Hoofdstuk 11 Flashcards
neighbor (f)
de buurvrouw
live
leven
hooray
hoera
happy birthday
van harte gefeliciteerd
congratulate on
feliciteren met
present
het cadeau
ticket
het kaartje
festival
het festival
hope
hoop (hopen)
that
dat
not yet
nog geen
Cuban
Cubaanse
music
de muziek
am crazy about
ben gek op (gek zijn op)
remember/ remind
me herinneren (zich herinneren)
one time
een keer
told
verteld (vertellen)
cake
de taart
you know the way
je weet de weg (de weg weten)
open
doe open
door
de deur
first
de eerst
seen
gezien (zien)
company
het bedrijf
accountant
de accountant
am I mistaken
vergis ik me (zich vergissen)
office
het kantoor
own
eigen
boss
de baas
busy
druk
time
de tijd
am bored
verveel me (zich vervelen)
never
nooit
abroad
het buitenland
hear
hoor (horen)
German
Duits
accent
het accent
that’s right
dat klopt
recently
sinds kort
I enjoy it
het bevalt me
study
studeer (studeren)
student
de student
speech therapy
de logopedie
besides
naast
study
de studie
job on the side/ part-time job
het bijbaantje
each/ every
iedere (ieder)
cinema
de bioscoop
are you interested
interesseer je (zich interesseren)
just
gewoon
understand
begrijp (begrijpen)
fast
snel
hobby
de hobby
not really
niet echt
sport
de sport
swimming
zwemmen
walking/ hiking
wandelen
what a coincidence
wat toevallig
Walking Fairs
de Wandelbeurs
am getting ready for
bereid me voor op (zich voorbereiden op)
walking tour
de wandelreis
trip
de reis
Chile
Chili
information
de informatie
interesting
interessant
write down
opschrijven
remember
onthouden
more slowly
langzamer (langzaam)
pen
de pen
paper
het papier
speak
praten