Week 1 Flashcards
Transport van bloed en lymfe vindt plaats ten behoeve van:
- stofwisseling (zuurstof/voedingsstoffen)
- communicatie tussen delen in het lichaam (hormonen)
- bestrijding ontsteking (o.a. witte bloedcellen)
Opbouw van de vaatwand
binnen naar buiten:
tunica intima
tunica media
tunica adventitia
Tunica intima eigenschappen
- basale lamina bestaande uit endotheelcellen
- subendotheliale laag (soms gladde spiercellen en vezels)
- lamina elastica interna (niet te zien bij venen)
- gefenestreerd (gaten voor uittreden van bijv. witte bloedcellen)
Tunica media eigenschappen
- gladde spiercellen (circulair)
- elastische lamellae/vezels
- geen fibroblasten
- lamina elastica externa
Tunica adventitia eigenschappen
- bindweefsel (vooral collagene weefsels, longitudinaal)
- vasa vasorum (kleine bloedvaatjes)
- nervi vascularis (vasoconstrictie en dilatatie)
Drie typen arteriën
- elastische (aorta)
- musculeuze (meeste arteriën)
- arteriolen (klein, tunica media is 1-3 spierlagen)
Pericyt
Zitten op de capillairen, zijn gladde spiercellen, spelen een rol bij groei en herstel van spieren en longen
Drie typen capillairen
- continue capillairen: endotheellaag zonder gaten, bevatten 1-3 cellen in 1 diameter en soms pericyten, vooral te vinden in hersenen, spieren en longen
- gefenestreerde capillairen: fenestrae in groepen soms met diafragma, continue basale lamina, vooral in endocriene klieren waar eiwitten door moeten in bijv. darmen, nieren en galblaas
- discontinue capillairen/sinusoïden: fenestrae zonder diafragma en met grotere diameter, komen voor in lever, milt en beenmerg
drie typen venen
- post-capillaire venulen (lijken op capillairen en hebben relatief groot lumen in relatie tot vaatwanddikte, leukocyten)
- musculeuze venen
- kleine venen
- grote venen
twee typen arteriosclerose
- excentrisch: atherosclerose
2. concentrisch: Monckebergse media sclerose, arteriolosclerose (hyperplastisch en hyaline)
risicofactoren aneurysma
- atherosclerose
- hypertensie
- bindweefselziekten (thoracaal)
Dissectie
lekkage in de wand, kleine scheur in tunica intima en bloed in tunica media
risicofactoren dissectie
- hypertensie
- bindweefselziekten
- zwangerschap
Passief iontransport
- poriën: bijv. connexon, langdurig open, weinig selectief, transport met gradiënt mee
- ionkanalen: bijv. Na kanaal, open of gesloten, ion-selectief, transport met gradënt mee
- carriers: bijv. NCX, conformatie verandert tijdens transport, selectief, met gradiënt mee
Actief iontransport
pomp: Na/K-ATPase, conformatie verandert, selectief, tegen gradiënt in dus ATP nodig
Direct/primair actief: gedreven door ATP-hydrolyse
Indirect/secundair actief: gedreven door downhill symport of downhill antiport
Evenwichtspotentialen
Na: +67 mV
K: -88 mV
Ca: +123 mV
Cl: -89 mV
Potentiële energie
Als delta elektrichemische gradiënt < 0, dan wil X+ graag van out naar in
Als > 0, dan wil X+ graag van in naar out
Als = 0: evenwicht, geen netto transport van X+
Behandeling stabiele AP
- lifestyle management
- medicamenteus
- revascularisatie
- cardiale revalidatie
Stabiele AP medicamenteuze behandeling
Anti-ischemische medicatie:
- bètablokkers (metoprolol, atenolol)
- calciumantagonisten, voor coronairspasmen (verapamil, diltiazem)
- nitraten
Voorkomen van events:
- thrombocyten aggregatie remmers (ascal)
- cholesterolsynthese remmers (statines, bij stenoses)
- ACE-inhibitors bij hoge bloeddruk (captopril, ramipril, perinopril)
ACS medicamenteuze behandeling
Initieel:
- anti-thombotische med (heparine)
- anti-plaatjes therapie (aspirine, P2Y12 receptor inhibitor (ticagrelor, prasugrel, clopidogrel))
- pijnstilling
- zuurstof (ook gevaarlijk door vrije radicalen)
- nitraat (bij STEMI niet handig)
Secundair: "golden five" - aspirine - P2Y12 - bètablokkers - ace-remmer - statine
Linker coronair arterie
Bestaat uit:
Ramus descendens anterior/LAD:
- voorziet anterior en apicale zijde van het hart, anterior 2/3e deel gedeeltes van het septum en anterolaterale papillairspier van bloed.
- loopt in anterior interventriculaire sulcus.
- geeft septale takken en diagonale takken af.
Ramus circumflex:
- voorziet laterale en posterior gedeelte en anterolaterale papillairspier van bloed.
- loopt in sulcus coronarius.
- geeft MO (margo obtusis) tak en soms ramus descendens posterior.
Rechter coronair arterie
- voorziet rechter ventrikel, posterior 1/3e gedeelte van septum, inferior gedeelte van linker ventrikel, posteromediale papillairspier en geleidingssysteem van bloed.
- loopt in sulcus coronarius.
- vertakt in ramus descendens posterior en ramus posterolateralis.
utalisme vs. egalitarisme
utalisme: je handelt juist, als je zoveel mogelijk geluk of welzijn voor een zo groot mogelijke groep kan creëren.
egalitarisme: gelijkheid mits ongelijkheid ten goede komt van de meest benadeelden.
wat staat er in het boek “a theory of justice”?
- rechtvaardigheid wordt vertaald naar eerlijkheid
- een eerlijke verdeling heeft in ieder geval iets te maken met een gelijke verdeling
- gelijkheid is niet zomaar een nobel streven, maar het kan beargumenteerd worden vanuit eigen belang
Geleidingssysteem hart
- depolariseren atria: vanuit sinus knoop worden atria geactiveerd richting AV-knoop
- depolariseren septum: van links naar rechts
- richting de apex
- depolariseren ventrikels: van endocard naar epicard
- laterale wand van linkerventrikel wordt gedepolariseerd
- beide ventrikels gedepolariseerd
Integrines, desmines en dystrophine
integrines: transmembraaneiwitten die sarcomeren in de hartspier verbinden met de ECM.
Desmines: verbinden myofibrillen met Z-band.
Dystrophine: verbinding tussen celcortex en transmembraaneiwitten.
hypertrofe en gedilateerde cardiomyopathie
Hypertrofe: veroorzaakt door mutaties in het sarcomeer, vooral myosine-kopje of myosine binding hulp eiwit C.
Gedilateerde: veroorzaakt door mutaties van het hartskelet zoals desmosomen, dystrofine, desmines, myosine/actine, lamine A en C.
Ca cycling hartspier
- Na-influx: Na kanaal
- Ca-influx door L-type-calcium kanalen (LCC) + NCX
- Ca via ryanodine receptor in sarcoplasmatisch reticulum, bindt aan calreticuline en calsequestrine (verhogen buffer capaciteit).
- Ca-efflux uit SR, richting actine myosine filamenten.
- Cross-bridge cycling
- Ca-efflux naar SR via SERCA
- Ca-efflux via NCX
- Ca-efflux door ca-pomp in plasmamembraan
Verschil elektromechanische koppeling hart- versus skeletspier
De skeletspiercellen bevatten T-tubuli (op plek waar actine en myosine elkaar ontmoeten) die nauw contact maken met het SR en de calciumkanalen zijn fysiek verbonden met de RYR1 waardoor er weinig Ca instroom is. Al het Ca komt dus uit SR.
De hartspiercellen hebben geen uitgebreid netwerk van T-tubuli (op Z-lijn) en er is geen direct contact met RYR2. Hierdoor komt er veel meer Ca in de cel maar het duurt wel langer voordat Ca wordt vrijgemaakt uit SR. NCX is hier belangrijk. Deel Ca komt van extracellulair.
medische geschiedenis: factoren die invloed hebben op de lichaamstoestand volgens de humoraal-pathologie
- res naturales: elementen, temperamenten, lichaamsvochten, lichaamsdelen en functies
- res contra-naturales: pathologische afwijkende verschijnselen
- res non-naturales: lucht, beweging/rust, slapen/wakker, uitscheiding, gemoedsaamdoeningen, eten/drinken
Vaso vasorum
kleine bloedvaatjes rondom de bloedvaten, zitten in de tunica adventitia
Wat voorkomt overextensie van de RV?
Trabecula septomarginalis
Digitalis
zorgt indirect voor contractiliteit van hartspier door Na/K pomp te slopen, nu gaat de NCX harder werken
Vier grootste verschillen tussen arterie en vene
- spierlaag tunica media veel dikker bij arterie
- kleppen in venen
- groter lumen/diameter in vene
- arterie heeft lamina elastica interna
Functies endotheelcellen
- trombogeen (VWF en SFVIII)
- non-trombogeen (glycocalix)
- groeifactoren/hormonen (VEGF)
- inactivatie hormonen
- ontstekingscellen
- regulatie bloeddruk (endotheline-1)
Noradrenaline bevordert in de hartspier zowel contractie als relaxatie, welke factoren spelen hierbij mee?
Contractie: RyR receptoren en calciumkanalen worden gefosforyleerd door PKA.
Relaxatie: PLB en troponine I worden gefosforyleerd door PKA. Daardoor werkt de SERCA beter en zal de TnC calcium loslaten.
Kenmerken van een ‘vulnarable’ plaque
a thin fibrous cap, large lipid-rich necrotic core, increased plaque inflammation, positive vascular remodeling, increased vasa-vasorum neovascularization, and intra-plaque hemorrhage