Gezonde Cel 2.0 Flashcards
Fasecontrast-LM (lichtmicroscopie)
Berust op het bewerken van kleine faseveranderingen die ontstaan door kleine brekingsverschillen in het preparaat, zodat deze zich voordoen als variaties in licht en donker. Hiervoor is geen fixatie van het weefsel voor nodig
HE-kleuring
Hematoxyline kleurt zure groepen zoals nucleïnezuren en zure suikers blauw. Eosine kleurt basische componenten rood
Fluorescentiemicroscopie
De lichtbundel passeert in een fluorescentie-LM eerst het excitatiefilter. Dit filter beperkt het excitatielicht tot een bepaalde golflengte, terwijl het emissielicht dat door het preparaat wordt uitgezonden, geleid wordt door een sperfilter, dat de resten van het excitatielicht uit de bundel verwijderd. De fluorescerende delen van het preparaat lichten daardoor op tegen een donkere achtergrond. (Lichtbundel passeert in Fluorescentie-Lm een filter, die het licht beperkt tot een bepaalde golflengte. Door het preparaat wordt emissielicht uitgezonden)
Confocale Laser Scanning Microscopy (CLSM)
Ontwikkeling serie digitale optische coupes die tezamen een driedimensionaal beeld geven. Er wordt een scherpe monochrome laserbundel door een spiegelsysteem via het objectief naar een preparaat gestraald. In het preparaat zenden alle beeldpunten op al deze lijnen fluorescentielicht uit, dat door hetzelfde objectief op een pinhole wordt geprojecteerd. De hvh licht dat die pinhole passeert wordt gemeten door een gevoelige fotomultiplierbuis. Dit signaal wordt op een monitor voor elk beeldpunt als een pixel met de juiste intensiteit en kleur weergegeven(Ook fluorescentiemicroscopie)
Scanning-EM
Het preparaatoppervlak wordt door een scannende elektronenbundel punt voor punt en lijn voor lijn afgetast. Elektronen worden losgeweekt en door een positief geladen detector aangetrokken en als signaal doorgegeven.
Oplossend vermogen Transmissie-EM
0,1 nm
TEM
De lens bestaat uit koperdraad gewikkeld rondom een weekijzerkern. De beeldvorming komt tot stand door verstrooiing van elektronen uit de bundel door de contrastmiddelen, zoals lood- en uranylionen, die aanwezig zijn in de coupe na aanhechting aan de biologische structuren. Deze plekken worden als donker weergegeven. Het eindbeeld wordt gevormd doordat de elektronen op een fluorescentiescherm vallen of een fotografische film belichten, of door een digitale camera worden geregistreerd.
Waarom mogen de preparaten niet aan de lucht drogen
Dit kan artefacten veroorzaken, daarom wordt het gedroogd in een kritisch-punt-droogtoestel
Welke drie lagen kent de embryonale fase
et ectoderm (de buitenste laag), het mesoderm (de middelste laag) en het endoderm (de binnenste laag)
Eenlagig plaveiselepitheel
Komen voor in de capillairen en longblaasjes. Daarnaast vindt er uitwisseling van vloeistoffen, gassen en voedingsstoffen plaats d.m.v passief transport
Cilindrisch epitheel
Je vindt het in het maagdarm kanaal, dit type cel heeft vaak een taak in de opname en verwerking van voedingsstoffen. Ze bevatten microvilli en er vindt absorptie plaats d.m.v. actief transport
Overgangsepitheel (transitioneel)
Komt voor in de blaas en urinewegen en is meerlagig. Daarnaast is het rekbaar en biedt het bescherming door dekcellen die van vorm veranderen. de dekcellen worden ook wel paraplucellen genoemd
Meerlagig onverhoornd plaveiselepitheel
Komt voor in de slokdarm en biedt bescherming d.m.v meerlagig karakter
Meerlagig verhoornd plaveiselepitheel
komt voor op de huid. Het is een barrière en biedt bescherming d.m.v meerlagig karakter
Pseudomeerlagig (meerrijig) cilinderepitheel met vervangcellen en trilharen
Komt voor in de trachea. Er vindt transport plaats via epitheel oppervlak d.m.v trilharen
Desmosomen
Zijn sterke ankers in de cel en zijn voornamelijk opgebouwd uit cadherine. Een andere naam hiervoor is ook wel de macula adhearens. Is verbonden met de intercalairschijf
Desmosomen
Zijn sterke ankers in de cel en zijn voornamelijk opgebouwd uit cadherine. Een andere naam hiervoor is ook wel de macula adhearens. Is verbonden met de intercalairschijf
Gap junction
Dit is een kanaal waardoor ionen van de ene cel naar de andere cel kunnen. Dit worden ook wel nexusverbindingen genoemd.
Intercalairschijf
Een overdwars lopende lijn, bijvoorbeeld bij een hartspier. Deze is verbonden met desmosomen
Kenmerkend voor cellen die druk bezig zijn met processen in het cytoplasma
Bijvoorbeeld tijdens de eiwitsynthese hebben veel cytoplasma. Plasmacellen bevatten dus veel cytoplasma (ze zijn continu bezig met de productie van antilichamen)
Kenmerkend voor cellen met weinig cytoplasma
Ze lijken te slapen, ze zijn niet bezig met processen. Ook de RNA-synthese staat op een laag pitje. Voorbeeld hiervan is lymfocyt. Een trigger kan ze aanzetten tot het ontwikkelen van synthetiserende activiteiten
Meerkernige cellen
Het accent is verschoven naar de (eiwit)productie. Dit gaat ten koste van de potentiële delingscapaciteit. In de lever worden regelmatig binucleaire cellen gevonden. In deze levercellen kan glycogeen gevonden worden, die kleurt aan met de PAS.
Kernloze cellen
Rode bloedcellen zijn hier een voorbeeld van. Dit is een teken van een hooggespecialiseerde, eenzijdige functie van de cel
Toename van de hoeveelheid cholesterol in een membraan
Zorgt ervoor dat de vloeibaarheid en daarmee zijn beweeglijkheid afneemt
Sfingolipiden
Net zoals fosfolipiden amfifiele moleculen. Een hydrofobe kopgroep en een uit vetzuren bestaande, hydrofobe staart. Glycolipiden: wanneer de kopgroep bestaat uit een keten van suiker
Actief transport
Tegen de gradiënt in. Dit proces kost energie, dit houdt concentratieverschillen en ladingsverschillen in stand.
Passief transport
Met de gradiënt mee. De Channel staan open en dicht. Transporter binding en vormverandering (ion).
Integrines
Ankers die actine vastzetten aan de extracellulaire matrix. De actine vormt het cytoskelet
Ribosomen
Eiwitten die het mRNA aflezen en hier vervolgens eiwitten van maken. Deze kunnen liggen op het RER, of in het cytosol (vrije ribosomen)
Glycogeen en ribosomen op een TEM
Glycogeen ligt in druiventrosjes en iets meer op elkaar geplakt.
Golgi-apparaat
Onderzijde: cis-zijde
Bovenzijde: trans-zijde
Van de trans-zijde snoeren telkens blaasjes af die naar het celmembraan gaan om vanwaaruit naar de ECM te gaan. De vehikels met inhoud kunnen ook lysosomen vormen en dan blijven ze dus in de cel.
Gereguleerde secretie
De stof wordt alleen afgegeven, als daar een prikkel voor komt, dus als je lichaam daar echt behoefte aan heeft
Constitutieve secretie
Als het eiwit gevormd is, wordt het meteen afgegeven, en dus niet opgeslagen
Autofagie
Als een eiwit binnen de cel afgebroken moet worden, omdat deze bijvoorbeeld niet goed gevouwen is. De desbetreffende structuur wordt dan gevangen in een vesikel, dan noemen we het een autofagosoom
Fagocytose
Als een bacterie of een ander pathologisch
micro-organisme opgenomen wordt. Het blaasje met daarin het gefagocyteerde materiaal noemen we een fagosoom
Endocytose
Als er geen pathologisch structuren, maar bijvoorbeeld voedingsstoffen voor de cel worden opgenomen
Lysosomale stapelingsziekte
Er komen één of meerdere lysosomale enzymen niet meer in de lysosomen terecht. In de meest ernstige vorm, inclusion cell (I-cell) disease, ontbreken alle enzymen die via de mannose-6-fosfaat route in de lysosomen terecht moeten komen. Materiaal wordt nog wel opgenomen door de cel maar kan door het ontbreken van afbraakenzymen in de lysosomen niet meer verwerkt worden.
Peroxisomen
komen veelvuldig voor in lever- en niercellen. De kern is gekristalliseerd. Peroxisomen zijn in staat waterstofperoxide te vormen door waterstof bij zuurstof te plaatsen. Peroxisomen in de lever zijn in staat giftige stoffen, zoals alcohol, te detoxificeren. Bij dit proces wordt de waterstof van de gifstoffen bij zuurstof geplaatst en
waterstofperoxidase gevormd. Waterstofperoxidase is ook giftig, maar peroxisomen bevatten enzymen om deze stof om te zetten in water en zuurstofgas. Een enzym dat dit kan is katalase, en is veel te vinden in de peroxisomen.
Hoe worden de membraanstructuren die u binnen in het mitochondrion kunt waarnemen genoemd
Cristae
Wat zijn de drie functies van het mitochondrium
Regulatie van de apoptose, calciumhuishouding en de ATP-productie
Waar wordt calcium opgeslagen
In het mitochondrium en in het ER
Uit welke verschillende structuren is het cytoskelet opgebouwd
microfilamenten (actine), microtubuli en intermediaire filamenten. Ieder type weefsel heeft eigen intermediaire filamenten.
Epitheel
Cytokeratine: Verhoornende en niet verhoornende epithelia
Bindweefsel
Vimentine: Fibroblasten, gladspierweefsel van de vaatwand macrofagen, endotheelcellen en kraakbeencellen
Spiercellen
Desmine: dwarsgestreept spierweefsel, glad spierweefsel
Neuronen
Neurofilamenten: neuronen
Kernhoudende cellen
Lamine: Als onderdeel van het kernmembraan
CSID (congenitale sucrase-isomaltase deficiëntie)
Het enzym komt niet in of verder dan het het Golgi of wordt naar de basolaterale (i.p.v apicale) kant van de cel gestuurd
FH (familiaire hypercholesterolemie)
De LDL-receptor wordt niet getransporteerd uit het ER, nier geendocyteerdof niet gerecycled
Longemfyseem
alpha1-antitrypsine wordt afgebroken in het ER
Tay-Sachs
beta-hexosaminidase wordt afgebroken in het ER –> lysosomale stapelingsziekte