Chapter 4 Lesson 2 wordlist Flashcards
de agenda
agenda
de bom (bomben)
bomb
de brief(brieven)
letter
de bril (brilen)
glasses
de creditcard (creditcarden)
credit card
de dollar (dollars)
dollar
de doos(dossen)
box
dik
fat
historisch
historical
open
open
persoonlijk
personal
de drug ( drugs)
drugs
de fles ( flessen)
bottles
de hand
hand
handtas(handtassen)
handbag
de jas(jassen)
coat
de neus(neuzen)
nose
de paraplu (paraplu’s)
umbrella
plastic
plastic
recent
recent
tevreden
satisfied
de portefeuille
wallet
de portemonnee
wallet
de regenjas
rain coat
de schoen
shoe
de sigaret
cigarette
de sleutel
key
de tas
bag
aangeven
to indicate
noemen
name
openmaken
open
roken
to smoke
terugvinden
pick up (again, find?)
de toerist
tourist
de trui
sweater
de vaas
vase
de verkoopster
saleswoman
de vis
fish
de wekker
alarm clock
de zak
bag
de zakdoek
handkerchief
het cadeau
gift
het deel
part
het museum
museum
het oog
eye
het paar
couple
het parfum
perfume
het verblijf
the stay
het verleden
past
even veel
as much
in orde
alright
in de openlucht
in the open air