Hoorcolleges gezonde dier Flashcards
convectie?
transport over grote afstanden (snel), bv. lucht in- en uitademen, bloedstroom
diffusie?
transport op korte afstanden, uitwisseling O2 en CO2 in de longen
waar hangt de hoeveelheid zuurstof die je opneemt in je bloed vanaf?
- Hoeveel zuurstof er opgelost kan worden in het bloed
2.Hoeveel opgelost zuurstof er aan Hb kan binden
waar hangt de hoeveelheid zuurstof die opgelost kan worden in het bloed vanaf?
-Samenstelling van de ingeademde lucht
-ventilatie van de longblaasjes (alveoli)
—Longcompliantie
—luchtweg-weerstand
—ademhalingsfrequentie en teugvolume
-O2 diffusie tussen de alveoli en het bloed
—oppervlakte alveoli
—difussie afstand
—>dikte membraan
—>hoeveelheid interstitiële vloeistof
waar hangt de hoeveelheid opgelost zuurstof die aan Hb kan binden vanaf?
-Het verzadigingspercentage van Hb: afhankelijk van;
—Pco2
—pH
—temperatuur
—2.3-DPG
-Het totale aantal bindingsplaatsen
—Hb aantal per rode bloed cel
—totale aantal rode bloed cellen
anatomische opbouw luchtwegen
trachea –> Linker en rechter bronchus –> Bronchiën –> bronchiolen (afwezig kraakbeenringen, aanwezig glad spierweefsel) –> alveoli
receptoren gladde spieren luchtwegen
beta 2-adrenerge en muscarine receptoren
formule interpleurale druk (Pip)
Pip= Palv+Ptp (transpleurale druk)
soorten pneumocyten
-pneumocyten type 1 –> zorgen voor diffusie van gas
-pneumocyten type 2 –> zorgen voor productie van surfactant
in- en uitademen hoe wordt dit mechanisch bewerkstelligd?
inademen –> externe intercostaal spieren en diafragma (kost energie)
uitademen –> interne intercostaal spieren (diafragma ontspant weer) (bij heel krachtige ademhaling ook buikspieren)
krachten die altijd op de longen spelen
-elastic recoil –> inwaartse kracht door de elasticiteit van het longweefsel
- thorax wand en ribben –> geven een kracht naar buiten
elastic recoil bestaat uit 2 componenten:
-anatomisch component–> de longcellen en het ECM (elastine en collageen), zorgen voor de elasticiteit
-oppervlaktespanning (belangrijker) –> spanning gecreert in de alveoli door laagje water aan de binnenkant. De spanning wil de alveolus kleiner maken .
surfactant
-verlaagt de elastic recoil
-hierdoor verhoogt het de compliantie (makkelijker om in te ademen)
-zorgen ervoor dat de grootte van de alveoli relatief uniform blijft
-geproduceerd door type 2 alveolaire cellen –> vermindert de oppervlaktespanning van vloeistof in alveoli –> vergemakkelijkt vallen van alveoli en voorkomt dat alveoli samenvallen
compliantie is;
Formule
-de richtingscoëfficient van een grafiek met op de y-as longvolume en op de x-as interpleurale druk. hoe steiler de lijn hoe complianter de long
-compliantie =volume verandering/druk verandering
-C=V/P (volume/druk)
-C=1/E (elasticiteit)
voor hoeveel proces bestaat buitenlucht uit zuurstof?
21%
fick’s wet voor diffussie:
Vgas=AD((p1-p2)/T)
Vgas= hoeveelheid lucht per min er door een membraan heen gaat
A=uitwisselingsoppervlakte
D=diffusie constante
p1=partiele spanning ene kant membraan
p2=patiele spanning andere kant membraan
T=dikte van membraan/cel
stroming= (oppervlaktediffusieconstante spanningsverschil)/dikte membraan
manieren waarop hypoxie kan ontstaan
-hypoventilatie
-ventilatie-perfusie mismatch (shunt)
-diffusie verslechtering
wat doen de chemoreceptoren in de arteria carotis interne
meet CO2-spanning (pCO2), zuurstof spanning (pO2) en pH om zo de longen te controleren en aan te sturen:
-CO2 stijgt en pH daalt –> te weinig geventileerd
-CO2 daalt en pH stijft –> te veel geventileerd
geeft signalen door aan hersenstam
hyperventileren
te veel ventileren in verhouding met de hoeveelheid CO2 die je lichaam op dat moment maakt. Er stroomt dus te veel verse lucht door de alveoli heen –> alveolaire CO2 spanning daalt, terwijl alveolaire O2 spanning stijgt. (lijkt meer op buitenlucht)
–> arteriële O2-spanning stijgt –> Hb was al verzadigd, dus maakt niks uit
–> arteriële CO2-spanning daalt –> pH stijgt –> hypocapnie en respiratoire alkalose
hypoventileren
te weinig ventileren in verhouding met de hoeveelheid CO2 die je lichaam op dat moment maakt. Alveolaire CO2-spanning stijgt, alveolaire O2-spanning daalt.
-> arteriële O2-spanning daalt
-> arteriële CO2-spanning stijgt -> pH daalt -> hypercapnie en respiratoire acidose
Wet van boyle
Als volume van gas vermindert zal druk toenemen
V=1/p
Volgorde gebeurtenissen inspiratie
- Contractie van diafragma en m. intercostalis externus
- Volume van thorax neemt toe
- Pleurale membranen volgen deze bewegingen, elastisch longweefsel werkt dit tegen.
- longvolume neemt toe, druk in alveoli daalt tot onder de atmosferische druk (Pav)
- Lucht gaat stromen van de atmosfeer naar de alveoli
- Druk in alveoli gaat toenemen
- luchtstroom stopt wanneer de druk in de longen hetzelfde is als de druk in de atmosfeer
Dyspneu
Benauwd
verschijnselen
-zwaar ademen
-verhoogde ademfrequentie
-naar lucht snakken
-druk op borst –> stimulas om meer adem te halen
COPD
=Chronische bronchitis en longemfyseem –> weerstand verhoogd en compliantie verhoogd want ‘elastiekje’ wordt slapper –> actieve uitademen door te weinig elastische energie
IRDS
=Infant respiratory distress syndrome
afwezigheid of te kort aan surfactant –> lage compliantie
Bronchitis
ontsteking van bronchioli
pneumonie
ontsteking van alveoli (longweefsel)
Bronchopneumonie
onsteking van alveoli en bronchioli
interstitiële pneumonie
ontsteking tussen alveoli (interstitium)
pleuritis
ontsteking van de pleura
neusgangen
meatus nasi dorsalis = reukgang
meatus nasi medius =sinusgang
meatus nasi communis = ademgang
meatus nasi ventralis = ademgang
wat kan voor een erge bloedneus zorgen tijdens sonderen?
ethmoidale conchea
hoe ligt de epiglottis van een paard?
retrofligaire
plica venae cavae
in de pleura parietalis, er gaat de vena cava en de n. phrenicus doorheen.
pleura parietalis
bekleed de ribwand en mediastinum. vormt ook de plica vena cava
pleura visceralis
bekleedt het weefsel
cupula pleura
uithoeken van interpleurale ruimte in de hals. hier liggen de pleura tegen elkaar aan.
waar liggen de ribben tegen het mediastinum?
recessus costomediastinalis (hart tegen ribwand)
waar ligt je ribben tegen diafragma
recessus constdiafragmatica
atelectase
onvoldoende ontplooing van de alveoli