Revise 1.1 + adjectives + comparative + superlatief Flashcards
Lopen: ik,jij? / jij,u,hij,zij / wij/jullie/zij
loop / loopt / lopen
Koken: ik,jij? / jij,u,hij,zij / wij/jullie/zij
kook / kookt / koken
wandelen: ik,jij? / jij,u,hij,zij / wij/jullie/zij
wandel / wandelt / wandelen
wassen: ik,jij? / jij,u,hij,zij / wij/jullie/zij
was / wast / wassen
zwemmen: ik,jij? / jij,u,hij,zij / wij/jullie/zij
zwem / zwemt / zwemmen
gaan: ik,jij? / jij,u,hij,zij / wij/jullie/zij
ga / gaat / gaan
doen: ik,jij? / jij,u,hij,zij / wij/jullie/zij
doe / doet / doen
fietsen : ik,jij? / jij,u,hij,zij / wij/jullie/zij
fiets / fietst / fietsen
winkelen: ik,jij? / jij,u,hij,zij / wij/jullie/zij
winkel / winkelt/ winkelen
poetsen: ik,jij? / jij,u,hij,zij / wij/jullie/zij
poets / poetst / poetsen
strijk: ik,jij? / jij,u,hij,zij / wij/jullie/zij
strijk / strijkt / strijken
dansen: ik,jij? / jij,u,hij,zij / wij/jullie/zij
dans / danst/ dansen
luisteren: ik,jij? / jij,u,hij,zij / wij/jullie/zij
luister / luistert / luisteren
kijken: ik,jij? / jij,u,hij,zij / wij/jullie/zij
kijk / kijkt / kijken
voetballen: ik,jij? / jij,u,hij,zij / wij/jullie/zij
voetbal / voetbalt / voetballen
spelen: ik,jij? / jij,u,hij,zij / wij/jullie/zij
speel / speelt / spelen
lezen : ik,jij? / jij,u,hij,zij / wij/jullie/zij
lees / leest / lezen
strofzuigen : ik,jij? / jij,u,hij,zij / wij/jullie/zij
stofzuig / stofzuigt / stofzuigen
Short
Kort
Young
Jong
Interesting
interessant
small
klein
expensive
duur
slow
traag
weak
zwaag
light
licht
fat
dik
low
laag
a lot of / many
veel
good
goed
modern
modern
warm
warm
intelligent
intelligent
cold
koud
little of
weinig
old
oud
stupid
dom
long
lang
cheap
goedkoop
strong
sterk
big
groot
bad
slecht
boring
saai
heavy
zwaar
old-fashioned / outdated / not current
ouderwets
thin
dun
high
hoog
fast
snel
rule: artikel + adjective + substantif -> add -e after adjective or not?
yes!! de/het + adj + e + substantief
superlatief: kort
het kortst
superlatief: rood
het roodst
superlatief: duur
hey duurst
superlatief: goed
het best
superlatief: veel
het meest
superlatief: weinig
het minst
superlatief: graag
het liefst (remember: this has no -e even if we use the structure article + adj + sub)
comparatief: kort
korter dan
comparatief: lang
langer dan
comparatief: geel
geler dan (rule: double a, e , o, u, remove one)
red
rood
yellow
geel
comparatief: hoog
hoger dan (rule: double a, e , o, u, remove one)
comparatief: snel
sneller dan
comparatief: duur
duurder dan
comparatief: zwaar
zwaarder dan (rule: if last letter is r, add +der)
comparatief: ver
verder dan (rule: if last letter is r, add +der)
comparatief: goed
beter dan
comparatief: veel
meer dan
comparatief: weinig
minder dan
comparatief: graag
liever dan
as (adjective ) as
even (adjective) als
who is the youngest student?
wie is de jongste cursist?
who has lived the longest in Belgium?
wie woont het langst in België?
who speaks the most languages?
wie spreekt de meeste talen?
who’s wearing the most expensive shoes?
wie draagt de duurste schoenen?
world
wereld
almost
bijna
Yesterday
Gisteren