een voorbeeld: Crisisinterventie
Een persoon met acute suïcidale gedachten wordt onmiddellijk geholpen door een crisisteam, dat beslist of een opname nodig is.
Fasen in het exploratieproces, verklaar aan de hand van een voorbeeld: Kortdurende hulpverlening
Na intake
De jongere krijgt enkele adviesgesprekken om hem snel op weg te helpen.
Fasen in het exploratieproces, verklaar aan de hand van een voorbeeld: Verwijzing na intake
Hij wordt doorverwezen naar gespecialiseerde jeugdhulp.
Fasen in het exploratieproces, verklaar aan de hand van een voorbeeld: Wachtlijst -> opstart procesmatige hulp
Lisa, een 16-jarig meisje, ervaart al lange tijd angstklachten en depressieve gevoelens. Ze meldt zich aan bij een psychologische dienst en na het intakegesprek blijkt dat ze langdurige therapie nodig heeft. De organisatie heeft echter een wachttijd van drie maanden voor procesmatige hulp zoals cognitieve gedragstherapie.
Om haar in de tussentijd toch te ondersteunen, krijgt Lisa enkele voorbereidende sessies waarin ze basisstrategieën leert om met haar angst om te gaan. Ook wordt er regelmatig contact gehouden om te kijken hoe het met haar gaat totdat haar therapie echt van start kan gaan.
Fasen in het exploratieproces, verklaar aan de hand van een voorbeeld: Procesmatige hulp
Tom, een 25-jarige man, kampt met burn-outklachten en meldt zich aan bij een psychologische praktijk. Tijdens het intakegesprek wordt duidelijk dat hij langdurige ondersteuning nodig heeft om zijn stress te beheersen en zijn werk-privébalans te herstellen.
Na de intake start hij met procesmatige hulp in de vorm van wekelijkse sessies bij een psycholoog. Samen werken ze aan stressmanagement, cognitieve gedragstherapie en het opbouwen van gezonde routines. Dit traject duurt enkele maanden en wordt regelmatig geëvalueerd om de voortgang te monitoren.
Wat is het verschil tussen een aanmelding en een intake.
Aanmelding: Dit is de eerste stap waarbij iemand zich officieel meldt voor een dienst, opleiding, zorgtraject of ander proces. Het betekent meestal dat basisgegevens worden doorgegeven en dat de organisatie bekijkt of de persoon in aanmerking komt. Een aanmelding is vaak nog vrijblijvend en leidt niet automatisch tot toelating.
Intake: Dit is een meer verdiepend gesprek of onderzoek dat volgt na de aanmelding. Tijdens de intake wordt beoordeeld of en hoe de dienst of het traject aansluit bij de behoeften van de persoon. Dit kan een gesprek zijn waarin vragen worden gesteld, een test wordt afgenomen of verwachtingen worden besproken.
Kort gezegd: aanmelding = inschrijven of interesse tonen, intake = verdere beoordeling en afstemming.
Wat is een proloog?
Alles wat voorafgaat aan de aanmelding, onthaal en intake en de start of het verdere hulpverleningsproces duidelijk kleurt. Het is de voorgeschiedenis van de hulpvrager en diens context, maar ook deze van de sociale caseworker en diens organisatie.
Bv. Voorgeschiedenis van de hulpvrager
Context van de social caseworker en de organisatie.
Het gaat niet altijd om bewuste keuzes en overwegingen. Voorbeelden (zie boek)?
Bv. Een collega verteld je dat dat een lastig persoon was toen ze heb be-geleide.
Wat is het verschil tussen intake en exploreren?
Intake: Dit is een meer verdiepend gesprek of onderzoek dat volgt na de aanmelding. Tijdens de intake wordt beoordeeld of en hoe de dienst of het traject aansluit bij de behoeften van de persoon. Dit kan een gesprek zijn waarin vragen worden gesteld, een test wordt afgenomen of verwachtingen worden besproken.
Exploreren: Dit gaat dieper dan een intake en betekent het verder onderzoeken en analyseren van een situatie, probleem of hulpvraag. Exploreren draait om het verkennen van achterliggende oorzaken, mogelijke oplossingen en verschillende perspectieven. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren na een intake om een beter begrip te krijgen van de cliënt of situatie.
Kort samengevat: een intake is een eerste kennismaking en probleemverkenning, terwijl exploreren een diepgaand onderzoek is naar de situatie of hulpvraag.
Beschrijf de intakeprocedure bij een crisissituatie.
Intake wordt dan benoemd als taxatie: “is er sprake van een crisis? Wie? Welke ondersteuning is er uit de omgeving? Wat is de precieze hulpvraag?”
Doel: inschatting maken en overzichtelijk maken van de informatie.
Crisis= chaos. Belang van hier eerst overzichtelijkheid in te scheppen.
Indien nodig (beperkte) informatie van de cliënt aanvullen met informatie van relevante derden, omgeving,…
Definieer en leg taakgericht casework uit aan de hand van een voorbeeld
Sarah, een alleenstaande moeder, ervaart veel stress door haar huurachterstand en stapel ongeopende brieven. In plaats van te focussen op haar persoonlijke eigenschappen, helpt de hulpverlener haar om het probleem concreet te benoemen: gebrek aan overzicht en een dreigende schuld. Ze spreken af dat Sarah binnen drie dagen haar post opent en sorteert, en binnen een week contact opneemt met de woningcorporatie voor een betalingsregeling. De hulpverlening duurt zes weken en richt zich op directe probleemverlichting. Zo krijgt Sarah snel grip op haar situatie zonder langdurige begeleiding of diepgaande gedragsverandering.
Leg uit waarom de intake het hart van het hulpverlenend proces wordt genoemd.
Intake = cruciaal in hulpverleningsproces. Mondt meestal uit in een overeenkomst
De hulpverlener krijgt inzicht in de aard en ernst van de problemen. Samen met de cliënt worden doelen vastgesteld, wat richting geeft aan het proces. Een vertrouwensband tussen cliënt en hulpverlener ontstaat, wat essentieel is voor een succesvolle hulpverlening. Op basis van de intake wordt bepaald welke vorm van ondersteuning het meest geschikt is.
Benoem de zes exploratiethema’s tijdens de intake.
1: Wat is de hulpvraag? Wat is er aan de hand?
2: Wat betekent het probleem voor de persoon?
3: De ontwikkeling van de klacht
4: Probleemoplossend vermogen van de persoon en de omgeving
5: Verwachtingen t.a.v. de hulpverlening
6: Het hulpaanbod van de organisatie
Exploratiethema 1: Wat is de hulpvraag? Wat is er aan de hand?
Wat is de aard van het probleem? Welk levensgebied?
Heeft de omgeving een hulpvraag en is deze dezelfde als van de hulpvrager?
Is er sprake van een verwijzer? Hoe ziet deze de hulpvraag: het probleem?
Hoe kijkt de hulpvrager naar de eventuele verwijzing?
Een eerste verkenning! Exploreren loopt verder doorheen het proces.
Benadruk niet de term “probleem”, gebruik eventueel: “de klacht”, “ de vraag”, “de situatie”,…
Check zeker het handboek…. Welke vragen kunnen gesteld worden (zie ook checklist in jullie handboek).
Exploratiethema 2: Wat betekent het probleem voor de persoon?
De persoonlijke betekenis van de probleemsituatie voor de hulpvrager.
= de beleving + effect daarvan op het dagelijks leven.
Beleving van cliëntrol door hulpvrager? Bv. Onvrijwillige hulpverlening.
Inschatten van de (emotionele) draagkracht:
Wat kan de hulpvrager nog wel, wat niet meer, soms?
Op wie kan hij rekenen?
Impact op dagelijks leven?
…
Bv. Cliënt wordt verwezen naar ambulante drugzorg voor zijn drugsproblematiek. Uit het intakegesprek blijkt dat hij grote financiële zorgen heeft, waardoor hij zich neergeslagen voelt. Hij ziet geen beginnen aan de schuldenberg. Hij maakt zich kwaad tijdens het gesprek en zegt dat hij door zijn druggebruik alles verloren is: zijn echtgenote, zijn kinderen. Door de financiële problemen zoekt hij zijn toevlucht in verdovende middelen. Hij zou zich veel rustiger voelen moest hij geholpen worden bij de financiële problematiek.
Ook al wordt de cliënt voor een bepaalde problematiek doorverwezen, het kan zijn dat hier pas kan aan gewerkt worden als er eerst gewerkt wordt aan de financiële problematiek.
Exploratiethema 3: De ontwikkeling van de klacht
Inzicht in ontstaansgeschiedenis en historiek van het probleem.
- Inschatting van de draagkracht: recent probleem of van lange duur?
- Life-eventlijn.
- Krachten – problemen in kaart brengen.
Anamnese van de klacht:
“het exploreren van de aangemelde situatie waarin veelal gedetailleerd wordt teruggeblikt op de ontstaansgeschiedenis van de klacht en waarbij meestal een vaste werkwijze en hulpmiddel (checklist) worden gebruikt.”
Exploratiethema 4: Probleemoplossend vermogen van de persoon en de omgeving
- Wat heeft de hulpvrager al ondernomen?
- Wie of welke dienst heeft de hulpvrager al aangesproken over het probleem?
- Het netwerk in kaart brengen: op wie kan hij/ zij rekenen?
- Hoe creatief is de cliënt?
- Zelfwaardegevoel?
- …
Exploratiethema 5: Verwachtingen t.a.v. de hulpverlening
Valkuil: Er vanuit gaan dat het aanbod van de organisatie aansluit bij de verwachtingen van de cliënt zonder dit te verkennen!
Begin waar de cliënt is: verwachtingen zijn niet altijd duidelijk of de cliënt kan een verborgen agenda hebben (durft niet te zeggen waarom hij eigenlijk komt).
Realistische verwachtingen?
Timing van de doelen: korte, middellange en lange termijn.
Exploratiethema 6: Het hulpaanbod van de organisatie
Duidelijke informatie aan de hulpvrager over de mogelijkheden en beperktheden van de hulpverlenende organisaties.
Irreële beeldvorming bijsturen.
Garantie geven omtrent de vertrouwelijkheid: in welke mate is er sprake van beroepsgeheim/ meldingsplicht!
De vaardigheden als balancerende duo’s
- Informatie versus empathie
- Participatie van de hulpvrager versus inbreng van de social caseworker.
- Een vaste versus een flexibele structuur.
- Integraal versus schroomvol afbakenen.
- Ver versus dichtbij.
- Betrouwbaarheid versus gezonde argwaan.
- Uitgebreide versus beknopte versie.
Benoem de exploratie-instrumenten die ingezet kunnen worden bij een aanmelding en een intake. Haal deze instrumenten uit elkaar.
- Exploratiechecklist
- Aanmeldingsformulier
- Life-eventlijn
- Genogram
- Ecogram
Exploratiechecklist
Wat?
Een reeks vragen/ items die als geheugensteun fungeert tijdens het gesprek.
Waartoe?
Systematiek tijdens de exploratie bewaken.
Laat toe dat de intakers duidelijk weten welke items aan bod moeten/ kunnen komen tijdens het exploreren.
Laat toe dat de intakers hier flexibel mee omgaan, afgestemd op het gesprek.
Voorbeeld p. 110,
Aanmeldingsformulier
Wat?
Laat toe op een snelle en overzichtelijke manier de eerste gegevens te bevragen én te registreren.
Waartoe?
Op basis van deze gegevens wordt het proces vervolgd: directe verwijzing? Intake?…
Alle praktische informatie staat er op genoteerd, handig instrument om in dossier van de cliënt te hebben.
Bevordert het vertrouwen van de cliënt: zorgvuldige en correcte registratie, in regel met de vertrouwelijkheidsregels! Bij vertellen waartoe deze informatie dient, zo niet creëer je wantrouwen.
Zie p. 255.
Intakeformulier
Wat?
Formulier met alle verzamelde informatie uit een of meerdere intakegesprekken.
Waartoe?
Beslissen of hulpvrager cliënt wordt.
Eerste inzicht in de hulpvraag: bijdrage tot het eerste hulpverleningsvoorstel.
Instrument voor het instroomoverleg.
Een antwoord bieden op de vraag: “wat brengt deze mensen op dit moment op deze plaats?”
Voorbeeld p. 257
Life Eventlijn
Wat?
Een grafische voorstelling van betekenisvolle momenten in het leven.
Deze sleutelmomenten worden op een horizontale of verticale tijds-as genoteerd.
Waartoe?
Op een sneller manier een overzicht krijgen van betekenisvolle levensmomenten.
Structuur in gesprek brengen => inzicht zowel voor de hulpverlener als voor de hulpvrager.
Indicatie over de levens- en lijdensdruk van een individu of gezin.
Ecogram
Wat?
Grafische voorstelling van het ecologisch beeld of netwerk van een cliënt.
Beeld over nabije familiale en persoonlijke leefomgeving, maar ook de ruimere context waarin een cliënt leeft (bv buurt).
Vaste symbolen.
Waartoe?
Gegevens over het netwerk ordenen.
Kennisleemtes aantonen over het sociaal netwerk: waar dient de social caseworker nog meer over te weten?
Voorbeeld p. 268
Genogram
Wat?
Een grafische voorstelling van het generationeel netwerk van de cliënt
Verwantschappen en gezinssamenstelling over verschillende generaties heen.
Vaste symbolen.
Waartoe?
Het intergenerationele netwerk van de cliënt grafisch voorstellen.
Betekenisvolle, feitelijke informatie verzamelen over de soms complexe familiale context.
Enkele intake
= In de ambulante sector. Alle stappen worden zorgvuldig doorlopen al-vorens een hulpverleningsvoorstel te formuleren.
Dubbele intake
= Bij crisissituaties of in de residentiële sector. Onderscheid tussen Gesprek Directe Opname (GDO) en Gesprek Passende Hulpverlening (GPH).
Bv. Jan vertoont depressieve gevoelens met een risico tot zelfdoding. Een residentiële opname dringt zich op, er is namelijk sprake van een crisissituatie. Het gesprek in functie van de residentiële opname = GDO, een snelle beslissing is hier nodig. Tijdens de opname of later zal de situatie of hulpvraag van Jan verder geëxploreerd worden met oog op het bieden van een passend hulpverleningsaanbod.
Inhoud en doel instroomoverleg (ISO)
Wat?
- Een bespreking tussen de intakecoördinator en alle intakers en social caseworkers.
- Vindt op regelmatige basis plaats. Bv. Tweewekelijks.
- Intakes worden besproken.
- Cliënt inlichten over ISO: wie, wat, waarom?
Doel?
- Consensus over de aangewezen hulpverleningsvorm.
- Beslissing op basis van voorlopige diagnose: eerste hulpverleningsvoorstel. De intaker stelt één of meerdere hulpverleningsvormen voor.
- Afspreken wie de verdere begeleiding op zich zal nemen.
- Verslaggeving als signaleringsinstrument *
*: individu-overstijgende elementen. Bv. We stellen vast dat dergelijke casussen steevast doorverwezen worden naar onze dienst, maar we heb-ben hier geen aanbod voor. Of welke doelgroep bereiken we wel/ niet?