H5 Koude oorlog Flashcards

1
Q

Dekolonisatie

A

Het proces waarbij voormalige koloniën onafhankelijk werden van Europese moederlanden, vooral na de Tweede Wereldoorlog.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Koude Oorlog

A

De periode van politieke en militaire spanning tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie (1945-1991) zonder directe oorlog tussen beide grootmachten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Ideologische tegenstelling

A

De strijd tussen het kapitalistische Westen (VS en bondgenoten) en het communistische Oosten (Sovjet-Unie en bondgenoten).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Kapitalistisme

A

Een economisch systeem waarin bedrijven en productiemiddelen in privébezit zijn en marktwerking de economie bepaalt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

IJzeren Gordijn

A

De denkbeeldige grens tussen het communistische Oostblok en het kapitalistische West-Europa tijdens de Koude Oorlog.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Satellietstaat

A

Een land dat officieel onafhankelijk is, maar in feite politiek en economisch wordt beïnvloed door een ander (meestal groter) land.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

blokkade van Berlijn

A

De blokkade van West-Berlijn door de Sovjet-Unie in 1948-1949 om de westerse invloed in de stad te beperken, waarop de geallieerden reageerden met een luchtbrug.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Containmentpolitiek

A

De Amerikaanse strategie om de verspreiding van het communisme tegen te gaan door middel van economische, militaire en diplomatieke maatregelen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Marshallhulp

A

Het economische hulpprogramma van de VS om West-Europese landen economisch te steunen na de Tweede Wereldoorlog en zo communistische invloeden te beperken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO):

A

Een militaire alliantie van westerse landen, opgericht in 1949 om collectieve verdediging tegen de Sovjetdreiging te garanderen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Warschaupact

A

Een militair bondgenootschap van de Sovjet-Unie en Oostbloklanden, opgericht in 1955 als tegenhanger van de NAVO.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Bondsrepubliek Duitsland (BRD)

A

Het westelijke, democratische deel van Duitsland dat na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht en onder invloed van de westerse geallieerden stond.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Duitse Democratische Republiek (DDR)

A

Het communistische Oost-Duitsland dat onder controle stond van de Sovjet-Unie van 1949 tot 1990.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

landverraders

A

Personen die in oorlogstijd of tijdens bezettingen samenwerken met de vijand en hun eigen land verraden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Hongaarse opstand

A

De opstand van de Hongaarse bevolking in 1956 tegen het communistische bewind en de overheersing door de Sovjet-Unie, die bloedig werd neergeslagen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Nikita Chroesjtsjov

A

De leider van de Sovjet-Unie (1953-1964) die verantwoordelijk was voor de destalinisatie en betrokken was bij de Cubacrisis.

17
Q

Kernwapens

A

Wapens met een enorme vernietigingskracht, gebaseerd op kernsplijting of kernfusie.

18
Q

Afschrikking

A

De militaire strategie waarbij landen kernwapens gebruiken om tegenstanders af te schrikken van een aanval.

19
Q

Berlijnse Muur

A

De muur die in 1961 werd gebouwd om Oost-Berlijn van West-Berlijn te scheiden en vluchtelingen naar het Westen tegen te houden.

20
Q

Cubacrisis

A

De confrontatie tussen de VS en de Sovjet-Unie in 1962 over Sovjet-kernraketten op Cuba, die bijna leidde tot een kernoorlog.

21
Q

John F. Kennedy

A

De Amerikaanse president (1961-1963) die een belangrijke rol speelde in de Koude Oorlog en de Cubacrisis, en in 1963 werd vermoord.

22
Q

Praagse Lente

A

De hervormingsbeweging in Tsjecho-Slowakije in 1968 die meer vrijheid en democratisering nastreefde, maar door de Sovjet-Unie werd neergeslagen.

23
Q

Glasnost

A

De politiek van openheid en meer vrijheid van meningsuiting in de Sovjet-Unie, geïntroduceerd door Gorbatsjov in de jaren 80.

24
Q

Perestrojka

A

De economische en politieke hervormingen in de Sovjet-Unie onder Gorbatsjov, bedoeld om het communistische systeem te moderniseren.

25
Q

Michaïl Gorbatsjov

A

De laatste leider van de Sovjet-Unie, verantwoordelijk voor Glasnost en Perestrojka, wat leidde tot het einde van de Koude Oorlog.

26
Q

Ronald Reagan

A

De Amerikaanse president (1981-1989) die een harde lijn tegen de Sovjet-Unie voerde en bijdroeg aan het einde van de Koude Oorlog.

27
Q

Duitse eenwording

A

Het proces waarbij Oost- en West-Duitsland in 1990 werden herenigd na de val van de Berlijnse Muur.

28
Q

Europese Unie

A

De economische en politieke unie van Europese landen die nauwer samenwerken op economisch, juridisch en politiek gebied.

29
Q

nationalisme

A

De ideologie waarbij het eigen volk en de eigen natie als superieur worden beschouwd, wat kan leiden tot vijandigheid tegen andere naties.

30
Q

11 september 2001

A

De terroristische aanslagen op de Twin Towers in New York en het Pentagon in Washington op 11 september 2001, uitgevoerd door Al Qaida.

31
Q

Terreur

A

Het gebruik van geweld en intimidatie om politieke of ideologische doelen te bereiken, vaak door niet-statelijke groeperingen.