hoofdstuk 3 Flashcards
take place
vind plaats
candles
kaarsen
performance, show
optreden
spring
lente
pietanza
gerecht
look forward to
uitkijken naar
it was not the same
het was niet hetzelfde
obbligations
verplichtingen
originates from
komt voor uit - voortkomen
in which
waarin
pillow
hoofdkussen
come over
kom langs
Distance
De afstand
rubbish
afval
i wonder
ik vraag me af (zich afvragen)
bad, awful
erg
relative (parente)
familielid
opportunity
gelegenheid
conversation
gesprek
grandparent
groodouter
to enquire about
informeren (naar)
nursery rhyme
kinderliedje
crunchy
knapperig
to cuddle with
knuffelen met
pub
kroef
happiness in life
levelnsgeluk
song
lied
airport
luchthaven
coin
munt
circumstance
omstandigheid
stranger
onbekende
finish food
opkrijgen
face
gezicht
circumstance
OMSTANDIGHEID
fireworks
vuurwerk
unexpected
zoomar
be homesick
HEIMWEE hebben
evil
kwade
paint
verven
occasion
gelegenheid
behoorlijk saai
quite boring
it is different now that she leaves in groningeng
het is anders nu ze in groningen woont.
uitschelden
to insult
differ
schelen
elaborate
uitgebreid
spend the vacantie
breng het vacantie door (doorbrengen)
to wake up
staan op (opstaan)
meet each other, encounter each other
elkaar tegenkommen
access
toegang