VO.2 sociale interactie Flashcards
wat is temperament? Verandert dit?
Gedragsstijl die onafhankelijk is van de omgeving
Verschillende soorten mogelijk
–> vanaf 4 mnd kijken hoe kind reageert op dezelfde stimulus
–> Als heftig en huilen s er een grotere kans dat later stil en verlegen wordt (hoger cortisol en tensie)
–> Als nieuwsgierig en stil juist grotere kans dat later uitbundiger wordt
Sommige zijn consistent maar het kan ook veranderen –> reactie van ouder is hierbij belangrijk
wat is een automatisch proces bij kinderen?
Hechting is een biologisch proces
–> Kwaliteit bepaalt door ouder-kind interactie
het is ONMOGElijk om niet te hechten
Wat is van invloed op de prefrontale cortex?
Langdurige stress of emotionele jeugdtrauma’s NEGATIEF
Veilige hechting en positieve ervaringen POSITIEF –> empathie, emotionele zelfregulatie en een beter zelfbeeld
Hoe vaak is een kind veilig gehecht?
70%
20% onveilig vermijdend
10% onveilig ambivalent
15% vd kinderen gedesorganiseerd gehecht –> en kunnen gedrag uit de onveilig hechting vertonen –> pathologisch
Tijdelijke desorganisatie waardoor kind kan bevriezen of verstarren –> kan komen door afwijzend gedrag van de ouder
Hoe bepalen we de hechting?
observatie van kind tijdens de strange situation procedure van Ainsworth
Wat; plaatsen van kind in een vreemde omgeving met de ouder en er komt een vreemde binnen –> hierbij verlaat de ouder de ruimte –> reactie van kind wordt bekeken op:
a) vreemde omgeving
b) aanwezigheid vreemde
c) afwezigheid en hereniging ouder
Hierbij goede balans tussen exploratie en hechtingsgedrag –> contact maken met de ouder en spelen
Scoren op:
- zoeken van nabijheid
- onderhouden van contact
- afweer
- vermijdend gedrag bij hereniging met ouder na de separatie
Scoren van 1-7
Veilige hechting:
- hoog op zoeken van nabijheid
- gemiddeld tot hoog op onderhouden van contact
- afweer en vermijdend gedrag scoren ze laag
Welke type hechtingsrelaties zijn er?
Type A: veilig gehecht bij 70%
Type B: onveilig vermijdend gehecht bij 20%
Type C: onveilig ambivalent gehecht bij 10%
Type D: gedesorganiseerde hechting –> tijdelijke desorganisatie
Wat is kenmerkend voor de onveilig vermijdende hechting?
- weinig contact met de ouder
- weinig onder de indruk als ouder weggaat
- na hereniging geen contact maken met de ouder
- veel exploratie zonder actief hechtingsgedrag
- kind lijkt erg zelfstandig, maar is eigenlijk veel stress
DOOR: slechte reactie van de ouder –> afwijzing
Ze doen geen beroep op de ouder omdat bang voor afwezig
Scoren:
- zoeken nabijheid: laag
- onderhouden contact: laag
- afweer: laag
- vermijdend gedrag: hoog
Wat is kenmerkend voor de onveilige ambivalente hechting?
- veel contact met de ouder
- weinig exploratie
- bij hereniging actief en aanklampend, maar ook boos en straffend richting de ouder
- moeilijk te troosten en veel angst
DUS: veel hechtingsgedrag en weinig explorerend gedrag
DOOR: geen consequente reactie van de ouder waardoor kind niet weet wat het moet doen
Score:
- nabijheid zoeken: hoog
- onderhouden contact: hoog
- afweer; hoog
- vermijding: laag
wat is kenmerkend voor een regulatie stoornis?
Veel huilen, weinig slapen, overprikkeld en motorische onrust
Wat is er lastig bij jonge baby’s en het gedrag als het niet goed gaat?
Hoe jonger, hoe lastiger te onderscheiden of de oorzaak bij het kind ligt of bij de omgeving
wat zijn oorzaken dat het met kinderen niet goed gaat?
- Extern (kan tijdelijk)
- Intern: neurobiologische kindfactoren zoals autisme
wat is bij Jonge kinderen belangrijk?
Doelgerichte interventie om te voorkomen dat er een vicieuze cirkel ontstaat van kinderlijke disregulatie en ouderlijke stress
Wat is een gevolg van een regulatie stoornis?
Onveilige hechting tussen ouder en kind
wat is kenmerkend voor een veilige hechting?
- exploratie in bijzijn van ouder en houdt oogcontact op afstand
- als vreemde binnenkomt maakt kind oogcontact met ouder
- angstig, onrustig of verdrietig als ouder weggaat en gaat dan minder exploreren
- bij hereniging zoekt het oogcontact met de ouder en is snel weer op het gemak en toename exploreren
Goede balans tussen exploratie en hechtingsgedrag
Vanaf welke leeftijd wordt autisme zichtbaar? Wat zie je?
Vanaf peuter- en kleuterleeftijd dus ong 2 jaar
Kenmerkend
- beperkingen in sociale interactie met ouders, vrienden en andere VW
- niet luisteren naar de naam
- niet betrekken van anderen bij het spel
- gevoelig voor bepaalde prikkels
- vertraagde taalotnwikkeling
- echolalie (napraten)
- stereotype gedrag en interesses
- weinig empathie
- weinig of geen initiatief
- weinig verbeelding
- afwijkende motoriek bvb fladderende armen
Hoe bepalen we de diagnose autisme?
Obv van de ADOS = autisme diagnostische observatie schema
5 verschillende modules voor afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van het kind
Voor elk onderdeel score:
0: Geen autistisch gedrag
1: Licht autistisch gedrag
2: Duidelijk autistisch gedrag
3: Ernstig afwijkend gedrag
VANAF 2 afwijkend echt
wat is de gouden standaard voor de diagnose autisme?
ADOS icm oudergesprek
In de regulatiestoornissen zijn er types. Hoeveel? wat doen we?
4 types met elk een eigen beeld en gevolgen voor de ouder-kind interactie
Soms direct interventie nodig om onveilige hechting te voorkomen