Week 8 Flashcards

1
Q

Wat zijn risicofactoren voor kindermishandeling?

A

Kind
- ongewenst kind
- prematuur
- handicap
- gedragsproblemen
- stief- of adoptiekind
Ouders
- zelf mishandeld
- psychiatrie, verslaving
- te weinig kennis opvoeding
- te hoge verwachting kind
Gezin
- relatieproblemen
- werkloosheid
- financiële problemen
- isolement
- groot gezin, alleenstaande ouder

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is kindermishandeling? Hoe vaak komt het voor?

A
  • 3% alle kinderen
  • meestal verwaarlozing(emotioneel&raquo_space; fysiek), fysieke mishandeling en dan emotionele mishandeling
  • ook getuige zijn van huiselijk geweld, seksueel misbruik en pediatric condition falsification
  • kwart gemeld, onderraportage
  • 50 kinderen dood per jaar door kindermishandeling
  • in helft (bijna) dodelijke kindermishandeling eerder gemist
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat zijn aanwijzingen voor kindermishandeling?

A
  • Inconsistent verhaal
  • Delay in medische hulp zoeken
  • Verhaal klopt niet met letsel
  • Broer/zus of kind zelf, huisdier krijgt schuld
  • Opmerkelijk gedrag ouders: verwijtend, vijandig
  • Interactie tussen ouders en kind afwijkend: afstandelijk
  • Uitspraken kind: liefst apart spreken
  • Herhaalde ‘ongelukjes’
  • Medisch shoppen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat moet je doen bij een vermoeden van kindermishandeling?

A
  • noteer alles zorgvuldig, incl discrepanties en zorgen
  • LO: top tot teen controle, ook bij broer/zus
  • skeletstatus: <2jr met onverklaarde fractuur, sterk vermoeden kindermishandeling broer/zus, na 2 wk hh
  • op indicatie MRI cerebrum
  • seksueel misbruik: SOA test, <7dg geleden overleg politie voor sporenonderzoek
    Vervolg
  • bespreek zorgen met ouders
  • melden is niet wettelijk verplicht, wel meldcode volgen
  • overleg met collega, LEKM of Veilig Thuis
  • vervolg: melding bij Veilig Thuis, opname, hulp
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Welke fracturen zijn specifiek voor toegebracht letsel?

A

Erg: (dorsaal) rib, metafysair, scapula, sternum, proc spinosus
Matig: meerdere, verschillende genezingsstadia, epifyse, wervellichaam, vingers/tenen, complexe schedelfractuur
Niet: clavicula, lang pijpbeen, lineaire schedelfractuur
- accidentele fracturen komen meer op 6-12jr voor
- fracturen bij val <1m ongewoon

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Welke blauwe plekken zijn verdacht voor toegebracht letsel?

A

TEN-4-FACESp: <4jr oud
- torso, ears, neck
- </4 mnd geen blauwe plekken
- frenulum, angle of jaw, cheeks, eyelids, subconjunctuvae
- patroon
Zonder goede verklaring

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is shaken baby syndrome?

A
  • door schudden baby gaan vaten in hersenen kapot waardoor hersenbloeding -> reanimatie en coma
  • gevolgen: sterfte, neurologische schade
  • Melding Veilig Thuis, aangifte en onder toezichtstelling
  • vaak retinabloedingen
  • toegebracht hersenletsel: intracranieel, wijde schedelnaden, wijde en grillige fractuurlijnen en meerdere fracturen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn signalen van kindermishandeling in kinderen onder de 4 jaar oud?

A
  • ziek, hongerig, motorisch gestoord
  • Gedrag: gedragsverandering(bv als ouders weg zijn), agressief of seksueel gedrag naar andere kinderen of dieren
  • LO: overdreven aanhankelijk, verstijven, dissociëren, in paniek raken, weigeren
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat zijn signalen van seksueel misbruik?

A
  • uitspraken kind
  • symptomen lokaal trauma of infectie(cave oraal)
  • gedragsverandering:anorexie, encopresis, suicidaliteit, enuresis
  • afwijkend seksueel gedrag of teveel kennis voor leeftijd
    P afwijkend gedrag bij onderzoek genitale regio: geen gene, extreem afwerend of angstig
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is prematuriteit?

A

Geboorte <37wk zwangerschapsduur
<28wk: extreem prematuur

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is kindersterfte en neontale sterfte?

A

= sterfte <5jr
- grootste deel is neonatale sterfte(<4wk pp)
- oorzaken: prematuriteit, SGA, asfyxie, aangeboren afwijkingen, infecties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is bronchopulmonale dysplasie?

A
  • incidentie: 40% prematuren <28wk
  • verstoorde longontwikkeling door schade beademing
  • zuurstofbehoefte na 28dg pp
  • histologie: minder alveoli, onrijp longparenchym, alveoli vergroot en simpel
  • later risico COPD
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is respiratory distress syndrome?

A
  • tekort surfectant waardoor alveoli dichtklappen
  • incidentie: 60% bij 28wk, neemt af met zwangerschapsduur
  • risicofactoren: sectio, diabetes, jongens, meerling
  • behandeling: inhalatie surfectant, prenataal corticosteroiden
  • histopathologie: eosinofiele hyaliene membranen in alveoli
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat zijn compensatiemechanismen voor een verstoorde zuurstofvoorziening in de placenta?

A
  • versnelde rijping vlokken
  • niet-fysiologische erythroblastosis
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is necrotiserende enterocolitis?

A
  • darmontsteking in prematuren met pneumatosis intestinalis, necrose en ulceratie
  • kan perforatie met peritonitis en sepsis geven
  • klinisch: eerst goed, op dag 5 niet willen eten, bolle buik, desaturatie, hypothermie en soms tachycardie
  • buikoverzichtsfoto
  • 10-25% mortaliteit
  • behandeling: conservatief, resectie
  • preventie: moedermelk
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat zijn gevolgen van prematuriteit?

A
  • RDS
  • BPD
  • NEC
  • ROP(retinopathie)
  • hersenbloedingen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Wat is wiegendood/SIDS?

A
  • Onverklaard overlijden na grondig onderzoek
  • bij 10% toch verklaring(= SUDI -> metabool, aanlegstoornis, infectie), vaak aspecifieke veranderingen
  • tussen 1 maand en 1 jaar
    Risicofactoren
  • omgevingsfactoren: buikslapen, co-sleeing, hyperthermie, zacht oppervlak
  • ouders: jonge moeder, roken/drugs, zorgonttrekking, lage SES, kinderen dicht op elkaar geboren
  • kind: (ex)prematuur, man, meerling, SIDS bij broer/zus, eerdere respiratoire infectie, hersenstam afwijking
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Hoe verschilt de absorptie bij neonaten?

A
  • hogere zuurgraad maag: minder opname zwakke organische zuren, meer van zuurlabiel
  • vertraagde maag en darmpassage: minder opname, bij ouder kind snellere maagontlediging dus meer
  • lagere CYP450 activiteit: hogere concentraties
  • weinig effluxtransporters: hogere concentraties
  • vertraagd first-pass effect(geen bij rectaal)
19
Q

Hoe verschilt de distributie bij kinderen?

A

Lichaamssamenstelling: eerste 6mnd meer water dan volwassene -> hoger verdelingsvolume voor wateroplosbare geneesmiddelen(gentamincine, b-lactam AB) -> hogere dosering voor zelfde spiegels

20
Q

Hoe verschilt het metabolisme bij kinderen?

A
  • ontogenie: CYP450 enzymen in fase I(mn CYP3A belangrijk) activiteit nemen toe met specifiek patroon, vooral in eerste maanden
  • genetische polymorfismen CYP enzymen: snel of langzaam omzetten
  • ziekte: vertraagd metabolisme
  • co-medicatie
21
Q

Hoe verschilt de uitscheiding bij kinderen?

A
  • neonaat: snelle ontwikkeling nierfunctie, op 1 jaar oud klaring als volwassene
  • tubulaire nierfunctie loopt achter
  • geneesmiddelen mn renale klaring lager doseren bij kind <1jr
22
Q

Hoe werkt farmacokinetiek bij kinderen?

A
  • veelal onbekend
  • specifieke bijwerkingen: bv tandverkleuring bij tetracyclines
23
Q

Hoe werkt de toedieningsvorm bij kinderen?

A
  • standaarddosering vaak te hoog
  • niet getest op jonge kinderen
  • aandachtspunten: smaak, hulpstoffen en beschikbaarheid
  • leeftijdsafh
  • paracetamol, benzidiazepines: zetpil, ondanks onbetrouwbaar
  • amoxicilline: drank, makkelijkste
  • geen orale medicatie voor levensbedreigende aandoeningen bij neonaten
24
Q

Wat is abnormale groei?

A
  • +/- 2SD voor referentiepopulatie lengte en geslacht
  • +/- 1,6SD(9cm) target height: obv ouders, 80% genetisch bepaald
  • afbuiging of versnelling: >1SD hh gemeten
25
Q

Wat zijn oorzaken van abormaal kleine lengtegroei?

A

Primair: vroege afbuiging
- zonder of milde dysmorfe kenmerken: monogenetisch(SHOX)
- dysformfe kenmerken of syndromaal: Turner, (epi)genetische afwijkingen(Prader-Willi)
Secundair: later afbuiging
- endocriene stoornis
- chronische ziekte: leukemie niet
- iatrogeen: CG, bestraling
- emotionele deprevatie
- malnutritie

26
Q

Wat is het endocriene kruis? Bij welke stoornissen past dit?

A

Afnemende lengtegroei icm toenemnd geiwcht
- groeihormoon deficiëntie
- hypothyreoïdie
- ziekte/syndroom van Cushing

27
Q

Hoe werkt diagnostiek bij een te korte lengte?

A

Anamnese: ontwikkeling, voeding, familie anamnese, groeicurves, geboorte metingen
LO: BMI, zithoogte en spanwijdte, lengte ouders, dysmorfe kenmerken, puberteitsstadium
AO
- X-hand: botleeftijd verlaagd bij secundair
- Lab: nierziekten, AF, bloedbeeld, coeliakie, schildklier, IGF-I
>10jr: BSE/CRP, calprotectine, leuko differentiatie
- op indicatie genetisch onderzoek: SNP array, NGS, karyogram
- GH stimulatie test op indicatie

28
Q

Wat zijn oorzaken van abnormaal lange groei?

A
  • meestal polygeen familaire grote lengte, daarna obesitas en constitutioneel snelle rijping
    Primair
  • Klinefelter syndroom
  • monogenetische afwijkingen: EDS, Marfan -> cave aorta aneurysma
    Secundair
  • hormoonoverproductie: pubertas preacox, GH overproductie, hyperthyreoidie
29
Q

Hoe werkt diagnostiek bij een te lange lengte?

A

Anamnese: familie anamnese, groeicurve, geboorte gewicht, lengte en schedelomtrek; visus of ontwikkelingsproblemen, puberteitskenmerken
LO: puberteitsstadium, BMI, ontwikkelingsniveau, dismorfie, Beighton score(hypermobiliteit),
AO:
- X-hand(eindlengte voorspellen)
- lab en genetisch onderzoek op indicatie

30
Q

Welke circulatoire veranderingen treden na de geboorte op?

A
  • ductus venosus tussen v umbilicalis en vena cava inferior dicht
  • ductus ateriosus/Botalli tussen a pulmonalis en aorta oiv O2 dicht
  • foramen ovale tussen atria dicht
  • systemische vaatweerstand daalt door afklemmen navelstreng
31
Q

Wat is transient tachypneu of the newborn(TTN)?

A

Ook wel wetlung
- geboren via sectio: niet fysiologisch proces bevalling
- vocht minder snel opgenomen in capillairen longen
- tachypneu, soms O2 behoefte
- herstelt meestal binnen 24h
- complicatie: pneumothorax

32
Q

Wat is persistent pulmonary hypertension of the newborn?

A
  • pulmonale vaatweerstand daalt onvoldoende
  • RL shunt bij foramen ovale en ductus arteriosus
  • oorzaak: perinatale asfyxie, longhypoplasie bij congentiale hernia diafragmatica, meconium aspiratie
  • cyanose, repspiratoire insufficientie
33
Q

Wat is een persisterende ductus arteriosus/Botalli?

A

= verbinding tussen a pulmonalis en aorta
- open oiv prostaglandines, dicht oiv O2
- sluit normaal enkele dagen na geboorte
- LR shunt, overvulling longvaten en steal uit systemische circulatie
- behandeling: prostaglandine synthese remmer(ibuprofen)
- bij bep aangeboren hartafwijkingen juist open houden: prostaglandines

34
Q

Wat zijn congenitale infecties?

A

= infecties tijdens zwangerschap, transplacentair en intra-uterien
TORCHES: toxoplasmose, other(HIV, parvovirus B19), rubella, CMV, HSV, syfilis
Kenmerken: dysmaturiteit, microcefalie, hepatosplenomegalie, icterus, anemie/trombocytopenie

35
Q

Wat is CMV?

A
  • veelal asymptomatisch
  • kliniek: iets te vroeg geboren, SGA, hepatosplenomgelaie, petechiën/purpura, icterus, neurologische afwijkingen
  • Lab: trombocytopenie, geconjugeerd hyperbilirubinemie, transaminasen verhoogd
  • diagnostiek: PCR in urine/speeksel, <21dg altijd congenitaal
  • behandeling: ganciclovir bij choriorenitis en pneumonie
  • symptomatische infecties hebben hoge morbiditeit(doof/slechthorendheid, laag IQ)
36
Q

Wat is HSV?

A
  • primo infectie heeft hogere transmissiekans en ernstiger beloop
  • hogere virale load en geen antistoffen
  • vormen: gedissemineerd(pneumonie en sepsis) heeft hoge mortalitteit, CNS(meningitis en encefalitis) of skin, eye and mounth(mild)
  • huid hoeft niet aangedaan te zijn
  • diagnostiek: PCR oropharynx
  • behandeling: aciclovir
37
Q

Wat is conjunctivitis neonatorum?

A

Soepogen door Chlamydia of Gonorroe
Ook ouders behandelen

38
Q

Wat is GBS?

A
  • early(week 1, 75%) en late onset: bij late onset meer meningitis(75% vs 25%) en ook verticale transmissie
  • X-thorax: lijkt op RDS
  • risicofactoren: PROM >24h, dreigende vroeggeboorte, UWI, eerdere GBS-klolonisatie of kind met sepsis, sepsis moeder
  • diagnostiek bij risicofactoren en als positief(= gekoloniseerd) AB profylaxe; beschermt alleen tegen early-onset
39
Q

Wat zijn tekenen en verwekkers van sepsis/meningitis bij neonaten?

A
  • klinsch: kreunen, grauw(slechte perifere circulatie), temperatuurinstabiliteit, apneu, bradycardie, convulsies, weinig of niet actief
  • Verwekkers: GBS, E coli, zelden Listeria → kolonisatie, bij passage baringskanaal overgedragen
40
Q

Hoe zijn de luchtwegen van kinderen anders dan volwassenen?

A
  • neusademhaling, grote tong
  • kleinere diameter luchtwegen -> meer weerstand en sneller obstructie door zwelling
  • bronchuswand heeft meer krakbeen, premature cilia en minder glad spierweefsel -> meer occlusie en minder sputum mobilisatie
  • minder en onrijpe alveoli, kleinere luchtwegen -> minder oppervlak gaswisseling, meer risico atelectase
  • ribben: meer kraakbeen, horizontaal -> verhoogde compliantie, afhv diafragma voor ademen
  • diafragma: horizontaal, minder type I vezels -> sneller uitputting
41
Q

Hoe verschilt de DD van respiratoire insufficiëntie met de leeftijd?

A
  • Enkele uren oud: RDS(prematuur), wet lung syndrome
  • Baby: virale bronchiolitis(RS)
  • Aspiratie: zodra ze gaan bewegen
  • 7 jaar: bacteriële pneumonie
42
Q

Wat zijn de voordelen van moedermelk?

A
  • minder GI infecties, middenoorontsteking en luchtweginfecties
  • minder overgewicht en diabetes op oudere leeftijd
43
Q

Wat zijn contra-indicaties voor borstvoeding?

A
  • infectie: HIV met virale load, borstleasies(HSV, varicella, TBC), virale hemorrhagische koorts
  • medicatie: psychofarmaca, antidepressiva, hoge dosis methadon
  • overmatig alcohol gebruik, chemo, harddrugs