Voedingsleer MOD 1 Energie Flashcards
Energie eenheid
1 kcal = 4,2 kJ
1000 kJ = 1MJ
BMI
Gewicht (kg) / Lengte kwadraat (m)
Energiebehoefte (EN)
BMR x PAL
Energievoorraad
Energie-inname (EI) - Energieverbruik (EV)
Eenheid van eiwitten
1gE = 4 Kcal of 17Kj
ADH eiwitbehoefte
0.83g E/kg LG / dag of 15 En%
ADH eiwitbehoefte vegetarische voeding/ veganistische voeding
0.83g E/kg LG / dag X 1.2 à 1.3
Noem de 8 essentiële aminozuren
Methionine
Fenylalanine
Lysine
Leucine
Isoleucine
Tryptofaan
Valine
Treonine
2SD
Tweemaal de standaard deviatie van 12,5%
AI + uitleg
Adequate inname
MTI + uitleg
Maximale toelaatbare inname
NOAEL
No observed adverse effect level
Welke factoren beïnvloeden de energiebehoefte
- Lichaamsgewicht en lichaamssamenstelling
- Leeftijd
- Geslacht
- Groei, zwangerschap, lactatie
- Hormonen
- Voedingstoestand
- Klimaat
- Medicatie
- Koorts, Stress
- Roken
- Lichamelijke activiteit
Geef de functies van eiwitten
- Bouwstof van alle lichaamsweefsels
- Vormen deel van enzymen (vertering)
- Transportfunctie
- Behouden van colloïdosmodische druk
- Energielevering
Wat is Kwashiorkor
Tekort aan eiwitten –> Colloïdosmotische druk nodig voor uitwisseling van water en veodingsstoffen tussen water en bloed –> Oedeem
Geef de formule weer om de BW te bepalen. Beide vormen
BW= I-(F-F0)-(U-U0)
______________ X100
I- (F-F0)
BW= vastgehouden N
____________________ X100
opgenomen N
Geef de formule weer van de NEB (netto eiwit benutting (bio- availability)
NEB = BW X factor verteerbaarheid
_____________________________
100
Wat is de eenheid van Vetten (V) of lipiden
1gV=9kcal of 38 kJ
Uit welk deel bestaan de vetten in onze voeding
Triglyceriden
Uit welke chemische delen bestaan triglyceriden
Een glycerolmolecule en 3 moleculen vetzuren
Geef de verschillende soorten verzadigde vetzuren (VV) en hun binding
- Vetzuren met korte ketens: azijnzuur en boterzuur (VV) komen voor in melkproducten
- Vetzuren met middellange ketens: capronzuur, caprylzuur en caprinezuur (VV) komen voor in kokosvet en melkvet
- Vetzuren met lange ketens: laurinezuur, myristinezuur, palmitinezuur, stearinezuur: melkvette, rundvette, margarines als boter, gehard plantaardig frietvet, vlees- en vleeswaren, gebak, koekjes, chocoladeproducten en chips
Alle verzadigde vetzuren hebben geen dubbele binding
Geef de verschillende soorten onverzadigde vetzuren (OV) en hun binding
- Enkelvoudige OV: 1 dubbele binding (EOV of MUFA)
- Meervoudige OV: 2 of meerdere dubbele binding (MOV of PUFA)
Geef de vetzuren en de bron van EOV
- Oliezuur
- Erucazuur
Bron: olijf- en arachideolie, hazelnoten, amandelnoten, cashewnoten en pinda’s
Geef de vetzuren en de bron van MEOV
- Linolzuur
- alfa-linoleenzuur
- arachidonzuur
- eicosapentaeenzuur
- docosahexaeenzuur
Bron: vette vissoorten, maïs-, zonnebloem-, saffloerolie (linolzuur), Soja- en koolzaadolie (linoleenzuur),smeervetten met minstens 40 % MOV, bak- en braadvetten met minstens 40 % MOV, mayonaise en dressings met hoog gehalte aan MOV en noten
Geef de twee vetzuren die vooral in vette vissoorten te vinden zijn en hun binding
- EPA: eicosapentaeenzuur of timnodonzuur
- DHA: docosahexaeenzuur of clupanodonzuur
Beiden hebben 20 of meer dubbele bindingne, dus zeer lange ketens
De drie vetzuren in triglyceriden bestaan uit twee groepen, dewelke
- Carboxylgroep (COOH) links
- Methylgroep (CH3) rechts
Geef de indeling van de OV onverzadigde vetzuren volgens de beginplaats van de dubbele binding
- Omega 9-vetzuren: 1binding start op koolstofatoom 9, wordt in het lichaam zelf aangemaakt
- Omega 6-vetzuren: 2 bindingen start op koolstofatoom 6, moet aangebracht worden via de voeding
- Omega 3-vetzuren: 3 bindingen start op koolstofatoom 3, moet aangebracht worden via de voeding
Geef de belangrijkste omega 6 en omega 3 vetzuren
Omega 6: Linolzuur C18:2
Omega 3: alfa-linoleenzuur C18:3, eicosapentaëenzuur (EPA) C20:5 en docosahexaëenzuur (C22:6)
Van welke twee bronnen zijn transvetzuren afkomstig
- Natuurlijk (melk, vlees, boter)
- Industriëel (harde plantaardige oliën, bak- en braadstoffen, frituurvetten en margarines voor gebak, koekjes en hartige snacks (slecht!)
Geef onzichtbare bronnen en zichtbare bronnen van vetten in de voeding
- onzichtbaar: vlees en afleidingen (charcuterie), vis en afleidingen, melk en melkproducten, eieren, brood, gebak, koekjes, noten, gefrituurde gerechten, chocolade, snacks, zoutjes
- zichtbaar: olie, bak- en braadvet, boter, broodsmeersels margarine en minarine
Geef de twee manieren dat cholesterol in het bloed voorkomt
- HDL-chol: High density lipoproteïnes = verlaagd risico op hart- en vaatziekten
- LDL-chol: Low density lipoproteïnes = verhoogd risico op hart- en vaatziekten
Geef de eenheid van Koolhydraten
Kh
1g Kh = 4 Kcal of 17 Kj
Eenheid van voedingsvezel
gemiddeld 2 kcal/g
Eenheid van alcohol
7 kcal of 30 kJ
Behoefte vetten
Totaal vet: >20 < 30-35 En%
VV: <10%
Atherogene VV: <8%
MUFA (EOV): 10-20%
PUFA (MOV): 5-10%
n6: 4-08%
LA (linolzuur): 4%
n3: 1-2%
Alfalinoleenzuur: 1%
EPA+DHA: 250-500 mg
Transvetzuren: zo laag mogelijk
Cholesterol: <300 mg
Kh behoefte
min 50 tot 100g koolhydraten
AI 180g/dag
55En%
Kh behoefte mono- en disachariden
ADH: 15-25 En%
Voedingsvezel behoefte
min 30g/dag
Water behoefte
Mannen: 3.7L per dag
Vrouwen: 2.7 L per dag
Alcohol behoefte
geen aanbeveling, nog geen bewezen positieve effecten op de gezondheid
Formule omega 6 tegenover omega 3
Omega-6
__________ <4
Omega 3
BMI waarden tabel
Ondergewicht : <18.5
Normaal: 18.5 - 24.9
Overgewicht: 25-29.9
Obesitas klasse 1: 30 - 34.9
Obesitas klasse 2: 35 - 39.9
Obesitas klasse 3: >=40
Middelomtrek mannen en vrouwen risicofactor
Mannen: verhoogd: >94 cm, sterk verhoogd: > 102 cm
Vrouwen: verhoogd: >80 cm, sterk verhoogd: > 88 cm
Geef de wateronoplosbare voedingsvezels en hun bronnen
*Cellulose: groenten, fruit, zemelen, peulvruchten, noten
*Hemicellulose: graanproducten
*Lignine: zemelen, groenten met een houterige structuur zoals selder
*Wassen: beschermlaag planten
*Fytaten: Buitenste laag granen en zaden
*Tanninen: Fruit (kweepeer, avocado), thee, wijn
*Saponinen: Groenten (sojabonen, erwten, spinazie, tomaten, aardappelen en knoflook) en zijn werkzame bestanddelen van veel kruiden
Geef de wateroplosbare vezels en hun bronnen
*B- glucanen: graanproducten (haver, gerst, rogge, tarwe)
*Inuline en fructo-oligo-sachariden: Cichorei, uien, prei
*Sachariden:
*(Galacto)Oligosachariden: gedroogde peulvruchten, noten
*Niet verteerbaar zetmeel:
* RS1: fysisch ontoegankelijk zetmeel: peulvruchten zoals linzen, gedeeltelijk gemalen granen
* RS2: resistente zetmeelgranules: maïs rijk aan amylose, rauwe aardappelen, groene bananen
* RS3: geretrogradeerd zetmeel: Brood, cornflakes, afgekoelde gekookte aardappelen, rijst en pasta
*Pectines: fruit, bindmiddel
*Algen: agar-agar, bindmiddel
*Gommen: Guargom, bindmiddel
*Slijmstoffen: psylliumzaadjes
Geef de werkingen van bio-actieve stoffen
- Anti-oxidant
- Biotransormatie-enzymes
- Hormoonactiviteit
- Verlagen cholesterolgehalte
Geef de verschillende gekende bio-actieve stoffen
Lycopeen: zit vooral in tomaten en afgeleide producten zoals tomatenpuree en ketchup : bewezen bij prostaatkanker
Betacaroteen: in de oranje en groene groenten zoals wortel, paprika, spinazie, peterselie: bewezen bij immuunsysteem, UV schade aan de huid (provitamine A)
Alfacaroteen: wortel, paprika, banaan
luteïne: spinazie, andijvie, avocado, abrikoos: bewezen bij UV filter in het oog
Zeaxanthine: abrikoos, avocado, rode paprika: bewezen bij netvlies
betacryptoxanthine: avocado, citrusvruchten, dille: bewezen bij longkanker
Geef de subklasse van flavonoïden
- flavonolen
- flavonen
- catechinen
- isoflavonen
- flavanonen
- abtgicyanen