Hoorcollege 2: The malleability of memory Flashcards
Langetermijngeheugen
Kan herinneringen bevatten van veel jaar geleden en heeft een onbeperkte capaciteit
Twee subtypes van het langetermijngeheugen
Declaratief geheugen (expliciet)
Dit bestaat uit feitelijke kennis
Semantisch
BV: Welk jaar de tweede wereldoorlog begon.
Episodisch
BV: Hoe je laatste verjaardag was.
Procedureel geheugen (impliciet)
Bestaat uit kennis over vaardigheden
Prospectief geheugen
Herinneren aan het uitvoeren van een geplande actie of het herinneren van een geplande intentie op een later tijdstip
Retrospectief geheugen
Dingen herinneren uit het verleden
Drie processen bij het onthouden van gebeurtenissen
Codering
Opslag
Ophalen
Codering
Dit is informatie waarnemen en relateren aan kennis uit het verleden die je al hebt opgedaan. Dit proces vindt continu plaats. De sterkte van codering is afhankelijk van selectieve aandacht.
Flashbulb herinneringen
Herinneringen van gebeurtenissen met een zeer diepgaande emotionele impact.
Opslag
Informatie in de loop van de tijd opslaan in het langetermijngeheugen. Ervaringen laten bepaalde geheugensporen (engrammen) achter.
We coderen en slaan bijna alles op waar we ooit aandacht aan hebben besteed, maar het meeste zullen we niet meer kunnen ophalen.
Consolidatie
De neurale veranderingen die optreden bij het opslaan van een nieuw stuk informatie.
BV: Slapen helpt om geleerde stof te consolideren in het langetermijngeheugen.
Verval
Engrammen vervagen met het verstrijken van de tijd.
Recall bottleneck
Ophaal knelpunt, veel informatie is beschikbaar maar niet toegankelijk om op te halen.
Ophalen
Toegang tot de opgeslagen informatie als je dit nodig hebt.
Wapenfocus
De aanwezigheid van wapens kan ervoor zorgen dat ooggetuigen zich geen details weten de herinneren over de aanvaller en de omgeving. Het is dan ook belangrijk om rekening te houden met het feit dat getuigenissen van een gewelddadig misdrijf vaak minder betrouwbaar zijn dan van een niet gewelddadig misdrijf.
Confirmation bias
De neiging om informatie te zoeken, interpreteren, begunstigen en herinneren die jou overtuigingen of waarden bevestigd.
3 soorten biases in opslag
Achteraf nieuwe informatie leren kan herinneringen versterken
Achteraf nieuwe informatie leren kan herinneringen vervormen
Achteraf nieuwe informatie leren kan nieuwe herinneringen creëren
Retroactieve interferentie
De verstoring van het geheugen door het leren van ander materiaal tijdens de retentie interval.
Post-event misinformatie effect
Het geven van inconsistente of incorrecte informatie kan nieuwe herinneringen creëren
Verklaringen voor post-even misinformatie effect
Sociale druk
We geven soms een onjuist antwoord vanwege sociale druk.
Geheugenvervangingstheorie
Het originele geheugen wordt vervangen door een incorrect nieuw geheugen.
Geheugen co-existentie theorie
Het originele geheugen wordt aangevuld met een incorrect nieuw geheugen en hierdoor weten we soms niet meer welke de juiste is. Monitoring kan ons hierbij wel helpen om te bepalen waar de informatie vandaan kwam en of de bron betrouwbaar is.
Biases in ophalen
Suggestieve vragen
Omstandigheden van het ophalen
Wanneer men informatie ophaalt in dezelfde omstandigheden als waarin men deze heeft gecodeerd, is er een grotere kans om de informatie terug te halen.
Individuele verschillen bij misinformatie effecten
Bestand tegen
Hogere intelligentie, grotere werkgeheugencapaciteit, angst voor negetieve evaluatie, laag in samenwerking, laag in beloning afhankelijkheid
Kwetsbaar
Slecht algemeen geheugen, grotere levendigheid van beelden, hoge empathie, ouder