Het Resultaat H1-H4 Flashcards
Het Resultaat
soorten ondernemingen
- handelsonderneming
- dienstverlenende onderneming met omzettingsproces
(verkopen ook producten) - dienstverlenende onderneming zonder omzettingsproces (verkopen geen producten)
- productiebedrijf
omzet
p excl btw*q
Btw bij inkoop voorraad
=> BETAALD btw aan leverancier
=> bedrijf mag betaalde btw TERUG vragen
- te vorderen btw aan de DEBET-kant
Btw verkoop voorraad
=> ONTVANGT btw van de klant
=> bedrijf moet ontvangen btw BETALEN aan de ficus
- te betalen btw aan CREDIT-kant
Kosten Vaste Activa
- Afschrijvingen
- intrestkosten
- complementaire kosten
Afschrijvingskosten
Afschrijvingsbedrag = (A - R)/ n
A = aanschafwaarde (inclusief instalatie waarde)
R = restwaarde (let op evt - sloopkosten)
n = economische levensduur
Boekwaarde Vaste Activa
= Aanschafwaarde (inclusief instalatie kosten) - reeds afgeschreven
Incidenteel resultaat
Incidenteel resultaat bij verkoop VA = opbrengst excl btw - boekwaarde
of
= incidentele opbrengsten - incidentele kosten
Intrestbedrag per periode
= ((A+R)/2)* rente %
(A+R)/2 = gemiddeld gedurende de gehele levensduur geïnvesteerd vermogen
afschrijving% per jaar
= (Afschrijving per jaar/aanschafwaarde) *100%
Winst- en verliesrekening zonder EBITDA en EBIT
=> Opbrengsten
- Inkoopwaarde omzet
- overige bedrijfskosten EXCLUSIEF interestkosten
= bedrijfsresultaat
+ financieringsresultaat
+ incidenteel resultaat
= resultaat voor belasting
- belasting
= resultaat na belasting
Financieringsresultaat
= Intrestopbrengsten - intrestkosten
bedrijfsresultaat
= Opbrengsten
- Inkoopwaarde omzet
- overige bedrijfskosten EXCLUSIEF interestkosten
resultaat voor belasting
= bedrijfsresultaat
+ financieringsresultaat
+ incidenteel resultaat
= resultaat voor belasting
of
EBIT
+ financieringsresultaat
+ incidenteel resultaat
= resultaat voor belasting
Winst- en verliesrekening met EBITDA en EBIT
=> Opbrengsten
- Inkoopwaarde omzet
- overige bedrijfskosten (EXCLUSIEF afschrijvings-, amortisatie- en interestkosten)
= EBITDA
- afschrijvingen
- amortisatie
= EBIT
+ financieringsresultaat
+ incidenteel resultaat
= resultaat voor belasting
- belasting
= resultaat na belasting
EBITA
= Opbrengsten
- Inkoopwaarde omzet
- overige bedrijfskosten (EXCLUSIEF afschrijvings-, amortisatie- en interestkosten)
EBIT
= EBITA
- afschrijvingen
- amortisatie
verschil constante en variabele kosten
constant
=> niet afhankelijk van afzet
variabel
=> afhankelijk van de afzet
Break-even point
Opbrengsten = Kosten
TO = TK
=> Totale opbrengsten = Totale kosten
=> Break-even point
TO
= totale opbrengsten
= p * q
TK
= totale kosten
= TCK + TVK
= TCK + (v * q)
v= variabele kosten per stuk (GVK)
BEA
(= Break-Even Afzet)
q = TCK/(p-v)
BEO
(=Break-Even Omzet)
= p * BEA
= TCK / (p-v in perunage van de omzet)
perunage
= percentage/100
v
(=Variabele kosten)
= (TVK/TO)*100%
TVK
= totale variabele kosten
dekkingsbijdrage per product
= p-v
=> bijdrage van de dekking van de constante kosten
totale dekkingsbijdrage
(p-v)*q
=> bijdrage van de dekking van de constante kosten
resultaat
= Totale dekkingsbijdrage - TCK
amortisatie
afschrijvingen op immateriële vaste activa