Voc U1 Flashcards
een das
a tie
een hemd
a shirt
een vest
a waistcoat
een broek
a pair of trousers
een pak
a suit
een paar zwarte schoenen
a pair of black shoes
een sjaal
a scarf
een blouse
a blouse
een rok
a skirt
een hoed
a hat
een snor
a moustache
een baard
a beard
een jas
a coat
een paar laarzen
a pair of boots
een jasje
a jacket
een jurk
a dress
en paar hoge hakken
a pair of high heels
lang / kort
long / short
klein / groot
tiny / tall
De dief had kort haar en een lange baard
The thief had short hair and a long beard.
recht / gekruld
straight / curly
Hij was niet klein, maar heel groot.
He wasn’t tiny, but very tall.
gigantisch
huge
puntig
pointed
Hij had een puntige neus en gigantische wenkbrauwen
He had a pointed nose and huge eyebrows.
Hij had steil haar, het was niet gekruld.
He had straight hair, it wasn’t curly.
Eerst was Jamal een dief
First Jamal was a thief
Vervolgens werd hij een bedelaar (a beggar)
Next he became a beggar
Dan ontsnapte hij
Then he escaped
Daarna bleef hij zoeken naar Bart
After that, he kept looking for Bart
Ten slotte leefde hij gelukkig
Finally he lived happily ever after
een zakdoek
a handkerchief / a hankie
een ketting
a necklace
een gouden (zak)horloge
a golden (pocket) watch
een bril
glasses
een riem
a belt
een dief
a thief
een gauwdief
a pickpocket
een overvaller
a robber
een misdadiger
a criminal
een misdaad plegen
to commit a crime
stelen
to steal
overvallen
to rob
Wanneer er veel armoede is , dan is er ook veel misdaad in een stad
When there is a lot of poverty, there is a lot of crime in a city too
onderwijs
education
arresteren
to arrest
De politie arresteerde enkele bendeleden omdat zij dronken waren
The police arrested a number of gang members because they were drunk
rijk / arm
rich / poor
een bedelaar
a beggar
Hij draagt een sjaal
He is wearing a scarf
Zij draagt een rok
She is wearing a skirt
Hij draagt een lange jas
He is wearing a long coat
Hij draagt een wit hemd
He is wearing a white shirt
Hij draagt een vest
He is wearing a waistcoat
Hij draagt een zonnebril
He is wearing sunglasses
Ze heeft groene ogen
She has green eyes
Ze heeft bruin haar
She has brown hair
Hij heeft blauwe ogen
He has blue eyes
Hij is groot
He is tall
Zij is klein
She is short
Correct this mistake:
She didn’t saw the thief
She didn’t SEE the thief
Correct this mistake:
She didn’t slept all night
She didn’t sleep all night
Correct this mistake:
Mr Williams concert is great
Mr WILLIAMS’ concert is great
Correct this mistake:
A person in first year of high school is a senior
A person in first year of high school is a sophomore
Make a question:
ALICE was decorating the Christmas tree for the party
Who was decorating the christmas tree for the party?
Make a question:
Alice was decorating THE CHRISTMAS TREE for the party
What was Alice decorating for the party?
Make a question:
Alice was decorating the Christmas tree FOR THE PARTY
Why was Alice decorating the christmas tree?