H3 Flashcards
per
over, door heen
errare
(rond)zwerven, dwalen
quattuor
vier
equus
paard
amica
vriendin
appropinquare
naderen
intrare
binnengaan, binnenkomen
legere
verzamelen
ridere
lachen
audire
horen
videre
zien
statim
meteen
amarae
verliefd zijn (op), beminnen
temptare
proberen
sed
maar
in
in, naar
exclamare
uitroepen
rapere/io
roven
audere
durven
enim
want, immers
deinde
vervolgens, daarna
aperire
openen
aperui
pf van aperire
sub
onder(in)
nunc
nu
regina
koningin
sedere
zitten
inter
tussen, temidden van
gaudere
zich verheugen, blij zijn
dolere
verdrietig zijn
nam
want
iuvare
helpen
reddere
teruggeven
cogitare
(na)denken
nec … nec
noch … noch, niet … en ook niet
cupere/io
begeren, verlangen, willen
consilium
besluit, plan
capere/io
nemen
annus
jaar
dividere
verdelen
sex
zes
tum
toen, dan
curare
zorgen (voor)