hoofdstuck 4 Flashcards
1
Q
gebieden
A
areas
2
Q
weleens
A
sometimes
3
Q
perspective
A
blik
4
Q
obvious
A
vanzelfsprekend
5
Q
to wander
A
zwerven
6
Q
eerlijk
A
honest
7
Q
rarely
A
zelden
8
Q
surprised
A
verrast
9
Q
what matters is
A
het gaat erom
10
Q
underscored
A
onderstreept
11
Q
The weather was changeable
A
het weer was visselvalig
12
Q
Appreciate
A
waarderen
13
Q
terribly
A
Vreselijk
14
Q
faint
A
flauw
15
Q
heat wave
A
hittegolf
16
Q
persevere
A
volhouden
17
Q
obvious
A
vanzelfsprekend
18
Q
darkness
A
duisternis
19
Q
originate
A
voortkomen
20
Q
A