begrippen h4 Flashcards
fabriek
bedrijf waar op grote schaal met machines producten worden gemaakt.
kapitalisme
economisch systeem waarin ondernemers vooral winst maken met de productie van goederen, waarbij ze zo min mogelijk worden gehinderd door wetten en regels.
industrialisatie
de opkomst van productie in fabrieken
huisnijverheid
werk dat mensen thuis voor een ondernemer doen om wat extra geld te verdienen
massaproductie
met machines grote hoeveelheden van dezelfde producten maken
industriële revolutie
grote verandering in west-europa door de komst van fabrieken en nieuwe vervoermiddelen aan het eind van de 18e en in de 19e eeuw
industriële samenleving
samenleving waarin industrie het belangrijkste middel van bestaan is.
infrastructuur
alle wegen, spoorlijnen, waterwegen en andere verbindingen in een gebied.
moderne tijd
de periode vanaf 1800
urbanisatie
het in korte tijd ontstaan van grote steden, ten koste van het platteland. ook verstedelijking genoemd
romantiek
stroming in de literatuur en de kunst die nadruk legt op gevoel, persoonlijke beleving en de schoonheid van traadities, en die zich afzet tegen de verlichting
psychologie
wetenschap die de werking van de menseliijke geest bestudeert
klasse
een sociale groep in een industriële en kapitalistische samenleving
sociologie
wetenschap die de werking van de samenleving bestudeert
klassenmaatschappij
een samenleving die drie belangrijke klassen kent:
de ondernemersklasse
de middenklasse
de arbeidersklasse
psychiatrie
wetenschap die geestesziektes bestudeert
constitutionele monarchie
een koninkrijk met een grondwet
darwinisme
leer van charles darwin die een verklariing geeft voor de evolutie van plant en diersoorten.
liberaal
aanhanger van het liberalisme
conservatief
iemand die alles zoveel mogelijk bij het oude wil laten
parlementaire democratie
een democratie waarin niet de koning, maar een gekozen parlement de hoogste macht heeft.
liberalisme
politieke stroming die opkomt voor zoveel mogelijk vrijheid voor de burgers
overheid
het hoogste bestuurlijke gezag in de staat
censuskiesrecht
beperkt kiesrecht dat alleen geldt voor mensen die een bepaalde hoeveelheid belasting betalen