college 2 Flashcards

de nederlandse interculturele context

1
Q

obstretisch geweld

A

Alle vormen van niet-respectvolle, gewelddadige zorg bij de bevalling. De kans dat dit gebeurt bij een vrouw van andere seksuele voorkeur, genderidentiteit, migratieachtergrond of armoede is hoger en daardoor ook de kans op ziekte of sterfte.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

hoe verandert ras in face processing in het eerste jaar en waarom?

A

3 dagen: geen voorkeur voor eigen ras
3 maanden: wel voorkeur
6 maanden: geen voorkeur
9 maanden: wel voorkeur
Een interpretatie hiervan is dat bij die leeftijd of een nieuwigheidsvoorkeur hoort of juist vertrouwdheidsvoorkeur en dat hiertussen afgewisseld wordt in de ontwikkeling.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

hoe kan zorg voor zwangere vrouwen in asielzoekerscentra beter? (4 punten)

A
  1. Verloskundigen zouden een telefonische tolk moeten bellen voor de taal en cultuurbarrières. 2. Verloskundigen zouden meerdere vrouwen van dezelfde achtergrond moeten behandelen, dus bv bepaalde plekken aanwijzen voor zwangere vrouwen met dezelfde verloskundigen (groepszorg). Dan kan er een band tussen de vrouwen onderling en met de verloskundigen ontstaan. 3. Vragenlijst over mentale gezondheid vd vrouwen, om die problemen in kaart te krijgen en op te lossen. 4. Algemene verbeteringen in asielzoekerscentra en het Nederlandse zorgsysteem.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

fixatietijd

A

Hoe lang er wordt gekeken naar iets.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

hoe scannen baby’s gezichten op ras?

A

De fixatietijd bij het eigen ras, vooral bij baby’s tussen de 4 en 9 maanden, bleef gelijk, terwijl de fixatietijd bij andere rassen afnam. Ze bleven minder lang staren naar de interne kenmerken (ogen, neus en mond).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

bekende vs onbekende gezichten voor baby’s

A

Bij baby’s van 3 maanden is er geen verschil, maar bij oudere baby’s is het zo dat bekende gezichten en gezichten van het eigen ras ze beter laten voelen dan onbekende gezichten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

14 maanden en imitatie

A

Baby’s van 14 maanden zijn sneller geneigd om de acties van een volwassene binnen de eigen groep die de moedertaal spreekt te imiteren dan een volwassene uit een andere groep die een vreemde taal spreekt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

zijn baby’s kleurenblind?

A

Nee, vanaf 3 maanden en nog sterker vanaf 6 maanden merken ze het verschil op. Als een baby foto’s achter elkaar ziet die op elkaar lijken, besteedt hij er minder aandacht aan. Toen er bij 3 maanden allemaal foto’s van witte mensen werden gelaten zien en daarna een ander ras, keek de baby langdurig naar de nieuwe foto. Dit laat zien dat de baby het verschil ziet.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

onderzoek over bliksignalen

A

Volwassene 100% betrouwbaar: baby gebruikt de blik van de volwassene uit eigen ras en ook de blik van de volwassene van het andere ras.
Volwassene niet betrouwbaar (25%): geen enkele blik van geen enkel ras gebruikt.
Volwassene half betrouwbaar (50%): alleen de blik van het eigen ras gebruikt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

zijn jonge kinderen kleurenblind?

A

Nee, bij een opdracht waarbij foto’s van mensen moesten worden ingedeeld, deelden kinderen na de kleuterleeftijd steeds meer in op ras ipv kleding of geslacht. Jonge kinderen deden dit niet zo snel als na de leeftijd 3-5.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Peuters en sociaal onderscheid

A

Peuters lijken nog niet zoveel sociaal onderscheid te maken. Ze nemen van de witte en de zwarte vrouw speelgoed aan en geven dingen terug. Vanaf vijf jaar was er echter een voorkeur te zien voor de eigen groep. Als er aan een 3-jarige werd gevraagd naast wie ze wilden zitten, maakten ze geen verschil tussen etnische groepen, maar dit gebeurde wel vanaf 4 en 5 jaar.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

perinatale zorg

A

Zorg voor, tijdens en na de geboorte. Hieromheen bestaan veel culturele gebruiken die gevaarlijk zouden kunnen zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

kritiek op R4U

A

De moeder wordt niet gezien als individu, maar als onderdeel van een groep (op basis van etniciteit?). Dit zorgt voor devaluatie van persoon, vrouw en moeder. daarom zou er niet alleen R4U, maar ook een gesprek tussen de zorgverlener en de moeder moeten zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

de R4U

A

Een gevalideerde vragenlijst voor verloskundigen die zich richt op zes domeinen van risicofactoren: sociale, psychische, leefstijl, algemeen medische, obstetrische en zorg gerelateerde risicofactoren. Het doel hiervan is screening op medische en niet medische risicofactoren om perinatale sterfte te voorkomen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

shared decision making

A

De arts en de patiënt moeten gezamenlijk besluiten nemen, wat wettelijk verplicht is in Nederland, maar dit gebeurt vaak niet bij moeders met een migratieachtergrond, aangezien de dokter vooroordelen heeft en niet goed begrijpt wat de patiënt wil.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

collectivistisch

A

Collectivistische culturen zijn het tegenovergestelde van individualistisch.

12
Q

other-race effect

A

Dat mensen het eigen ras beter herkennen dan andere rassen. Ontstaat bij baby’s als ze niet regelmatig worden blootgesteld aan andere rassen. Dit gebeurt dan vanaf 6 maanden. Dit is omkeerbaar.