WOORDEN - H23 | Het bijwoord Flashcards
1
Q
Soepel
A
Smooth
2
Q
(Soepel) verlopen
A
Goes smooth
3
Q
Begrotingstekort
A
Budget deficit
4
Q
Cijfers
A
Figures
5
Q
Nauwkeurig
A
Accurate
6
Q
Financiële administratie
A
Account department
7
Q
Efficiënt
A
Efficient
8
Q
Ongelofelijk
A
Incredible
9
Q
Buitengewoon
A
Extreme
10
Q
Voordelige
A
Profitable
11
Q
transactie
A
Transaction
12
Q
Beeldschermen
A
Monitor
13
Q
Licht (beschadigd)
A
Slight (damaged)
14
Q
Beschadigd
A
Damaged
15
Q
Achterstallige orders
A
Back order
16
Q
Zorgvuldig
A
Careful
17
Q
Afgehandeld
A
Handle
18
Q
Verschrikkelijk
A
Terrible
19
Q
Groothandelaren
A
Wholesaler
20
Q
Pand
A
Premises
21
Q
Geïsoleerd
A
Insulate
22
Q
Vooruitzichten
A
Prospect
23
Q
Manier van zaken doen
A
Way of doing business
24
Q
Helemaal
A
Complete
25
Q
Innovatie
A
Innovation
26
Q
Politiek
A
Political