hart feiten etc. Flashcards
eigenschappen endotheel
bloedweefsel barrière
productie glycocalyx
gevoelig voor veranderingen in shear stress
activatie geeft adhesie en migratie lymfocyten
eerste harttoon
sluiten mitralis en tricuspidalis kleppen
tweede harttoon
sluiting aorta en pulmonaal klappen
derde harttoon
ventrikels trillen bij vulling en uitrekking
fysiologisch op jonge leeftijd
vierde harttoon
fysiologisch bij oudere mensen
niet te horen bij atriumfibrilleren
stenose
systolisch geruis
vernauwde opening voor bloed om doorheen te stromen
insufficiëntie
diastolisch geruis
geruis bij gesloten klep
door terugstromen bloed
TnT
verbinding tussen troponine en myosine complex
TnC
binding site voor Ca tijdens excitatie-contractie koppeling
TnI
bindt aan actine en schermt in rust de bindingsplek voor myosine op het actine af
functies titine
- actin en myosine gescheiden houden (structuur van sarcomeer bewaren)
- voorkomen uit elkaar trekken sarcomeer
- zorgt dat het hart tijdens diastole niet oneindig wordt gevuld
cross bridge cyclus
- ATP bindt aan myosine, myosine laat los (relaxatie)
- ATP hydrolyse, cocked state (rust formatie)
- Cross bridge vorming
- fosfaat laat los van myosine, powerstroke
- ADP laat los (attached state)
calsequestrine en calreticuline
houden Ca in SR tegen concentratie gradient in
plateau -fase
fase 2
influx Ca –> Ca bindt aan ryonide receptoren op SR –> efflux Ca uit SR
isometrische contractie
lengte vd spier verandert niet, wel kracht ontwikkeld
isotone contractie
spierkracht wordt gelijk gehouden, lengte varieert
hoeveelheden K
binnen 150mM
buiten 4 mM
hoeveelheden Na
binnen 20 mM
buiten 145 mM
hoeveelheden Ca
binnen 0,1 umol
buiten 1200 umol
contractie gewone spiercel
fase 0: na influx fase 1: na kanalen dicht, K efflux fase 2: plateau, Ca influx, K efflux fase 3: repolarisatie, Ca kanalen dicht, K efflux fase 4: herstel ionconcentraties
fosfolambam
remt SERCA-pompen
als fosfolambam wordt gefosforyleerd (door cAMP-kinase en calmoduline) gaat de SERCA-pomp harder werken
chronotropie
hartfrequentie
inotropie
vermogen van het hart om stijf te worden
hangt af van crossbridges
lusitropie
vermogen van het hart om slap te worden
hangt af van lengte en vullen
mogelijke mechanismen Frank-Sterling relatie
optimale actin-myosine overlap
reduced lattice spacing
veranderde myosinekop orientatie
verhoogde calcium gevoeligheid
prostocycline en NO
vasodilatatie
geproduceerd door endotheel
vWF en thromboplastine
stolling
geproduceerd door endotheel
endotheline
vasoconstrictie
geproduceerd door endotheel
thrombospondine
antistolling
geproduceerd door endotheel