Additional Vocabulary Flashcards
I hide it well
Ik verstop het goed
Generally
Meestal
I book my holiday according to the work calendar.
Ik boek mijn vakantie volgens de kalender van het werk.
The meat
Het vlees
Also
Ook
the end
Het einde
The target
Het doel
Stuff
Dingen
It is used for industrial purposes
Het wordt gebruikt voor industriële doeleinden
Air compressor
Luchtcompressor
the parts
Het onderdeel, de onderdelen
Now
Nu
The service
De dienst
The supplier
De leverancier
What tasks do you have today?
Welke taken die jij vandaag?
To leave
Vertrekken
This morning she leaves for Delft
Deze morgen vertrekt ze naar Delft
.. TO VISIT me.
.. OM mij TE bezoeken.
I have slept all day.
Ik heb de hele dag geslapen.
I did (do) the administration all day in Brussels
Ik deed (doen) de hele dag de administratie in Brussel
Sth / Nothing
Iets / Niets
1 times a month
1 keer per maand
I visit my friend
Ik bezoek mijn vriend
you too
jij ook
have a nice day
Fijn dag nog
now I am here
Nu ben ik hier
15 minutes
15 minuten = een kwartier
approximately
Ongeveer
waking up
Opstaan/ Wakken Worden
I eat different fruit every day
Ik eet elke dag ander fruit
I havent any weekend
Ik heb geen weekend
Saturday we went for a long walk
Zaterdag deden we een lange wandeling
I only had Sunday off
ik had alleen op zondag vrij
frustrating
frusterend
there were many presentations
er waren veel presentaties
Vinegar
Azijn
The series is about serialkiller
De serie gaat over een seriemoordenaar
Learn
Leren
May I start reading?
Mag ik beginnen lezen?
Protein
Eiwitten
I would like to try playing tennis
Ik wil graag proberen tennissen
I cycle back and forth to work
Ik fiets heen en terug naar het werk