13) 601-650 Flashcards
ladybug
het lieveheersbeestje
wasp
de wesp
scorpion
de schorpioen
baby goat (kid)
het geitje
lamb
het lam
calf
het kalf
foal (baby horse)
het veulen
beak
de snavel
tail
de staart
wing
de vleugel
hoof
de hoef
zoo
de dierentuin
nest
het nest
pen (chicken coup)
de kooi
pigsty
de varkensstal
to meow
miauwen
to purr
spinnen
to bark
blaffen
to quack
kwaken
fir (tree)
de spar
poplar
de populier
willow
de wilg
branch
de tak
log
de boomstronk
pear tree
de perenboom
orange tree
de sinaasappelboom
plum tree
de pruimenboom
cherry tree
de kersenboom
cacao tree
de cacaoboom
shrub
de struik
strawberry
de aardbeienplant
raspberry bush
de frambozenstruik
blackberry bush
de braamstruik
lilac
de sering
lily
de lelie
iris (flower)
de iris
orchid
de orchidee
dandelion
de paardenbloem
poppy
de klaproos
plant
de plant
grass
het gras
cactus
de cactus
bamboo
de bamboe
moss
het mos
petal (plant)
het bloemblad
stem
de stam
root
de wortel
thorn
de doorn
trunk
de boomstam
hay
het hooi