Words 3 Flashcards
Old
Oud
The brother
De broer
The sister
De zus
The son
De zoon
The grandfather
De opa
The grandmother
De oma
To change
Wisselen
The daughter
De dochter
The aunt
De tante
The uncle
De oom
The niece
De nicht
The nephew
De neef
The Sister-in-law
De schoonzus
The brother-in-law
De zwager
The child
Het kind
Young
Jong
Yet/still/further
Nog
Married
Getrouwd
Divorced
Gescheiden
Deceased
Overleden
To live
Leven
Dead
Dood
Family
Familie
To repeat
Herhalen
Always
Altijd
Cheerful
Vrolijk
To describe
Beschrijven
The appearance
Het Uiterlijk
Of course
Natuurlijk
Funny
Grapping
Nice,friendly
Aardig
Sloppy
Slordig
Long
Lang
Curly
Krullend
The hair
Het haar
The glasses
De bril
Normal
Normaal
The posture
Het postuur
Thick
Dik
Small
Klein
Blond
Blond
Short
Kort
Thin
Dun
Black
Zwart
Muscular
Gespierd
The profession
Het beroep
The clown
De clown
Sporty
Sportief
Decent
Netjes
Precise
Precies
Confident
Zelfverzekerd
Diligent
Ijverig
Fast
Snel
Smart
Slim
Strong
Sterk
Stolen
Gestolen
A pity
Jammer
Somebody
iemand
The thief
De dief
The beard
De baard
The mustache
De snor
Slender
Slank
Dark
Donker
Patient
Geduldig
Lazy
Lui
Stupid
Dom
Busy
Druk
Quiet
Rustig
MeAn
Gemeen
Or
Of
Because
Want
To stay over
Logeren
Each other
Elkaar
Green
Groen
The people
De mensen
To think
Denken
The same
Dezelfde
For example
Bijvoorbeeld
The father
De vader