Week 12 Flashcards

1
Q

Wat is mitochondriële overerving?

A
  • maternaal overervingpatroon en grote variabiliteit door heteroplasmie(= deel mitochondriën in cel met mutatie, verhouding doorgegeven mito’s anders)
  • mitchondrieel gecodeerde ziektes: meestal meerdere organen aangedaan
  • kerngecodeerde mitochondriële ziektes hebben ander overervingspatroon en al op kinderleeftijd tot uitting
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is imprinting? Wat is Angelman/Prader Willi syndroom?

A
  • geïmprint gen staat uit
  • Angelman: maternaal chromosoom 15 mist -> UPD paternaal, deletie maternaal, puntmutatie
    Ernstige VB, epilepsie, vriendelijk, dysmorfe kenmerken nemen met leeftijd toe
  • Prader Willi: paternaal chromosoom 15 mist -> meerdere genen en allelen missen(puntumutatie kan niet)
    Kleine lengte, overgewicht, hypotonie, VB
    NB: Angelman/Prader Willi obv deletie met gezonde ouders is altijd de novo
  • kan icm bv autosomaal dominante overerving: imprinting v/h maternale/paternale allel
    Dan alleen bij erving via man(bij maternaal) of vrouw(bij paternaal) is kind aangedaan, tussenliggende generaties overgeslagen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is een mozaïek?

A
  • constitutioneel mozaïek= in alle cellen uit vroeg embryonale cel, wisselende concentraties -> kan doorgeven aan kinderen, niet altijd in bloed zichtbaar
  • somatisch mozaïek= tumor op 1 plek, niet altijd in bloed en niet naar kinderen
  • kiemcelmozaïek= in geslachtscellen, kan doorgeven aan kind, niet in bloed zichtbaar
    Dus: bij mogelijk de novo Duchenne toch IPD aan ouders
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is het Fragiele X-syndroom?

A
  • FMR-1 gen: CGG repeat normaal <55, 55-200 premutatie en volle mutatie >200
  • repeat verlengt alleen via vrouwen
  • Pre-mutatie: deel krijgt POI of FXTAS
  • Meest voorkomende erfelijke VB bij mannen
  • Volle mutatie: alle mannen autisme en epilepsie, vrouwen: 50-70% VB
    Dus: gezonde zoon van aangedane vrouw heeft normale X en kan geen pre/volle mutatie aan kind doorgeven + als kind aangedaan moet moeder pre-mutatie draagster zijn
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is een compound heterozygoot?

A

Iemand heeft 2 aangedane recessieve allelen maar elk allel heeft een andere mutatie -> toch ziek

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is hemofilie?

A
  • erfelijke stollingsziekte waarbij weinig FVIII(A) of FIX(B)
  • X-gebonden recessieve overerving
  • aangedane mannen in zelfde familie hebben zelfde factor percentage
  • draagsters wisselend aangedaan door scheve x-inactivatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is een gebalanceerde translocatie?

A

= deel chromosoom op ander chromsoom zonder dat materiaal mist/extra
- diagnostiek: karyotypering
- drager is gezond
- Risico op miskramen en VB in nageslacht

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is vesico-urethrale reflux?

A

= abnormale terugstroom urine van blaas naar nier/ureter
- kan UWI’s en pyelonefritis geven -> verlittekening nier en nierinsufficiëntie
- 5 gradaties obv mictiecystogram: 1 in ureter, 2+ tot in pyelum
- behandeling: AB profylaxe en observatie, als doorbraakinfecties of achteruitgang nierfunctie anti-reflux operatie(endoscopisch of ureterreïmplantatie)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat zijn urethrakleppen?

A
  • dunne vliezen in plasbuis, stenose in proximale urethra
  • alleen bij jongens
  • 1/3 krijgt toch nierfalen en dialyse
  • MCU: verwijding prostatische urethra(ook op antenatale echo)
  • behandeling: cytoscopische klieving kleppen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn de Tanner stadia?

A

Geven aan puberteit, 1 is niks
- Jongens: G1-5: genitaliën
- Meisjes: M1-4 à 5: borsten(gestimuleerd borstklierweefsel)
- P1-5: pubisbeharing
- A1-3: okselbeharing

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is een pubertas preacox?

A

Definitie: meisjes M2<8jr en jongens testis >/4ml <9jr
- Centraal of perifeer: LHRH test
Oorzaken
- premature adrenarche: bijnieren te vroeg actief; geen gevolg groei of botleeftijd
- verhoogde androgeenproductie: laag LH en FSH door late onset adrogenitaal syndroom, tumor in bijnier of testis/ovaria
- testosterongel familielid

  • behandeling: injecties met remmers(GnRH agonisten/antagonisten)
  • psycho-sociale impact: opvallen, ouder ingeschat, psychiatrische comorbiditeiten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is een pubertas tarda?

A

Definitie: testis <4ml op 14jr+ of M1 op 13jr+
- laag LH en FSH: familair laat, centrale uitval(congenitaal of verworven)
- gonadale insufficiëntie: veel te hoog LH en FSH
- behandeling: puberteit induceren met testosteron/oestradiol in 3jr, GnRH/LH/FSH geven
- bij GnRH deficientie of gonadaal falen volwassen dosis voortzetten
Uitblijvende menstruatie: geen uterus, centrale uitval, prolactinoom, auto-immuun, POI, ondervoeding of over inspanning

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Hoe werkt anamnese, LO en diagnostiek bij puberteit?

A

Anamnese
- puberteit ouders
- voedingspatroon/afvallen
- overmatig sporten
- symptomen chronische ziekte(coaliakie, schildklier)
- medicatiegebruik
- uitval hypofyse/hypothalamus
- gedragsproblemen en psychosociaalfunctioneren
- bestraling of chemo
- orchidopexie
LO: lengte en gewicht, syndromale kenmerken, Tanner stadia(jongens: testis volume), huid, oriënterend neuro onderzoek
Diagnostiek:
- handfoto: skeletleeftijd achter bij late rijping, voor bij te vroege rijping
- LH en FSH
- oestradiol of testosteron
- LHRH(GnRH) test: bij vroege puberteit -> LH en FSH al centraal geactiveerd?

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Hoe werkt de start v/d puberteit? Welke hormonen spelen hierbij een rol?

A
  • start in hersenen
  • tijdstip familiair bepaald
  • GnRH pulsatie geeft LH en FSH afgifte
  • FSH: groei testis
  • testosteron(uit testis/ovaria en bijnier): beharing, groei
  • oestradiol: borstgroei
    Start: jongens testisvolume >/4ml, meisjes M2
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is een UPJ stenose?

A
  • stenose in overgang ureter en nierbekken
  • subpelviene stenose; meest voorkomende oorzaak antenatale hydronefrose
  • intrinsiek(in wand) of extrinsiek(door vaten naar onderpool)
  • klachten: buikpijn, pijn in flank, misselijk, braken, hematurie
  • complicatie: nierstenen, febriele UWI, hypertensie, verlies nierfunctie
  • diagnostiek: echo, nierscan
  • behandeling: pyelumplastiek, tijdelijke nierdrainage
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat is premature pubarche?

A

P2 bij meisjes <8jr en jongens <9jr

17
Q

Hoe werkt mictie? Wat verwacht je bij dwarsleasies?

A
  • cortex: timing
  • PMC in pons: coördinatie
  • sacraal mictie centrum(SMC): versterking en finetuning
  • synnergie: m detrusor(parasympatisch) moet contrahersen terwijl sfincter(somatisch) relaxeert
    Cerebrale leasie: overactieve en stugge blaas, normotone bekkenbodem
    Hoge dwarsleasie: overactieve blaas, dyssynergie
    Lage dwarleasie: onderactieve en slappe blaas(acontractiel), detrusor areflexie
    Via verschillende mechanismen(hoge druk, stuwing, UWI’s) nierschade
18
Q

Hoe werkt de behandeling van neurogene baasstoornissen?

A
  • intermitterende katheterisatie
  • anticholinergica: werken op muscarine receptor
  • botox
  • neuromodulatie
19
Q

Wat zijn oorzaken van premature thelarche?

A
  • infantiele mammoplasie(minipuberteit)
  • centrale pubertas praecox eci/tumor hersenen
    -perifere pubertas praecox: McCune Albright, E2 producerende tumor, extern oestradiol
  • AO: X-hand → voorlopende skeletleeftijd bij langer bestaande, hogere E2 en grotere kans pathologie
  • alarm symptomen: andere puberteitskenmerken, groeiversnelling en toename borstontwikkeling -> E2, LH en FSH bepalen
20
Q

Wat zijn oorzaken van uitblijvende menarche?

A
  • Weten of puberteit gestart
    Diagnostiek
  • Hersenen
    • GnRH deficientie: LH FSH en E2 meten
    • LH/FSH uitval / asymptomatische tumor: PM, MRI
    • Prolactinoom: prolactine
    • Ondervoeding of over inpanning
  • Ovaria: auto-immuun, Fragiele X, Turner(kleine lengte, POI), etc → LH, FSH, E2, AMH, inhibine B
    • Perifeer: POI → LH en FSH verhoogd
  • Uterus: geen uterus(echo), hematocolpos
    Behandelen, geen nadelen: puberteitsinductie met oestrogeen pleister of pil over enkele jaren
21
Q

Wat zijn disorders of sex development?

A

= ontwikkeling gonaden en/of genitaal anders verlopen
- Presentatie: antenataal, soms pas als kind(liesbreuk bij meisjes me testis) of volwassene
- virilisatie: cliteromegalie, fusie labia vanaf dorsaal
- ondervirilisatie: hypospadie, microtesits, niet ingedaalde testis
- indeling: 46XY(androgeenongevoeligheidssyndroom), 46XX(congenitale bijnierhyperplasie) of sex-chromsomaal(Turner, Klinefelter)
- diagnostiek: echo, hormonen en karyogram

22
Q

Hoe werkt geslachtstoewijzing en behandeling bij DSD’s?

A
  • geslachtstoewijzing obv verwachtte genderindentiteit, praktisch
  • Prader: externe genitalia -> 1(vrouw)-5(man)
  • meestal geen vroege operatie nodig: vanaf puberteit risico op kanker
  • individuele afweging, kind meebeslissen
  • zowel interne als externe genitalia kunnen afwijkend zijn
23
Q

Hoe werkt ontwikkeling v/d gonaden?

A
  • tot week 6 indifferente gonaden
  • week 6: SRY gen aan -> SOX9 gemaakt -> testis gevormd(anders: ovaria)
  • oiv Sox9 Sertoli cellen gevormd -> AMH maken -> gang van Muller weg(anders: eileider, uterus en bovenste deel vagina)
  • FGF9 door SOX9, houd SOX9 expressie
  • Leydig cellen maken testosteron: gang van Wolff behouden
  • insuline like factor 3: indalen testis
  • FOXL2 en WNT4 remmen FGF9 en SOX9
  • week 9-14: uitwendig genitaal, DHT geeft mannelijk